miniatuur|Ir. A.G.A. van Eelde in 1931 Anthon Gerhard Alexander van Eelde (Utrecht 30 maart 1862 - Bloemendaal 26 juni 1950) was een Nederlands waterbouwkundige en spoorwegingenieur. Hij was de zoon van Antonie Clarus Johannes van Eelde  en Jkvr.Clasina Johanna Henriette van Rappard.

Hij behaalde het diploma HBS in Utrecht op 25 juli 1880. Daarna ging hij civiele techniek studeren aan de Polytechnische School te Delft. Hij is geslaagd voor het examen civiel ingenieur op 29 juni 1884. Bovendien was hij in zijn studietijd een actief roeier bij de studenten roeivereniging Laga. Ook na zijn afstuderen bleef hij actief in die vereniging. In 1932 was hij nog aanwezig bij de varsity. miniatuur|Verbetering van de haven van Lemmer1886 Kort na zijn afstuderen had hij door bemiddeling van ir. Hora Siccama een opdracht gekregen voor het ontwerp van de drinkwaterleiding voor St. Vincent. Hij heeft hierover een artikel gepubliceerd in de 1e jaargang van De Ingenieur. In april 1886 is hij benoemd tot adjunct-directeur van de Nederlandse Locaalspoorweg Maatschappij te Deventer. Hij bleef dit tot 1 november 1886. Hij was toen ook assistent van ir. De Wildt bij de bouw van de spoorbrug bij Deventer. Deze ir. De Wildt was later ook zijn chef in Zuid-Afrika.

Met ingang van die datum is hij door Gedeputeerde Staten van Friesland benoemd tot tijdelijk opzichter bij de uitvoering van de sluis- en dijkwerken te Lemmer.In 1888 schreef hij daarover: De nieuwe sluis- en dijkwerken te Lemmer. Hij werkte daar op een daggeld van f 5,==, zon en feestdagen niet inbegrepen.

Zuid-Afrika Op 5 april 1888 is hij met ir. Cluijsenaer, de directeur van de Nederlands-Zuidafrikaanse Spoorwegmaatschappij naar Zuid-Afrika gegaan voor het ontwerpen van de Transvaal spoorweg. Deze stoomtramweg wordt in de jaren daarna uitgevoerd door M. E. de Wildt, met van Eelde en A. van Lennep als adjunct-ingenieurs, en Th. G. F. Anken, opzichter. Op 1 november 1889 is Van Eelde daar bevorderd tot sectie ingenieur. Er was nogal wat gedoe bij de aanleg van spoorlijnen in Zuid-Afrika. De Nederlandse maatschappij werd er door de Engelsen van beschuldigd dat zij te traag zouden werken, zoals blijkt uit het jaarverslag over 1889. miniatuur|Ingebruikname tijdelijke brug over de Vaal In maart 1892 lukte het Van Eelde om een tijdelijke brug over de Vaalrivier te ontwerpen in de spoorlijn van Kaapstad naar de Transvaal. Deze noodbrug is op 10 mei opengesteld voor spoorverkeer hetgeen een snelle uitbouw van het spoorwegnet rond Johannesburg mogelijk maakte. Het probleem was dat de aanvoer van o.a. spoorstaven vanuit Kaapstad naar Transvaal eerder uiterst moeizaam was. Door politieke problemen kwam de veel kortere verbinding met de zee via Mozambique niet van de grond. Dit alles speelde ten tijde van de tweede boerenoorlog. miniatuur|Spoorwegen in Zuid-Afrika 1895 Vanaf 1900 werkte hij als raadgevend ingenieur in Afrika. In Zuid-Afrika was hij betrokken bij de aanleg en reparatie van spoorlijnen en was enige jaren de Nederlandse vice-consul in Johannesburg (vanaf 1896).

Naar Nederland In 1902 is hij voorheen opdracht van de Nederlandse overheid naar Suriname gegaan. In 1904 was hij weer in Nederland om zich bezig te houden met een stoomtram bij Ermelo. In de zomer van 1908 ging hij naar Singapore om voor een Amsterdams syndicaat een onderzoek in te stellen in zake afvoer en afzet der Tjenako kolenmijn op Sumatra (in de buurt van de Cenako-rivier ten zuidoosten van Pangkalan Kasai in de provincie Riau).

In 1904 heeft hij een onderzoek gedaan naar elektrische tramwegen voor de gemeente 's-Gravenhage

In 1909 was hij ook bestuurder bij de Noord-Zuid-Hollandsche tramweg maatschappij, in 1911 werd hij daar commissaris. Onder zijn leiding kreeg de maatschappij een concessie voor een tramweg van Leiden naar Katwijk en van Rijnsburg naar Noordwijk.

