De Chrodoara-sarcofaag is een gebeeldhouwde sarcofaag uit de vroege achtste eeuw in de Collegiale Sint-Joris-en-Sint-Odakerk in de Belgische stad Amay. De lege sarcofaag bevatte ooit het stoffelijk overschot van Chrodoara (Oda) van Amay. Het laat-Merovingische kunstvoorwerp is uniek in zijn soort in Noordwest-Europa en staat op de lijst van roerend cultureel erfgoed van de Franse gemeenschap in België. 'Sarcophage de Chrodoara' op patrimoineculturel.cfwb.be, geraadpleegd 26 februari 2026.

Geschiedenis Op 22 januari 1977 deden archeologen een spectaculaire ontdekking bij een opgraving in de parochiekerk, vroeger kapittelkerk van Amay, een kleine stad aan de Maas, vlak bij Hoei. Drie meter onder het priesterkoor van de kerk, voor het hoofdaltaar, werd een trapeziumvormige kalkstenen sarcofaag ontdekt, waarvan het deksel rijk versierd was met reliëfs en inscripties, waaruit bleek dat de leeg aangetroffen sarcofaag het stoffelijk overschot had bevat van een dame met de naam Chrodoara. De vondst werd gedaan door een viertal archeologen van de Cercle archéologique d'Hesbaye-Condroz: Jacques Willems, Eugène Thirion, Thomas Delarue en Freddy Ligot. Eerstgenoemde publiceerde een jaar later een rapport over de opgraving.

De ontdekking leidde tot een heroverweging van de tot dan toe bekende bronnen met betrekking tot de familie van deze Chrodoara: In het testament van Adalgisel Grimo, geschreven in 634, wordt vermeld dat zijn tante, wier naam niet wordt genoemd, begraven ligt in de kerk van Amay. Dit is de vroegst bekende vermelding van de Sint-Joris-en-Sint-Odakerk en van een edelvrouw die daar begraven zou liggen, wat door de vondst van de sarcofaag werd bevestigd. In de kroniek van Sigisbert van Gembloers uit het begin van de twaalfde eeuw wordt de echtgenote van hertog Boggis (of Bodogisel) van Aquitanië, de heilige Oda van Amay, herdacht in het jaar 711.<ref>De Latijnse tekst luidt: Sancta Oda, uxor Boggis ducis Aquitanorum, sanctitate claret in Gallia, quae aecclesias Dei sua ditavit munificentia, et moriens in Leodicensi quievit parochia'''. Vertaling: "De heilige Oda, echtgenote van Boggis, hertog van Aquitanië, in Gallië bekend om haar heiligheid. Ze verrijkte de kerken van God met haar vrijgevigheid en stierf in de Luikse parochie, waar ze rust vond."</ref> Het jaartal 711 stemt niet overeen met andere bronnen over Boggis en Oda. Een iets latere twaalfde-eeuwse bron, de Vita Landiberti episcopi Traiectensis (Leven van bisschop Lambertus van Maastricht) door de Luikse kanunnik Nicolaas, beschrijft hertog Boggis van Aquitanië en zijn weduwe Oda van Amay in meer detail.Oda [...] Bohggis Aquitanorum ducis recens defuncti vidua, ofwel: "Oda, weduwe van de onlangs overleden hertog Bohggis van Aquitanië". Oda wordt hier aangeduid als amita, dat wil zeggen Lamberts tante van vaderskant, die kerkelijke instellingen uit haar rijkdom begiftigde. Dat laatste lijkt bevestigd te worden door het langere opschrift op de sarcofaag. De Vita sanctae Odae vidua (Leven van de heilige weduwe Oda), geschreven rond 1245, vermeldt eveneens dat Oda de vrouw was van hertog Boggis. Na de vroege dood van haar man nam ze haar rouwsluier af en gebruikte ze haar rijkdom om op haar landgoederen verschillende kerken te stichten, waaronder de kerk in Amay, waar ze na haar dood werd begraven en een bijzondere verering genoot. Ook dit wordt (deels) bevestigd door het opschrift op de sarcofaag.

De plaats waar de sarcofaag werd gevonden, midden in het koor voor het altaar, is de plaats waar men het graf van de stichter van een kerk zou verwachten. Uit onderzoek is duidelijk geworden dat Chrodoara identiek is aan Oda van Amay. : 'Le Sarcophage de Sancta Chrodoara en l'eglise collegiale Saint-Georges d'Amay'. Amay 1978 (Cercle Archéologique Hesbaye-Condroz, 15). , 'Le sarcophage de Sancta Chrodoara à Saint-Georges d'Amay. Essai d'interprétation d'une découverte exceptionnelle'. In: Comptes-rendus des seances de l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres, jrg. 123, nr. 1 (1979), pp. 10-31. (persee.fr) De heilige werd eeuwenlang onder haar gelatiniseerde bijnaam vereerd en haar eigen naam geraakte in vergetelheid.

Wanneer de stoffelijke resten van Chrodoara/Oda uit de sarcofaag zijn verwijderd is niet met zekerheid te zeggen. Mogelijk gebeurde dat pas in het derde kwart van de twaalfde eeuw toen het eerste reliekschrijn van Sint-Oda gereed kwam. Van dit schrijn resteren slechts de twee puntgevels in de collecties van het British Museum in Londen en het Walters Art Museum in Baltimore. Minder dan een eeuw later werden de relieken opnieuw overgeplaatst naar het nog bestaande Odaschrijn. Een tweetal kostbare doeken uit dit schrijn bevinden zich tegenwoordig in de schatkamer van de kathedraal van Luik.

Beschrijving thumb|Inscripties op de Chrodoara-sarcofaag, hier gefotografeerd bij het Akense gipsafgietsel, waar het paneel met de langere inscriptie is losgekoppeld van de sarcofaag De sarcofaag is gehouwen uit Savonnièressteen, een kalksteen uit het Jura-tijdperk, die weinig schelpen bevat en daarom zeer bruikbaar is voor sculpturen. Het object is 1,84 meter lang. De breedte loopt taps toe van ca. 57 cm aan het hoofdeinde tot ca. 30 cm aan het voeteneinde. De maximale hoogte is 71 cm. De hoogte van het deksel loopt eveneens taps toe, van ca. 40 cm aan het hoofdeinde tot ca. 20 cm aan het voeteneinde. Het deksel van de sarcofaag is rijk versierd, zowel aan de bovenzijde als aan de zijkanten. De bovenzijde toont het portret van een vrouw, die door de inscriptie bovenaan wordt geïdentificeerd als S[an]C[t]A CHRODOARA (Latijn voor "heilige Chrodoara"). Ze is afgebeeld als abdis, in lang gewaad met hoofddoek en een abtsstaf in haar hand.Mogelijk is de afgebeelde staf geen abtsstaf maar een wandelstok of kruk. In de oudste vita van de vierde-eeuwse bisschop Maximinus van Trier wordt melding gemaakt van een vrouw genaamd Rodoara die in de zevende eeuw naar Trier kwam om Sint-Maximinus om hulp te smeken vanwege een verlamming van haar been of voet. De op de sarcofaag afgebeelde stok zou dan verband kunnen houden met die aandoening (hoewel Maximus haar daarvan genezen zou hebben). De zijkanten van het deksel en delen van de bovenkant zijn versierd met vlechtbandornamentiek. Een meer gedetailleerde inscriptie op de zijkant van het deksel aan het hoofdeinde geeft een verdere beschrijving van de overledene:

Kunsthistorische betekenis Beeldhouwkunst uit de achtste eeuw is in het Rijn-Maasgebied nauwelijks bewaard gebleven, ondanks het feit dat deze regio de bakermat was van de Karolingen, die in de loop van die eeuw definitief de macht in het Frankische rijk overnamen en waar Karel de Grote aan het einde van de eeuw zijn Akense koningspalts zou bouwen.

