Albert Cresswell Garlington (Oglethorpe County, 9 juni 1822 – Newberry, 27 maart 1885) was een Amerikaans advocaat, politicus, spoorwegdirecteur en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij brigadegeneraal in de South Carolina Militia waar hij initieel verantwoordelijk was voor de verdediging van de kust. Hij diende kort als majoor in het Holcombe Legion van het Confederate States Army. Op 21 mei 1862 nam hij ontslag uit het leger. In South Carolina werd hij benoemd tot adjudant-generaal en inspecteur-generaal. Op het einde van de oorlog nam hij deel aan de Carolina's-veldtocht.

Tussen 1850 en 1854 en tussen 1865 en 1867 zetelde Garlington in het South Carolina General Assembly. Hij zetelde in de senaat van South Carolina tussen 1856 en 1864. Daarnaast was hij directeur van de Greenville and Columbia Railroad.

Vroege jaren Albert C. Garlington werd geboren op 9 juni 1822 in Oglethorpe County, Georgia.Allardice, Bruce S. More Generals in Gray. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1995. (pbk.). p. 97.Eicher, John H., and David J. Eicher. Civil War High Commands. Stanford, CA: Stanford University Press, 2001. . p. 249. Hij was de zoon van Christopher Garlington en Eliza Aycock. Na zijn schooltijd studeerde Garlington aan de Universiteit van Georgia waar hij in 1842 afstudeerde. Hij verhuisde naar South Carolina waar hij in 1844 aan de slag ging als advocaat. Hij trad in het huwelijk met Sally Lark Moon en verhuisde in 1848 naar haar geboortestad Newberry.Hall, Edward Hagaman, Sons of the American Revolution The Sons of the American Revolution: New York State Society, 1893–94. New York: Republic Press, 1894. . Retrieved September 11, 2012. p. 117. Hun zoon Ernest Albert Garlington, wed geboren op 20 februari 1853 en zou een loopbaan uitbouwen in het U.S. Army.Johnson, Rossiter and John Howard Brown, ed. The Twentieth Century Biographical Dictionary of Notable Americans. Boston: Biographical Society, 1904. . p. 265.

Naast zijn juridische loopbaan engageerde Garlington zich voor de politiek. Tussen 1850 en 1854 zetelde hij in het South Carolina House of Representatives. In 1854 stelde hij zich verkiesbaar voor het Huis van Afgevaardigden in Washington D.C.. Het was zijn tegenstander Preston Brooks die de verkiezingen won. Tussen 1856 en 1864 zetelde hij in de senaat van South Carolina. Garlington was eveneens directeur van de Greenville and Columbia Railroad en brigadegeneraal van de 10th Brigade in de South Carolina.

Amerikaanse Burgeroorlog Toen de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak in april 1861 maakte Garlington deel uit van het adviesraad van gouverneur Francis W. Pickens waarbij hij verantwoordelijk was voor het departement binnenlandse aangelegenheden. Daaronder viel de verantwoordelijkheid voor de kustverdedigingswerken en de militie. Toen deze verantwoordelijkheden overgeheveld werden naar het Confederate States Army werd Garlington benoemd tot brigadegeneraal van de 3rd Brigade of South Carolina Volunteers. Hij ging onmiddellijk aan de slag om zijn miltiesoldaten te trainen. Verschillende van zijn eenheden werden op 19 december 1861 opgenomen in het reguliere leger. Garlington kreeg de rang van majoor in het Holcombe Legion waar hij opnieuw verantwoordelijk werd voor de kustverdediging. Zijn eenheid raakte betrokken in een schermutseling op Edisto Island. Op 21 mei 1862 nam hij ontslag uit het reguliere leger.Allardice, 1995, pp. 97-98. Gouverneur Pickens benoemde Garlington tot adjutant-generaal en inspecteur-generaal met de rang van generaal-majoor.Allardice, 1995, p. 98.

In 1864 probeerde Garlington zonder succes gouverneur van South Carolina te worden. Eind 1864 en begin 1865 werd Garlingtons brigade ingezet om de Noordelijk opmars in North en South Carolina onder leiding van generaal-majoor William T. Sherman te weerstaan. Toen Sherman de hoofstad Columbia naderde, werd de stad ontruimd door de brigade van Garlington. In februari 1865 ontbond hij zijn brigade.

Latere jaren Net na de oorlog werd Garlington verkozen om voor een termijn te zetelen in de South Carolina House of Representatives. Hij verhuisde kort naar Atlanta, Georgia en keerde daarna terug naar Newberry om zijn advocatenkantoor verder te zetten. De laatste jaren van zijn leven trok hij zich terug op zijn boerderij waar hij op 27 maart 1885 overleed. Hij werd begraven op het Rosemont Cemetery in Newberry, South Carolina.

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog zonder officiële bevestiging (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten