De Shanidar-Karim-Shahircultuur is een archeologische cultuur uit het proto-neolithicum die rond 9000 v.Chr. ontstond in het noordoosten van Irak (nu Koerdische Autonome Regio) en een millennium lang heeft bestaan. De bekendste vindplaatsen zijn Zawi Chemi, Shanidar, Karim Shahir, M'lefaat en Gird Chai.

Koerdistan was een van de centra van primitieve landbouw, aangezien wilde granen (vooral emmertarwe) en dieren die later van agrarisch belang zouden worden, zoals geiten en schapen, er veel voorkwamen. De domesticatie van planten leidde ertoe dat ze ook buiten hun historische thuisland werden verbouwd.

De cultuur, genoemd naar haar twee belangrijkste vindplaatsen - de Shanidargrot en Karim Shahir - is de oudst bekende proto-neolithische cultuur en dateert van vóór andere vroeg-neolithische culturen in Palestina en Anatolië. De woningen waren seizoensgebonden: in de winter woonden de mensen in grotten en in de zomer in ronde huizen met een diameter van ongeveer 4 meter, gebouwd van grote stenen.

Er zijn aanwijzingen voor de consumptie van granen (handmolenstenen). Granen (tarwe, gerst) werden mogelijk al verbouwd, maar waren nog niet volledig gedomesticeerd: de mutaties die gecultiveerde granen van wilde granen onderscheiden, hadden zich nog niet voorgedaan. Het cultuurgebied was beperkt tot de verspreiding van deze granen in het wild. Archeologen hebben vuurstenen messen, sikkels, hamers en wiggen gevonden. Wapens met een halvemaan- of driehoekige punt werd gebruikt voor de jacht. Er werd op herten gejaagd, maar later werden schapen het belangrijkste wild.

Rond 8000 v.Chr. maakte het proto-neolithicum in Irak plaats voor een nieuwe fase, het vroege neolithicum. De Shanidar-Karim-Shahircultuur werd vervangen door de meer geavanceerde Jarmocultuur.

Categorie:Neolithische cultuur in Zuidwest-Azië Categorie:Prehistorie van Irak