De Pribelskcultuur (Russisch: Прибельская культура, Pribelskaja koeltoera, vernoemd naar het stroomgebied van de Belaja) was een archeologische cultuur uit het neolithicum (6e-5e millennium v.Chr.) van de zuidelijke Cis-Oeral en het gebied tussen Wolga en Oeral.
De belangrijkste vindplaatsen zijn Moellino II, Staraja Moesjta en Davlekanovo II, gelegen in Basjkortostan. De nederzettingen lagen langs rivieroevers en hadden geen vestingwerken. De woningen bestonden uit bovengrondse tentachtige huizen met open haardplaatsen. Op sommige locaties werden grafmonumenten gevonden.
Er werd aardewerk, gereedschap, pijlpunten, inzetstukken, trapeziumvormige stenen werktuigen van het Jangelka-type, bijlen, schrabbers, boren, dolken, haken, harpoenen van been, messen met inzetstukken van klingen, amuletten, enz. gevonden. Dierlijke botten waren van paard, koe, schaap, geit en eland.
De bevolking hield zich bezig met jagen, vissen en verzamelen.
Op de vindplaatsen Moellino II en Davlekanovo II werden paardenresten gevonden, wat Gerald Matjoesjin ertoe bracht te speculeren dat de domesticatie van het paard in de zuidelijke Oeral tijdens het neolithicum plaatsvond. Later onderzoek bevestigde deze veronderstelling echter niet; de gevonden skeletresten behoorden uitsluitend toe aan wilde paardensoorten.
Er zijn contacten met stammen van de Agidel- en Soertandy-culturen vastgesteld.
Categorie:Neolithische cultuur in Rusland