miniatuur|Romereis van Hendrik VII en Margaretha: heenreis (1310) met beklimming en afdaling van de Alpen Gilles de la Marcelle (Haspengouw, tussen 1270 en 1280 - Luik, 7 augustus 1337) was kanunnik van het kathedraalkapittel van Sint-Lambertus in Luik, hoofdstad van het prinsbisdom Luik. Luik was een land binnen het Heilige Roomse Rijk.
Hij was boekhouder van Margaretha van Brabant, gravin-gemalin van Luxemburg en Rooms-Duits koningin-gemalin, en nadien boekhouder en schatbewaarder van de gemaal de Rooms-Duitse keizer Hendrik VII van het huis Luxemburg.
Levensloop In 1310 was de la Marcelle in Luxemburg werkzaam als geestelijke. Hij had de taak de boekhouding bij te houden van Margaretha van Brabant. Datzelfde jaar vergezelde Margaretha haar man Hendrik VII naar Rome. De la Marcelle trok met haar mee. Hendrik VII was vergezeld op de Rometocht door edelen, onder hen zijn neef Theobald van Bar, prins-bisschop van Luik. Terwijl de edelen het beleg van Brescia voerden (juni tot september 1311), stelde de la Marcelle het financieel bilan op van het hof van de koningin op. Het ging om de financiën voor de periode oktober 1310 tot mei 1311.
Op 14 december 1311 stierf koningin Margaretha in Genua. Hendrik VII benoemde de la Marcelle als zijn boekhouder in februari 1312. Dit moment viel tussen Hendriks kroning tot koning van Italië (januari 1311) en de keizerskroning. Op 28 juni 1312 was de la Marcelle aanwezig in de Sint-Janskathedraal van Lateranen in Rome op de keizerskroning. De la Marcelle stelde het financieel bilan op van het keizerlijk huis voor de periode februari 1312 tot februari 1313. Hij had hierbij de hulp van meerdere klerken, van wie sommigen uit het Luikse waren.
Al die tijd volgde hij keizer Hendrik VII op zijn reis door steden in Italië. In juli 1313 verklaarde de keizer in Pisa dat de la Marcelle bevoegd was om zijn goudstukken en juwelen die in de kathedraal ter bewaring lagen tijdens de Romereis, te beheren. Hij was de schatbewaarder.
Op 24 augustus 1313 stierf keizer Hendrik VII onverwacht in Buonconvento. De la Marcelle verloor het ambt van schatbewaarder en keerde naar Luik terug.
Daar werkte hij nog meer dan twintig jaar als kanunnik. Zijn woning aan de Maas was naast deze van Jan van Hocsem, proost van het Sint-Lambertuskapittel en kroniekschrijver. Van Hocsem schreef de verhalen van de Rometocht op zoals de la Marcelle hem vertelde. Zijn relaas tezamen met de boekhouding leidden er zo toe dat details bewaard bleven over het leven aan het keizerlijk hof. Zo is de la Marcelle de enige bron die de omstandigheden van de dood van Theobald van Bar brengt (1312): de prins-bisschop stierf in een straatgevecht in Rome door aanhangers van Robert van Anjou, de koning van Napels. Deze was jaloers op de keizerskroning van de Luxemburger Hendrik VII.
Categorie:Persoon in het prinsbisdom Luik Categorie:Zuid-Nederlands kanunnik (voor 1830) Categorie:Persoon in de 14e eeuw