Harmina Aaltina (Mien) Post-Salomons (Gasselternijveen, 1 december 1904 – Oegstgeest, 6 april 1969) was een Nederlandse verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Levensloop Post-Salomons werd op 1 december 1904 geboren in Gasselternijveen (Gasselte) als de jongste dochter van het gereformeerde schippersechtpaar Geert Salomons (1865-1918) en Hilligje Huisingh (1875-1950). Tijdens de schoolvakanties voeren de dochters met hun ouders naar Scandinavië en Oost-Europa. Ze zagen in hun jeugd meer van de wereld dan veel van hun dorpsgenoten. Tot hun vader in 1918 overleed en Post-Salomons met haar moeder en zussen introk bij haar grootmoeder in Nieuw-Buinen.

Alle drie de zussen Salomons trouwden met een zoon van Jan Wolters Post (1863-1942) en Trijntje Tempen (1865-1937) uit Hollandscheveld, gemeente Hoogeveen. Annie (1901-1982) trouwde met Marinus Post (1902-1944) en Dien (1903-1991) met Johannes Post (1906-1944).

Op 19 november 1930 trouwde de 25-jarige Post-Salomons in Borger met de 30-jarige Hendrik (Henk) Post (1900-1982). Het echtpaar vestigde zich datzelfde jaar in Sint-Jansklooster (Ambt-Vollenhove), waar Post was aangesteld als predikant van de Gereformeerde Kerk. In 1939 verhuisden ze naar Rijnsburg in Zuid-Holland, waar Post was beroepen. En van 1966 tot 1970 woonden ze in Oegstgeest nadat Post een beroep had aangenomen naar de Jeugdhaven Leiden. Het echtpaar kreeg zeven kinderen.

Oorlog en verzet miniatuur|Rapenburg in Rijnsburg Op het moment dat de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbrak, woonden Post-Salomons en haar man in de pastorie op Rapenburg nummer 8 naast de gereformeerde kerk in het Oranjegezinde Rijnsburg. Het echtpaar was bevriend met huisarts Edzard van der Laan en zijn vrouw Jobien (de ouders van de latere burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan), die ook aan het Rapenburg woonden.

Vanaf de zomer van 1942 kwamen er Joodse onderduikers naar het dorp via onder andere Marinus en Johannes, de zwagers van Post-Salomons. Rond de familie Post vormde zich een verzetsgroep, die knokploegen leidde en Joodse onderduikers vanuit verschillende delen van Nederland naar Nieuwlande en Rijnsburg begeleidde. Honderden onderduikers vonden onderdak in Rijnsburg, waar de pastorie van dominee Post als tussenstation fungeerde. Er was een schuilplaats gebouwd in de oude zondagsschool, die aan de pastorie grensde en via de zolder te bereiken was. Daarnaast was in de vloer van de kerk een luik aangebracht, waardoor in geval van nood tientallen personen zich onder de vloer van de kerk konden verstoppen. De Joodse Leo Blom (1929-2008) was een van de onderduikers die bij Post-Salomons en haar man terechtkwam. Ook verbleef er een tijdlang een timmerman op de zolder van de pastorie. De man knapte tweedehands meubels op, die Post verhandelde.

Al gauw speelde Post samen met Van der Laan een centrale rol in het verzet in Rijnsburg en was het een komen en gaan van verzetsmensen op de pastorie. Ze onderhielden contact met de Landelijke Knokploegen (LKP) en vormden nauwe banden met andere verzetsmensen in Rijnsburg, Oegstgeest en Leiden. Daarnaast zette Post zich in voor het district Leiden van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO), werden er op de pastorie persoonsbewijzen vervalst en verspreidde men illegale lectuur, waaronder Vrij Nederland en Trouw. Post-Salomons hield zich niet alleen bezig met huishoudelijke taken en morele ondersteuning van de onderduikers en verzetsleden, maar was zelf ook actief als koerierster. Ze voerde activiteiten uit, die de mannen om veiligheidsredenen niet konden doen. Vrouwen waren geschikter voor koeriers- en netwerkactiviteiten dan mannen, omdat de bezetters hen minder snel verdachten en controleerden. Zo was Post-Salomons onder andere betrokken bij een overval op een distributiekantoor in Katwijk waarbij ze waarschijnlijk buitgemaakte distributiebonnen en mogelijk ook wapens vervoerde.

Naast Joodse onderduikers, werd er op de pastorie na verloop van tijd ook onderdak verleend aan verzetsmensen. Nadat zwager Johannes na een mislukte actie van zijn knokploeg was gearresteerd en uit de gevangenis was ontsnapt, dook hij samen met zus Dien in oktober 1943 onder in de woning van Post-Salomons. Zwager Marinus, ook op de vlucht na een mislukte overval, voegde zich niet veel later bij hen. Vanuit Rijnsburg zetten de broers nieuwe knokploegen op. Martha van Huessen-Pikaar en haar echtgenoot, leden van een knokploeg van Johannes, verbleven sindsdien ook af en toe bij Post-Salomons.

In 1944 bleef zus Dien achter bij Post-Salomons en Post toen haar echtgenoot toetrad tot de top van de Landelijke Knokploegen (LKP), waardoor hij veel moest reizen. In datzelfde jaar werden Johannes en Marinus beiden bij activiteiten van hun afzonderlijke knokploegen gearresteerd en geëxecuteerd. Dit was aanleiding voor Post-Salomons en haar man om zelf onder te duiken in Noordwest-Overijssel. Hun kinderen werden op verschillende adressen ondergebracht.

Na de oorlog Na de oorlog werd de echtgenoot van Post-Salomons aangesteld als voogd van de kinderen van zowel Marinus als Johannes. Ze brachten zus Dien en haar kinderen onder in een villa aan de Sandtlaan in Rijnsburg dat was gevorderd door de Rijnsburgse Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

Voormalig onderduiker Blom werd door Post gedoopt in de Gereformeerde Kerk van Rijnsburg. In oktober 1958 trouwde Blom met Trijntje Harmina Aaltina Post, een dochter van Post-Salomons' zus Dien.

Op 6 april 1969 overleed Post-Salomons op 64-jarige leeftijd in Oegstgeest. Ze werd begraven op de gereformeerde begraafplaats in Rijnsburg.

Veertien jaar na haar overlijden, op 9 juni 1983, erkende het Israëlische holocaustherdenkingscentrum Yad Vashem Post-Salomons en haar man als Rechtvaardigen onder de Volkeren voor hun hulp aan Joodse onderduikers. Post-Salomons' man was het jaar daarvoor, op 8 april 1982, ook overleden.

Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog