miniatuur|280x280px|Rouwring (1800) gewijd aan de nagedachtenis van overleden kinderen Een rouwjuweel is een sieraad dat gedragen wordt als teken van rouw. Rouwjuwelen waren in Europa van oudsher onderdeel van de uitgebreide tradities en conventies rond rouw en rouwkleding. In de 21e eeuw is een rouwjuweel vooral een manier om individueel uitdrukking te geven aan verlies, of een herinnering aan een geliefd overleden persoon tastbaar te maken.
In principe kan elk type sieraad een rouwjuweel zijn: er zijn voorbeelden bekend van ringen, armbanden, halskettingen, tiara’s, broches, hangers, medaillons, oorbellen, dasspelden, manchetknopen en horlogekettingen. Kenmerkend voor rouwjuwelen zijn het gebruik van materialen als git, parels en haar, de kleur zwart, en symboliek die verwijst naar dood, afscheid en het hiernamaals.
Sieraden die specifiek als rouwjuweel waren bedoeld, ontstonden vanaf de 16e eeuw. De populariteit van rouwjuwelen bereikte een hoogtepunt in de tweede helft van de 19e eeuw. Vanaf begin 20e eeuw werd de belangstelling voor rouwjuwelen snel minder. In de 21e eeuw is er sprake van een beperkte opleving van rouwjuwelen, vooral in de vorm van crematie- of assieraden.
Verschillende typen rouwjuwelen Binnen de westerse traditie worden er vier typen rouwjuwelen onderscheiden:
Reliekjuwelen bevatten een stoffelijk overblijfsel van de overledene, zoals haar, een tand of as. Gepersonaliseerde rouwjuwelen verwijzen naar de overledene, b.v. door een gegraveerde naam, sterfdatum, of vingerafdruk. Ook een medaillon met een foto is een gepersonaliseerd rouwjuweel. Erfstukjuwelen zijn sieraden die door de overledene zijn gedragen, en door de drager zijn geërfd. Hieronder vallen ook sieraden die gemaakt zijn van (onderdelen van) geërfde juwelen, zoals een hanger gemaakt uit een trouwring. Zwarte juwelen drukken door hun kleur uit dat de drager in de rouw is. Ze verwijzen niet naar een bepaalde overledene en zijn ook niet altijd specifiek als rouwjuweel ontworpen.
In principe kan elk soort sieraad een rouwjuweel zijn: er zijn voorbeelden bekend van ringen, armbanden, halskettingen, tiara’s, broches, hangers, medaillons, oorbellen, dasspelden, manchetknopen en horlogekettingen als rouwjuweel.Rouwjuwelen hadden vooral in het verleden een sociale betekenis die verder ging dan het uiten van verdriet. Het geven of dragen van een rouwjuweel na het overlijden van een persoon bevestigde machtsverhoudingen, familiebanden en netwerken. Daarnaast kon een rouwjuweel – net als alle sieraden – een statussymbool zijn. Ook dienden rouwjuwelen als een herinnering aan menselijke sterfelijkheid en vergankelijkheid (‘memento mori’) in het algemeen. In de 21e eeuw is een rouwjuweel vooral een manier om individueel uitdrukking te geven aan verlies, of een herinnering aan een geliefd overleden persoon tastbaar te maken.
Sieraden tijdens de rouw Rouwjuwelen werden gedragen als teken van rouw. Dat betekende in het verleden niet dat alle rouwjuwelen zonder meer bij rouwkleding konden worden gedragen. Tijdens de eerste fase van de rouw (volle rouw) is alles wat glanst of glinstert verboden; men droeg bij voorkeur behalve een trouwring in volle rouw helemaal geen juwelen. In de volgende fase van de rouw waren sieraden van ongepolijst – dus niet-glanzend – git of onyx toegestaan, en ook parels en diamanten in zwarte of zilveren zettingen. In de laatste fase waren de voorschriften rond het dragen van sieraden minder beperkend.
