Justus Wilhelm Gonggrijp (Plantage Clevia, 20 mei 1885 – Breda, 3 oktober 1974) was een Nederlands bosbouwkundige en amateurfotograaf.

Privéleven Gongrijp werd geboren op plantage Clevia, een koffieplantage aan de Surinamerivier in het district Commewijne. De plantage was eigendom van zijn vader Justus Rinia Cornelis Gonggrijp (1857-1929) die, naast zijn werk als plantage-eigenaar, politiek actief was. Van 1885-1898 en van 1914-1920 was hij lid van de Koloniale Staten. Zijn moeder Anna Rühmann groeide op in een Surinaams plantersgezin. Hun kinderen kregen thuisonderwijs van Willem Kraan, de oprichter van het Dagblad De West.

Gonggrijp werd op tienjarige leeftijd naar Nederland gestuurd. Hij woonde enkele jaren bij zijn grootvader in Delft en volgde middelbaar onderwijs aan de HBS. Daarna studeerde hij aan de Rijks Hogere Land-, Tuin- en Bosbouwschool in Wageningen. Na het behalen van het diploma landbouwkundige specialiseerde hij zich in bosbouwkunde. In 1907 keerde hij terug naar Suriname. Hij trouwde op 27 januari 1910 met Evelyn Alma Mayers (1889-1980).

Bosbouwkundige thumb|Houtvester Gonggrijp op bezoek in het marrondorp Wanhatti (ca. 1920) In 1907 werd Gonggrijp aangesteld als aspirant-houtvester bij de Dienst Boswezen in Suriname. In 1910 werd hij benoemd tot hoofd van de dienst. Hij heeft een grote bijdrage geleverd aan de botanische inventarisatie van Suriname. Tijdens zijn werk verzamelde hij op systematische wijze materiaal van genummerde bomen die in geselecteerde bosreservaten in verschillende gebieden stonden. Met Gerold Stahel maakte hij diverse grote onderzoeksreizen in het binnenland waarbij belangrijke collecties werden aangelegd. In 1923 werd hij overgeplaatst naar de Dienst Boswezen in Nederlands-Indië. Daar werkte hij eerst als onderzoeker en houtvester. Hij klom op tot inspecteur en adviseur voor de Dienst Boswezen Buitengewesten voor de hele kolonie, 'van Sabang tot Merauke'. Na zijn pensionering in 1935 vestigde hij zich in Nederland. Hij was toen 50 jaar oud en werkte achtereenvolgens als wetenschappelijk medewerker (houtdeskundige) aan het Koloniaal Instituut in Amsterdam en als lector Aardrijkskunde aan de Technische hogeschool Delft. Vanaf 1951 werkte hij tweeënhalf jaar als hoofd van de Forestry Mission van de FAO in Thailand.

Gonggrijp reisde ook na zijn pensionering regelmatig naar Suriname voor bosbouwkundig en natuurwetenschappelijk onderzoek. Van de Nederlandse regering kreeg hij in 1946 opdracht voor de heroprichting van de Dienst Bosbeheer. Hij hield zich ondermeer bezig de bestudering van problemen die verband hielden met de aanleg van het Brokopondostuwmeer en de bestudering van het Afaka-schrift. Zijn bibliografie omvat bijna honderd wetenschappelijke publikaties.

Waardering In 1946 kreeg Gonggrijp de zilveren Van Eeden-medaille uitgereikt. Op 30 april 1970 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In een overlijdensadvertentie geplaatst door de Dienst ’s Lands Bosbeheer wordt hij geëerd als de grondlegger en pionier van de bosbouw en een geregeld bosbeheer in Suriname.

Fotograaf De foto’s van Gonggrijp die bewaard zijn gebleven zijn gemaakt tijdens zijn dienstreizen tussen 1916 en 1922. Zijn opnamen van sula’s in de Tapanahony en dorpjes en bewoners aan de oever van de rivier dateren uit 1918. In 1922 maakte Gronggrijp een foto met een toelichting die rechtstreeks met zijn werk te maken had: het ringen van een Mora Excelsa in een 'zuiver morabos bij Onobissi (Coppename)'. Zijn professionele belangstelling blijkt ook uit de foto's en bijschriften van een ondergelopen veld met kokospalmen bij zijn ouderlijk huis op plantage Clevia.

Foto’s van Gonggrijp in openbare collecties Collectie Museum Wereldculturen (4 foto’s) Collectie Stichting Surinaams Museum (10 foto’s)

Fotogalerij (selectie)

Categorie:Bosbouwkundige Categorie:Fotograaf in Suriname