Colton Greene (South Carolina, 7 juli 1833 – Memphis, 23 september 1900) was een Amerikaans groothandelaar, politicus en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in de Missouri State Guard als brigadgeneraal en als kolonel in het Confederate States Army.

Vroege jaren Colton Greene werd geboren op 7 juli 1833 in South Carolina.Allardice, "Confederate Colonels". Allardice, "More Generals", p. 105. Is er weinig bekend over zijn ouders, zijn jeugd of hij ooit huwde. Hij was zeer gereserveerd wanneer het over zijn verleden ging. Hij zou tijdens een duel een man hebben doodgeschoten en naar het westen zijn gevlucht. Wat wel zeker is dat hij in 1857 in Saint Louis, Missouri woonde. Greene zette zich in voor de Democratische Partij. Hij verzamelde een fortuin als groothandelaar voor kruidenierszaken.Allardice, "More Generals", p. 104. In 1860 werd Greene een zakenpartner bij Hoyt & Co.Allardice, "More Generals", p. 105.

Amerikaanse Burgeroorlog Net voor de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak was Greene actief in de pro-secessie-beweging in Missouri. In 1861 werd hij aangesteld als aide-de-camp van de pro-Zuidelijke gouverneur Claiborne Jackson met de rang van kapitein.Eicher(2), p. 266.

Als kapitein in de Missouri State Guard werd Greene samen met kapitein Basil W. Duke naar Montgomery, Alabama gestuurd, de toenmalige hoofdstad van de Geconfedereerde Staten van Amerika, om president Jefferson Davis om artillerie te vragen. Ze hoopten met deze versterkingen het federaal arsenaal in Saint Louis te kunnen veroveren. Ze arriveerden echter te laat en hun kanonnen werden veroverd voor de Noordelijken. Ondanks deze tegenslag hielp hij gouverneur Jackson om nieuwe troepen te rekruteren en te trainen in en rond Jefferson City. Hij werd naar Arkansas en Richmond, Virginia gestuurd om steun te vinden voor de herovering van Missouri die grotendeels in Noordelijke handen was gevallen.

Op 10 augustus 1861 maakte Greene deel uit van de staf van brigadegeneraal James H. McBride en kreeg hij zijn vuurdoop tijdens de Slag bij Wilson's Creek. Op 28 oktober werd Greene bevorderd tot kolonel in de Missouri State Guard en aangesteld als assistent adjudant-generaal voor het 7th District in Missouri, die onder leiding van McBride stond. Toen McBride begin 1862 ziek werd, werd Greene aangesteld als zijn vervanger om het district te leiden en werd hij bevorderd tot brigadegeneraal. De verschillende eenheden in zijn district reorganiseerde hij in een brigade die uit twee regimenten bestond. Met zijn brigade nam hij op 7 en 8 maart 1862 deel aan de Slag bij Pea Ridge waar de Zuidelijken een nederlaag leden. Zijn brigade maakte deel uit van de divisie onder leiding van generaal-majoor Sterling Price.Eicher(1), p. 186.

Na de gevechten bij Pea Ridge trok Greene zich samen met Price terug naar Mississippi. Hij vroeg en kreeg de toestemming om in Missouri nieuwe rekruten te ronselen. In het najaar had hij met deze vrijwilligers een cavalerie-eenheid opgebouwd en getraind die op 4 november 1862 werden opgenomen in het Confederate States Army als de 3rd Missouri Cavalry. Greene werd verkozen tot hun kolonel. Zijn regiment werd ingedeeld in de divisie van generaal-majoor John S. Marmaduke van het Army of the West. Op 7 november nam hij deel aan de Slag bij Clark's Mill. thumb|left|300px|alt=Map of the battlefield, including troop positions. The Union lines form a ring around the city of Helena, with their backs to the Mississippi River. Confederate troops attack from multiple angles.|Kaart van de Slag bij Helena in Arkansas

In 1863 voerde hij een cavaleriebrigade aan tijdens de Slag bij Helena op 4 juli. Daarna nam Greene in 1864 deel aan de Red Riverveldtocht. Met zijn eenheden nam hij op tegen de Noordelijk strijdmacht die via Arkansas het offensief van generaal-majoor Nathaniel P. Banks ondersteunde. Tijdens de Slag bij Poison Spring, op 18 april 1864, had Greene het bevel over de reserve-eenheden. Hij kon een gat in de Zuidelijke slaglinie dichten en zo de Noordelijke defensieve linie overrompelen. Na de gevechten werden de Zuidelijken beschuldigd van het doden van Afro-Amerikaanse soldaten die zich hadden overgegeven.Eicher(1), p. 653.

Zijn brigade bestond uit het 3rd, 4th en 8th Missouri Cavalry Regiments en Harris Missouri Battery die deel uitmaakte van Marmadukes divisie in het Army of Arkansas onder leiding van luitenant-generaal Edmund Kirby Smith. Op 30 april 1864 nam hij deel aan de Slag bij Jenkins' Ferry waar hij 7 gesneuvelden en 43 gewonden te betreuren had.

Op 6 juni 1864 probeerde Greene een Noordelijke opmars bij Old River Lake tegen te houden. Hij verloor bijna 100 soldaten. Kort daarop werd hij gearresteerd en voor de krijgsraad gebracht wegens insubordinatie. Hij had geweigerd om zijn pakezels af te staan. Greene werd echter vrijgesproken en kon terugkeren naar zijn brigade. Hij nam deel aan Prices raid waar hij enkel het bevel had over zijn oud regiment. Marmaduke was gepromoveerd en had brigadegeneraal John Bullock Clark, Jr. in zijn plaats benoemd. Toen ook Clark een divisie kreeg, werk Greene opnieuw aangesteld als bevelhebber van zijn oude brigade.Allardice, "More Generals", pp. 104-5.

Latere jaren Na het einde van de oorlog in 1865 keerde Greene terug naar Saint Louis. Daar stelde hij vast dat zijn partner Stephen Hoyt zijn bedrijf en eigendommen had toegeëigend. Greene trok naar Memphis waar hij werk vond als bankier en verzekeringsmakelaar voor de Knickerbocker Life Insurance Company of New York. In 1871 richtte Greene zijn eigen verzekeringsmaatschappij op en kort daarop de State Savings Bank of Memphis. In 1886 financieerde hij de eerste openbare watermaatschappij van de stad. Hij organiseerde eveneens de eerste Mardi Gras in Memphis en was een van de stichtende leden van de Memphis Public Library.

Colton Greene overleed op 23 september 1900 in Memphis en werd begraven op het Elmwood Cemetery.

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog zonder officiële bevestiging (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten