thumb|Zegel van Frederik (rechts: Akko) Frederik van La Roche († Nablus, 30 oktober 1174) was een middeleeuws prelaat en diplomaat. Hij was de zesde Latijnse aartsbisschop van Tyrus (1164-1174), kanselier van het koninkrijk Jeruzalem (ca. 1150) en de belangrijkste diplomaat van koning Amalrik I van Jeruzalem.
Levensloop thumb|Koning Boudewijn III geeft opdracht aan bisschop Frederik om de patriarch van Jeruzalem, Amalrik van Nesle, te verdedigen thumb|Inzegening van het huwelijk van Amalrik I van Jeruzalem met Maria Comnena door aartsbisschop Frederik van La Roche Bisschop van Akko Frederik was een Lotharinger van geboorte, stammend uit de familie van de graven van La Roche. Hij begon zijn geestelijke loopbaan als reguliere kanunnik van de Templum Domini in Jeruzalem en werd rond 1150 benoemd tot bisschop van Akko en kanselier van Jeruzalem. Hij nam deel aan het beleg van Ascalon in 1153 en in 1154 stuurde koning Boudewijn III van Jeruzalem hem om te bemiddelen in het conflict tussen de vorst van Antiochië, Reinoud van Châtillon, en de Latijnse patriarch van Antiochië. De patriarch keerde met Frederik terug naar Jeruzalem. In 1155 vergezelde Frederik de Latijnse patriarch van Jeruzalem naar Rome om bij paus Adrianus IV te klagen over het gedrag van verschillende abdijen en kerken in Jeruzalem, die het gezag van de patriarch niet erkenden.
Toen Amalrik van Nesle in 1157 tot patriarch van Jeruzalem werd gekozen, werd hij tegengewerkt door de aartsbisschop van Caesarea, Hernesius, en de bisschop van Bethlehem, Ralph, maar Frederik steunde hem en keerde terug naar Rome om een beroep te doen op Adrianus IV. Frederik wist de zegen van Adrianus voor de nieuwe patriarch te verkrijgen, "door middel van rijkelijke geschenken, zo wordt beweerd", aldus Willem van Tyrus.
Aartsbisschop van Tyrus In maart 1164 stierf Peter van Barcelona, de aartsbisschop van Tyrus, en binnen een maand werd Frederik op verzoek van koning Amalrik benoemd tot zijn opvolger. Hij vergezelde Amalrik op de expeditie tegen Egypte in 1167, met zijn eigen "nogal voorname gevolg", aldus Willem van Tyrus. Frederik leed in Egypte aan dysenterie na het drinken van water uit de Nijl en keerde al snel terug naar huis. In augustus van dat jaar zegende hij het huwelijk in van Amalrik met de Byzantijnse prinses Maria Comnena. Enkele dagen later benoemde Frederik Willem tot aartsdiaken van Tyrus, maar in 1169 beschuldigde hij de aartsdiaken ervan een te hoog salaris voor zijn functie te ontvangen, wat vermoedelijk verband hield met de vriendschap van Willem met koning Amalrik. Willem ging naar Rome om zich tegen de beschuldigingen te verdedigen.
Diplomaat in het Westen In 1169, na de mislukte invasie van Egypte door Amalric, stuurde de koning een diplomatieke missie naar Europa om financiële steun te verkrijgen voor de noodlijdende kruisvaardersstaten en om op te roepen tot een nieuwe kruistocht. De eerste missie, onder leiding van patriarch Amalrik en aartsbisschop Ernesius, mislukte door een storm op de Middellandse Zee, waardoor het schip moest terugkeren. Koning Amalrik stuurde vervolgens een tweede missie onder aartsbisschop Frederik, bisschop Johannes van Panias en Guibert, de preceptor van de Orde van Sint-Jan (hospitaalridders). In juli arriveerden ze in Rome en ontmoetten paus Alexander III, maar geen van de Europese monarchen was bereid het verre kruisvaarderskoninkrijk te helpen: Lodewijk VII van Frankrijk en Hendrik II van Engeland waren al verwikkeld in een oorlog tegen elkaar, maar Frederik wist Hendrik over te halen om toch geld te doneren en later een pelgrimstocht te maken. Keizer Frederik I Barbarossa was in 1160 door Alexander III geëxcommuniceerd en was op dat moment in oorlog met het pausdom, dus ook van hem was geen steun te verwachten.
De diplomatieke missie had ook als doel een geschikte echtgenoot te vinden voor de toen elfjarige Sibylla, de dochter van de koning, die mogelijk ooit zou regeren, aangezien gevreesd werd dat haar broer Boudewijn lepra had opgelopen. In Frankrijk overtuigde Frederik graaf Stephan I van Sancerre, de zwager van Lodewijk VII, om naar het oosten te komen en met Sibylla te trouwen. De missie keerde in 1171 terug naar Jeruzalem, samen met Stephan en hertog Hugo III van Bourgondië, die als vertegenwoordiger van Lodewijk VII meekwam. Het is onbekend wat Frederik de jonge graaf had aangeboden, maar het lijkt erop dat hij het nooit heeft gekregen, want hij keerde terug naar Frankrijk zonder met de prinses te trouwen.
Overlijden Na een lang ziekbed stierf Frederik op 30 oktober 1174 in Nablus en werd begraven in de Templum Domini in Jeruzalem. Willem van Tyrus werd benoemd tot zijn opvolger als aartsbisschop. In zijn geschriften gaf Willem de volgende typering van Frederik: "een buitengewoon lange man. Hij had weinig opleiding genoten, maar was zeer toegewijd aan de krijgskunst."
Nalatenschap In de Sint-Gertrudiskerk in Wagnelée (provincie Henegouwen) wordt een twaalfde-eeuwse bul bewaard, die zich oorspronkelijk bevond in het archief van de in 1796 opgeheven Abdij van Florennes (provincie Namen). In de bul bevestigt Frederik de echtheid van relieken. Vermoedelijk betreft dit de relikwieën van het Heilig Kruis die de abdij omstreeks die tijd verwierf. In 1200-1210 werden deze relieken geplaatst in een rijk versierd Maaslands triptiek, dat daarna eeuwenlang in de abdijkerk van Florennes werd bewaard en dat zich thans bevindt in het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel.'Bulle (lettre) de Laroche, Frédéric' en 'Triptyque de la Vraie Croix' op balat.kikirpa.be, geraadpleegd 20 februari 2026.
Categorie:Rooms-katholiek aartsbisschop Categorie:12e-eeuws bisschop Categorie:Diplomaat Categorie:Koninkrijk Jeruzalem