Voor klederdrachten gelden vergelijkbare regels. In de Zeeuwse drachten worden bijvoorbeeld glanzende kralen en bloedkoralen tijdens de rouw vervangen door doffe zwarte varianten. Aan oorijzers (stikken) worden zwarte hangers bevestigd, rouwklokken genaamd. miniatuur|Rouwbroches met haar van een overledene
Gebruikte materialen Voor rouwjuwelen werden bij voorkeur materialen gebruikt in de gangbare westerse rouwkleuren zwart en wit: git, onyx, parels, diamanten, maansteen, zwart of wit email, zilver, staal en gietijzer (Fer de Berlin), zwart glas of been. Omdat in de laatste fases van de rouw paars mocht worden gedragen, werden bijvoorbeeld ook wel amethisten gebruikt.
Haar Haar werd vanaf de 18e eeuw steeds meer verwerkt in rouwjuwelen. Aanvankelijk ging het dan om één lok haar van de overledene achter glas of kwarts in een hanger of medaillon. Van lieverlee werd 'haarwerk' een steeds belangrijker onderdeel, tot het eind 19e eeuw eigenlijk kenmerkend was geworden voor rouwsieraden. Fijngeknipt haar werd verwerkt in geëmailleerde afbeeldingen en in miniaturen, en langere haren werden gebruikt om armbanden en kettingen te vlechten, of patronen te weven.
Git miniatuur|Rouwjuweel van git, 19e eeuw Git (diepzwart versteend hout) was een van de meest gebruikte materialen voor rouwjuwelen; er ontstond in de 19e eeuw een echte gitindustrie. Rond 1870 waren er in en om de Engelse plaats Whitby, waar de beste kwaliteit git werd gevonden, 1.400 mensen werkzaam in de gitverwerking, in 200 verschillende ateliers. Door de grote vraag naar git kwamen er vervangende producten op de markt, b.v. eboniet, een vroege kunststof. Geslepen zwart glas was ook een populair en betaalbaar alternatief, en stond bekend als ‘Franse git’.
In de 21e eeuw maken sieraadontwerpers en kunstenaars gebruik van alternatieve materialen voor rouwjuwelen, en soms ook van vergankelijk materiaal.
Beelden en symboliek De middeleeuwse memento mori sieraden gebruikten beelden en symboliek die onverbloemd verwezen naar sterfelijkheid en vergankelijkheid: doodshoofden, skeletten, grafkisten, urnen, zandlopers en zeisen. In de loop van de 17e en 18e eeuw werden voor rouwjuwelen daarnaast motieven als treurwilgen gebruikt, afbeeldingen van vrouwen die treuren bij een urn of graf, en de ouroboros. Ook christelijke symboliek komt vaak voor: kruis, bijbel, engel of anker. Miniaturisten tekenden met sepia of inkt uitgebreide en gedetailleerde voorstellingen voor rouwjuwelen.
In de Victoriaanse tijd werd het beeldrepertoire van rouwjuwelen uitgebreid met afbeeldingen van bomen en planten die een toepasselijke symbolische betekenis hebben. Cipres en taxus werden traditioneel geassocieerd met de dood en begraafplaatsen. Lelies stonden symbool voor reinheid, klimop voor onsterfelijkheid, en korenaren voor een voltooid leven. Viooltjes en vergeet-mij-nietjes symboliseerden herinnering.
Na de invoering van de fotografie werden portretten van de overledene in hangers en medaillons verwerkt. Daarbij ging het ook wel om foto's die na het overlijden waren genomen, vooral in het geval van kinderen.
Geschiedenis Middeleeuwen De eerste rouwsieraden waren juwelen die bezit waren geweest van de overledene, en ter herinnering aan nabestaanden werden gegeven. Ze waren niet als rouwjuweel gemaakt, maar kregen die functie. In de middeleeuwen werden daarnaast memento mori juwelen populair. Dit waren sieraden die aandacht vroegen voor de vergankelijkheid van het leven en de nabijheid van de dood. Ook deze sieraden waren niet specifiek gemaakt voor de rouw, maar na een overlijden werden ze vaak als rouwjuweel door de familie gedragen. miniatuur|Vijf rouwringen uit de periode 1745 -1810
1500-1850 In de 16e eeuw ontstonden de eerste speciaal voor de rouw ontworpen sieraden. In de 17e eeuw begon men naam of sterfdatum toe te voegen aan de rouwjuwelen: de sieraden werden meer persoonlijk. De ontwikkeling van nieuwe manieren om de doden te herdenken had ook te maken met de Reformatie. Eerder lag de nadruk bij herdenking van overledenen op het houden van missen voor hun zieleheil. Vooral rouwringen werden populair. In eerste instantie ging het om ringen die van de overledene waren geweest. Het was een statussymbool als een familie het zich kon veroorloven om ringen weg te geven. In de loop van de 17e eeuw werd het gebruikelijk dat iemand in een testament geld naliet om rouwringen te maken en uit te delen; met name vrouwen deden dit.
