Portret van de eend Sijctghen is een schilderij van de Nederlandse kunstschilder Aelbert Cuyp, uit circa 1647, olieverf op doek. Het beeldt de eend Sijctghen af met drie van haar eieren. Het doek bevat ook een gedicht met gekalligrafeerde letters. Het schilderij is sinds 2004 onderdeel van de collectie van het Dordrechts Museum.Dirk Geirnaert. Een filologische kijk op Portret van de Eend Sijctghen van Aelbert Cuyp. 2024. Trouw aan de tekst. Historische letterkunde in de praktijk. Uitgever Verloren, Hilversum. p. 134-142. Verder in het verleden is het in bezit geweest van de familie Veth.Portret van de eend Sijctghen. Sander Paarlberg. Vereniging Rembrandt

De liefde die de eigenaar had voor Sijctghen, maakt de eend en haar portret opmerkelijk. Er zijn maar weinig dieren uit haar tijd waarvan we weten dat ze een naam, gedicht en geschilderd portret kregen. Bovendien werd Sijctghen oud voor een eend. Eenden worden gemiddeld 10 jaar, wat Sijctghens 23 jaren uitzonderlijk veel maakt.

Er is een tweede versie van het schilderij, wat zich in een particuliere Engelse collectie bevindt. Dit schilderij heeft een iets andere compositie, en de spelling van het gedicht verschilt.Sijctghen, beschouwing van een schilderij van Aelbert Cuyp door dr. Jan Veth. Elsevier Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 31 (1921) Er werd een tijd gedacht dat dit schilderij een latere kopie zou zijn van een andere schilder, maar tegenwoordig wordt het wel gezien als een werk van Cuyp.

Afbeelding De eend Sijctghen is op het schilderij levensecht weergeven. Hoewel er verder weinig is om ruimte te definiëren, zorgen de eieren tussen de strooitjes voor diepte. Portret van de eend Sijctghen door Aelbert Cuyp. Dordrechts Museum Cuyp is vooral bekend door zijn landschapsschilderijen met vee, en zijn portretten. Zijn twee kanten komen samen in het portret van de eend Sijctghen.

Gedicht Het schilderij is vergezeld door een gedicht, geschreven vanuit het perspectief van de eend Sijctghen. Het eerste deel van het gedicht is afkomstig uit 1647. Een tweede vers, niet meer in de ik-vorm, werd toegevoegd in 1650 na de dood van Sijctghen. Versie A Ick ben gebroet te wercken. dam kwas Jonck en goet doen ick hier quam in voogelen borch. sonder te paeren heb ick geleeft, wel twintich Jaren wel hondert eijers tsJaers geleijt daerom ben ick geconterfeijt gebroocken beennen: tooch wt geneesen gesondt en bont is noch mijn weesen En als ick sijctghen steruen sal soo schrijft hoe out en tJaer getal 1647

anno vijftich dartich daeghen in october hoort men claeghen sijctghen doot dit is al waer out zijnde drijen twintich Jaer 1650.Versie B Ick ben gebroet te wercken. dam k'was Jonck en goet. doen ick hier quam In voogelen borch sonder te paeren heb ick geleeft wel twintich Jaren wel hondert eijers tsJaers geleijt daerom ben ick geconterfeijt gebroocken beenen. tooch wt genesen gesont en bont is noch mijn wesen en als ick sijctghen steruen sal soo schrijft hoe out, en tJaer getal 1647

Anno. vijftich dartich dagen in. october hoort. men klaghen sijctghen doot dit is al waer out zijnde drijen. twintich Jaer 1650.

<blockquote style="font-style: italic;"> Vertaling Ik werd uitgebroed te Werkendam en als jonge, sterke eend kwam ik hier in vogelen borch. Tijdens mijn leven van u al wel twintig jaar, heb ik nooit met een woerd gepaard, en zo kon ik wel honderd eieren per jaar leggen: daarom werd ik hier geportretteerd. Ooit brak ik mijn poten, maar ik herstelde, en nog steeds ben ik gezond en bont. En als ik, Sijtje, ooit zal sterven, noteer dan hoe oud ik werd en in welk jaar dat was. In het jaar 50, op 30 oktober, hoort men klagen: Sijtje dood? Dat is helemaal waar, op de leeftijd van drieëntwintig jaar.

Het gedicht beschrijft Sijctghens levensverhaal. Ze werd in Werkendam geboren (waarschijnlijk in 1627) en is op jonge leeftijd waarschijnlijk terechtgekomen in het hofstede Vogelenborch in Deil| A. F. Verstegen. Hofstede Vogelenburch Deil. 2024. Daar paarde ze nooit en legde ze wel honderd eieren per jaar. Zelfs op twintig-jarige leeftijd bleef Sijctghen gezond, en herstelde zelfs van de keer dat haar poten braken. Dat jaar, in 1647, werd Sijctghen geportretteerd. Drie jaar later kwam Sijctghen te overlijden.

De naam 'Sijctghen' is waarschijnlijk de verkleinvorm van de vrouwennaam Seije of Sije die in de zeventiende eeuw veel voorkwam. De verkleinvorm komt echter nooit voor met een 'c'. Het is goed mogelijk dat het gaat om een foutje, en dat het eigenlijk Sijetghen moet zijn. Er zijn waarschijnlijk meer fouten in het gedicht. Zo wordt het metrum verbroken in de derde en zevende regel. Dirk Gernaert herkent in het tweede vers een mislukt chronogram. Als de 'c' van Sijctghen wordt gezien als een 'e', spellen alle Romeinse cijfers in het vers 1646. Dat komt net niet overeen met het jaartal waarin de eend overleed, maar door het vers net iets anders te formuleren, conform met spellingconventies uit die tijd, weet Dirk Geirnaert het tweede vers om te zetten naar een kloppend chronogram. Volgens Geirnaert wijzen deze fouten erop dat Cuyp zelf waarschijnlijk niet de auteur is van het gedicht.

Literatuur en bronnen

Categorie:Werk van Aelbert Cuyp Categorie:17e-eeuwse literatuur Categorie:Bekende vogel