Hij is ook commissaris geworden van de Nederlandse Bank voor Zuid-Afrika. Hij is dat ten minste tot 1944 gebleven.

Nederlands Indië In 1914 kreeg hij de opdracht van de hout exploitatie maatschappij Noord Si-Maloer in Nederlands-Indië om een exploitatieplan te maken. Hij bezocht de concessies. Het bleek toen, dat aan het opmaken van een plan van exploitatie, uitgebreid met opmetingen van het terrein en nauwkeurige bepaling van het houtbestand vooraf moesten gaan, de voorhanden gegevens en rapporten waren daartoe onvoldoende. Daarom werd daar onmiddellijk mee aangevangen. De opmetingen vereisten veel meer tijd, dan aanvankelijk werd verwacht, maar de directie vond het toch noodzakelijk om dit eerst af te ronden.

In maart 1919 komt hij vanuit Nederlands-Indië weer naar Nederland waar hij in opdracht van de dienst voor Waterkracht en Electriciteit hij de de Bem-Bremvallei in de Kajan-rivier op Borneo heeft geëxploreerd. Dit onderzoek was met het oog om de bruikbaarheid van deze energiebron voor de stikstof industrie te onderzoeken, en gevonden werd dat men hier met een minimum productie van enige honderden m3 maar een valhoogte van slechts enige tientallen meters te doen had, dus laagdrukwerken van 50 a100.000 P.K. kon hebben, maar zoveel achter elkaar, dat men in het geheel op ettelijke honderdduizenden P.K. zal kunnen rekenen.

Opdrachten voor de Nederlandse overheid In 1914 was hij korte tijd belast met het beheer over het Rijksbureau voor distributie van graan en meel. Hij stopte hiermee omdat hij zich voor dat beheer niet meer beschikbaar kon stellen wegens hervatting van zijn particuliere werkzaamheden, in verband waarmee hij begin februari 1915 een reis naar Amerika ging maken. Dit was in opdracht van het ministerie landbouw, nijverheid en handel om daar de Nederlandse belangen te behartigen ten opzichte van het verkeer met Amerika en de export van daar naar Nederland en te trachten het verkeer en de export weder in goede banen te leiden. (Door het uitbreken van de 1e Wereldoorlog was deze handel stil gevallen). In Amerika moest hij met name de import van voedselgewassen veilig stellen, zie hiervoor ook zijn publicatie van 1917. miniatuur|De expeditie van 1918 op Borneo

Overige opdrachten In de periode van 1910-1935 heeft hij veel opdrachten uitgevoerd voor de exploratie van grondstoffen. Te noemen zijn:

Onderzoek te Cobalt (Canada) naar waterkracht en elektriciteit voor Van Oss & Cie, 1910 Onderzoek in Oklahoma (U.S.A.) naar de bedrijfsvoering van Culman Coal and Coke Company voor Nederlandse geïnteresseerden, 1910 Onderzoek in Buffalo naar de International Traction Company voor Patijn, Van Notten en Co. Oktober 1910 Onderzoek in Oklahoma naar de Southern Iron Steel Corporation voor Ad. Boissevain en Co. 1910 Onderzoek in Grozny (Kaukasus, Rusland) voor de Koninklijke Nederlandsche Petroleummaatschappij. Juli - september 1911 Petroleumonderzoek in Mexico voor de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij. 1912 Memoranda voor de burgemeester van Batavia inzake de elektrische tramwegen aldaar. 1921, 1926 Onderzoek in Zuid-Afrika naar het tramwegwezen aldaar. 1923 Het impregneren van grond met asfaltemulsies, onderzoek voor Bataafsche Petroleummaatschappij. 1935 Bezoek Langunillas (Maracaibo) 1929-1930 Adviezen over havenaanleg in Hartburg en Blexen voor de maatschappij Rhenau-Ossag. 1930 Onderzoek naar grondboringen van Diadema Argentina voor olie-exploitatie voor de Bataafsche Petroleummaatschappij. 1931

In het voorjaar van 1925 heeft hij met de zakenman Eduard Bierens de Haan een reis gemaakt naar Syrië en Perzië. Hiervan is een fotoalbum beschikbaar.

Hij was in vanaf 1910 lid van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap en lid van het Historisch Genootschap.

Na zijn overlijden in Bloemendaal is hij begraven in Utrecht.

Het persoonlijk archief van Van Eelde is beschikbaar in het Nationaal Archief.

Publicaties van Van Eelde

- Deel 2:

Categorie:Nederlands waterbouwkundige Categorie:Nederlands spoorwegingenieur