Trapeziumvormige sarcofagen uit de achtste of negende eeuw worden regelmatig aangetroffen in het gebied aan de bovenloop van de Maas en de Moezel, echter meestal onversierd. Met beeldhouwwerk versierde sarcofagen zoals in Amay zijn een zeldzaamheid. Twee andere voorbeelden zijn de zeer eenvoudige gedecoreerde sarcofaag van Willibrord in de abdij van EchternachZie foto op Wikimedia Commons. en een met een gestileerde menselijke figuur versierde grafsteen uit Faha-Mettlach in Saarland.

thumb|Gipsafgietsel Chrodoara-sarcofaag (links) en achtste-eeuws reliëf uit Maastricht in het Centre Charlemagne in Aken (2022) Een kunstvoorwerp uit de Maasvallei dat stilistisch verwant is met de sarcofaag van Chrodoara is een in stukken gebroken reliëf uit Maastricht. De drie brokstukken waren vermoedelijk onderdeel van een koorafscheiding of doksaal in de laat-Merovingische Sint-Servaaskerk in Maastricht. De fragmenten werden tijdens de grote kerkrestauratie in 1991-93 gevonden onder de kerkvloer vlakbij het priesterkoor. Het reliëf dateert volgens de archeoloog en kunsthistoricus Titus Panhuysen uit ca. 700-750. Het toont de Bijbelse thema's van de Vlucht naar Egypte en de Kindermoord te Bethlehem. De enigszins grove weergave van de menselijke figuren in zeer vlak bas-reliëf met diepe insnijdingen lijkt enigszins op de figuur van Chrodoara op de sarcofaag.

De vlechtmotieven op het voeteneinde en aan de zijkanten van het sarcofaagdeksel zijn terug te vinden in beeldhouwwerk uit die periode elders in West-Europa, onder andere in Echternach en Metz. (2014): 481-888 - La France avant la France, p. 250. Parijs, Editions Belin. . In het Luikse museum Grand Curtius bevindt zich de zogenaamde boog van Glaaien (arc de Glons), afkomstig uit de kerk van Glons (Nederlands: Glaaien). Van de zevende-eeuwse triomfboog resteren vijf boogsegmenten met reliëfs bestaande uit planten- en vlechtmotieven. 'Cinq claveaux ornés et deux pierres dédicatoires de Glons' op patrimoineculturel.cfwb.be, geraadpleegd 26 februari 2026. In Scandinavië handhaafde het vlechtbandmotief zich tot de elfde eeuw in de Jellingestijl, zoals onder andere te zien is op de Maastrichtse Vikinghoorn.

Dat de Chrodoara-sarcofaag een iconisch kunstvoorwerp is, moge blijken uit het feit dat er diverse studies aan gewijd zijn (zie Literatuur), dat er ten minste twee gipsafgietsels van gemaakt zijn (in de Afgietselwerkplaats van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel en in het Centre Charlemagne te Aken) en niet in het minst door de opname van de sarcofaag in de lijst van roerend cultureel erfgoed van de Franse gemeenschap in België (Liste des biens classés de la Communauté française) in 2010.

Zie ook Odaschrijn Boog van Glaaien

Literatuur (1978): Le Sarcophage de Sancta Chrodoara en l'eglise collegiale Saint-Georges d’Amay. Amay, Cercle Archéologique Hesbaye-Condroz, 15 (1979): 'Le sarcopharge de Sancta Chrodoara à Saint-Georges d'Amay. Essai d'interprétation d'une découverte exceptionnelle', in: Comptes-rendus des séances de l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres, jrg. 123, nr. 1, pp. 10–31 (online tekst op persee.fr) (1997/2006): Le sarcophage de Sancta Chrodoara. 20 ans après sa découverte exceptionnelle. Actes du colloque international d'Amay 30 août 1997. Amay, Cercle Archéologique Hesbaye-Condroz 25, 2000–2001

Externe link 'De sarcofaag van de heilige Chrodoara' op kikirpa.be''

Categorie:Sarcofaag Categorie:Kunst van de 8e eeuw Categorie:Christelijke kunst Categorie:Archeologische vondst in België Categorie:Beeldende kunst in Wallonië Categorie:Cultureel erfgoed in Wallonië Categorie:Amay