Behalve ringen ging men ook hangers en armbanden als rouwjuweel gebruiken. De juwelen werden verfijnder en meer gedetailleerd; er werden steeds meer en verschillende beelden en symbolen gebruikt. Begin 19e eeuw waren rouwjuwelen een wijdverspreide manier geworden om de gestorvenen te herdenken. Door de technische en economische ontwikkelingen van die tijd werden sieraden goedkoper, en konden meer mensen het zich veroorloven om rouwjuwelen te kopen.
1850-1914 miniatuur|Draaibroche: dubbelzijdige rouwbroche met ruimte voor zowel een foto als haar van de overledene. Na 1860. De populariteit van rouwjuwelen nam in de tweede helft van de 19e eeuw snel toe. Dit gebeurde het eerst in Engeland, waar koningin Victoria na het overlijden van haar man prins Albert in 1861 langdurige en demonstratieve rouw tot de norm maakte. De aandacht verschoof bij het rouwen gaandeweg van de overledene naar degene die rouwde. Vrouwen speelden een belangrijke rol in deze nieuwe, meer openlijke manier van rouwen. De etiquette rond het dragen van rouwsieraden (wat mag er in welke fase van de rouw) was net zo streng als die voor rouwkleding en het rouwproces in het algemeen. Gepolijst git dragen bij volle rouw was bijvoorbeeld een ernstig faux pas waar schande van werd gesproken.
Met de opkomst van de fotografie verdween het schilderen van rouwminiaturen als ambacht. Er kwamen ook nieuwe snufjes, zoals de draaibroche: een dubbelzijdig medaillon dat om zijn as kon draaien met aan de ene kant een foto, en aan de andere kant 'haarwerk.'
Rouw werd modeafhankelijk. Rouwkleding en accessoires veranderden per jaar en per seizoen. Er waren ook per land en regio verschillen in stijl. De Franse stijl van rouwjuwelen was rijker versierd dan de Engelse stijl. In Nederland was de stijl weer meer ingetogen dan in Engeland, en bij rouwjuwelen in Nederlandse streekdracht ontbraken persoonlijke elementen.miniatuur|Afbeelding uit het modeblad Gracieuse (1879) met midden onder 'bijouterieën van git in den rouw' links|miniatuur|De Britse premier Margaret Thatcher draagt de traditionele witte en zilverkleurige sieraden bij de begrafenis van de voormalige Amerikaanse president Ronald Reagan De Eerste Wereldoorlog betekende het einde van de demonstratieve rouwcultuur. Ook rouwsieraden verdwenen van het toneel. Wat nog rest, is het gebruik dat tijdens een zeer formele of traditionele uitvaart alleen zwarte of zilverkleurige sieraden, parels of witte stenen worden gedragen.
Rouwjuwelen in de 21e eeuw Eind 20e eeuw begon een opleving in het dragen van rouwjuwelen; het gaat dan vooral om crematie- of assieraden, een vorm van reliekjuweel. As van gecremeerden wordt verwerkt in sieraden, b.v. door een kleine hoeveelheid as in een compartiment van een ring of hanger te bewaren, of door as te verwerken in synthetische stenen. Ook worden er sieraden gemaakt waarin de gassen zijn vastgelegd die vrijkomen bij het verhitten van as, als een laatste ademtocht van de overledene.
Sieraadontwerpers worden begin 21e eeuw weer geïnspireerd door memento mori juwelen, en maken eigentijdse varianten van sieraden die verwijzen naar verlies, overlijden en rouw.
Zie ook
Assieraad
Categorie:Sieraad Categorie:Rouw