Die Metaphysik der Sitten (Nederlands: Metafysica van de zeden) is een moraal- en rechtsfilosofisch boek van Immanuel Kant uit 1797. Het zet een systeem van plichten uiteen.

Situering In Grundlegung zur Metaphysik der Sitten (1785) en Kritik der praktischen Vernunft (1788) had Kant aangetoond dat er absolute ethische normen bestaan die voorafgaan aan historische toevalligheid. Dit verschafte zekerheid aan het zedelijk bestaan. Centraal plaatste hij het concept van menselijke waardigheid en de categorische imperatief: de innerlijke wet die eist dat we handelen vanuit een zuivere drijfveer en niet vanuit gevoelsmatige impulsen. Daarop voortbouwend zette hij in Die Metaphysik der Sitten uiteen wat die universele morele normen concreet behelzen.Thomas Mertens, Lessen in deugdzaamheid, De Groene Amsterdammer, 18 februari 2026

Inhoud Het werk valt uiteen in twee delen, die afzonderlijk verschenen in januari en augustus 1797.Metafysica van de zeden, ten geleide, vertaling en annotaties Jabik Veenbaas en Willem Visser, 2025, p. 10 Het eerste deel gaat over het recht en het tweede deel over de deugd. Hoewel de ethiek in Kants opvatting voorafgaat aan het recht, rekent hij beide tot het zedelijke rijk waar de morele "wetten van de vrijheid" gelden.Metafysica van de zeden, ten geleide, vertaling en annotaties Jabik Veenbaas en Willem Visser, 2025, p. 11 Het juridische domein beoordeelt handelingen van de mens in uiterlijke zin (formele rechtmatigheid), het ethische domein beoordeelt deze handelingen in innerlijke zin (zuiverheid van motief).

Het deel over de rechtsleer (Rechtslehre) formuleert als algemene rechtswet: Handel uiterlijk zo dat het vrije gebruik van je wilskeuze met de vrijheid van eenieder samen kan bestaan overeenkomstig een algemene wet. Het stelt dat het recht en de rechtsorde tot doel hebben vrede te vestigen, zowel tussen individuen als tussen staten. Daarvoor steunt Kant onder meer op private eigendom, scheiding der machten en internationale verhoudingen gebaseerd op onderling respect.

Het tweede deel bevat de leer over de deugd (Tugendlehre). Het bespreekt niet alleen de verplichtingen van mensen ten opzichte van anderen, maar ook ten opzichte van zichzelf. De invulling is eerder klassiek, met deugden als dankbaarheid en meelevendheid, tegenover ondeugden als hoogmoed en smaad.

Nederlandse vertaling Metafysica van de zeden, ten geleide, vertaling en annotaties Jabik Veenbaas en Willem Visser, 2025.

Voetnoten

Categorie:Werk van Immanuel Kant Categorie:1797