Cornelis (de) Visscher (Haarlem, ca. 1628–1629 – Amsterdam, begraven 16 januari 1658) was een Noord-Nederlands graveur, tekenaar en schilder uit de zeventiende eeuw.
Visscher werd geboren te Haarlem, waarschijnlijk in 1628 of 1629. Hij was een broer van Johannes en Lambert Visscher. Over zijn ouders is weinig bekend, maar zijn vader was vermoedelijk ingeschreven bij het Sint-Lucasgilde. Visscher was rooms-katholiek.
Hij was van 1647 tot 1649 in de leer bij Pieter Claesz. Soutman. In de jaren 1649 en 1650 werkte hij met hem samen. In 1653 werd hij als meester — vermoedelijk als meesterszoon — toegelaten tot het Sint-Lucasgilde te Haarlem; hij bleef in die stad tot omstreeks 1655 als kunstenaar werkzaam. Daarna vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij drie jaar later overleed.
Cornelis Visscher was actief als prentkunstenaar, schilder en tekenaar. Tot zijn leerlingen behoorden Jan Aelbertsz. Riethoorn en Cornelis van Dalen (I). Visscher vervaardigde portretten, historiestukken, landschappen en genrestukken, en maakte daarnaast devotieprenten. Tot zijn bekendste portretten behoren die van dichter Joost van den Vondel (1657) en kalligraaf Lieven Willemsz. Coppenol (1658). Ook portretteerde hij onder meer dominee Petrus Isbrandi. Volgens Arnold Houbraken was de verzamelaar Jeronimus Tonneman in het bezit van veel van zijn tekeningen.Jeronimus Tonneman. RKD — Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Geraadpleegd op 26 februari 2026
Visscher werd circa dertig jaar oud.
Categorie:Nederlands tekenaar Categorie:17e-eeuws kunstenaar