Léon Maskens (Brussel, 7 april 1844 – aldaar, 24 januari 1911) was een Belgisch diplomaat.

Biografie Familie Léon Maskens was een zoon van Louis Maskens, advocaat, gemeenteraadslid van Brussel en bestuurder van de Bank van de Generale Maatschappij van België, en Victorine Prévinaire. Hij trouwde in 1875 in Brussel met zijn nicht Valentine Maskens (1857-1932), dochter van Charles Maskens, advocaat bij het Hof van Cassatie, en zus van Paul Maskens, eigenaar van de Villa Paul Maskens in De Panne, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog de koninklijke familie verbleef. Ze kregen een zoon en een dochter. Simonne Maskens (1876-1946), grootmeesteres van het hof van koningin Elisabeth en koningin Astrid, trouwde in 1903 in Brussel met graaf Georges della Faille de Leverghem (1869-1944), diplomaat, zoon van graaf Charles della Faille de Leverghem, senator. Ze kregen twee zoons, maar zonder nakomelingen. Charles Maskens (1880-1937), diplomaat, trouwde in 1921 met Marcelle Feyerick (1893-1981), dochter van Léon Feyerick, provincieraadslid van Oost-Vlaanderen, en kleindochter van graaf Oswald de Kerchove de Denterghem. Ze kregen een zoon, met afstammelingen tot heden. Hun kleinzoon Charles Maskens trouwde met Colienne Boël, kleindochter van graaf René Boël.

Loopbaan Léon Maskens behaalde in 1867 het diploma van doctor in de rechten. Een jaar later trad hij in dienst van Buitenlandse Zaken. Hij werd attaché op de centrale administratie in Brussel en vervolgens ambassadesecretaris bij de Heilige Stoel (1869), de centrale administratie (1870), Florence (1871), Wenen (1871), Stockholm (1872) en Parijs (1877) en ambassaderaad in Berlijn (1880) en Parijs (1885).

In 1888 verhuisde hij met de rang van minister-resident en de titel van consul-generaal naar Caïro. In 1893 promoveerde hij tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister.Jan VANDERSMISSEN en Christophe VERBRUGGEN, 'Governing Belgian Expansionism in Egypt. The Practice of Interlocking Directorates (1893-1947)', in Journal of Belgian History 53, nr. 3, 2023, 21. Hij speelde een sleutelrol achter de schermen in dossiers rond Belgische economische belangen in Egypte, waaronder de Tramways d'Alexandrie en de Banque industrielle d'Égypte. In de zaak-Philippart, een ophefmakend schandaal rond de Tramways d'Alexandrie, werkte hij samen met Maurice Joostens mee aan de eliminatie van Édouard Otlet en voer een nadrukkelijk pro-Britse koers, tevens ten voordele van de ambities van koning Leopold II en zakenman Édouard Empain.Luc DE RYCK, 'Tramways d'Alexandrie. Een Belgische onderneming in Egypte. Een politieke ingreep in de concurrentie', in Revue belge de Philologie et d'Histoire Année 69, nr. 4, 1991, 925-955.JOOSTENS (Maurice), Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen. Hij verschafte zelf ook kapitaal voor ondernemingen in Egypte, waaronder de Société anonyme agricole et industrielle d'Egypte. Bij zijn vertrek in 1906 bedroegen de Belgische investeringen in Egypte ongeveer 200 miljoen frank.Maria DE WAELE, 'Een verwaarloosd aspekt van de Belgische buitenlandse politiek. De Belgische interesse voor de voogdij over Palestina (1914-1918)', in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 1976, nr. 1-2, 89, 93. 32 Belgische of Belgisch-Egyptische ondernemingen waren in het land actief.Uri M. KUPFERSCHMIDT, Henri Naus Bey. Retrieving the Biography of a Belgian Industrialist in Egypt, Brussel, Royal Academy for Overseas Sciences, 1999, 29.

Van 1906 tot 1910 was hij buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister in Rome.

Literatuur Gaston BRAIVE en Istvan MONDOVITS, 'Le corps diplomatique et consulaire belge en Italie (1830-1914)', vol. 3, in Risorgimento. Bulletin semestriel publié par le comité belge de ristituto per la Storia del Risorgimento italiano 13, nr. 1, 1970, 37-39.

Categorie:Belgisch ambassadeur