Wilhelmus Bont, geboren Willem De Coster (Leuven, eind 14e eeuw – aldaar, 20 juli 1454) was rector magnificus aan de Oude universiteit Leuven, kanunnik en jurist. Bont was tevens raadsheer en diplomaat van Filips de Goede, hertog van Bourgondië, alsook diplomaat van paus Eugenius IV.

De tekst van zijn debatlessen werd een eeuw later nog gepubliceerd in de republiek Venetië.

Naam Zijn naam in het Latijn was Wilhelmus Custodis alias Bont. Zijn oom Jan Bont en grootoom Wilhelmus Bont waren secretaris van de hertogen van Brabant en Bourgondië; het waren ooms langs moederszijde. De faam van de beide ooms maakte dat Wilhelmus hun naam ‘Bont’ overnam. Soms wordt hij Wilhelmus II Bont genoemd.

Levensloop Wilhelmus De Coster werd geboren in Leuven, hoofdstad van het hertogdom Brabant.

Hij studeerde aan de Sorbonne universiteit in Parijs, waar hij de graden van magister in de artes en baccalaureus in de rechtsgeleerdheid behaalde (1427). Datzelfde jaar keerde hij naar Leuven terug, alwaar de pas gestichte universiteit hoogleraren zocht. Hij kreeg een leerstoel in de faculteit Artes (1427); vanaf dan liet hij zijn familienaam De Coster definitief weg. In 1428 werd Bont decaan, doch trok naar de universiteit van Keulen. Circa 1430-1435 promoveerde hij aan de universiteit van Pavia met de academische graad van doctor in beide rechten ofwel doctor utriusque juris.

In 1435 dook Bont op in Rome. Hij was kapelaan van paus Eugenius IV en juridisch adviseur bij de pauselijke boekhouding.

Er volgde een tweede maal een aanstelling tot hoogleraar in Leuven in 1438: ditmaal aan de faculteit Kerkelijk Recht. In deze functie werd hij driemaal tot rector magnificus verkozen: in 1439, 1443 en 1448. Een jaar later, in 1449, verwierf hij de titel van professor primarius, een titel te omschrijven als senior staflid aan de faculteit Kerkelijk Recht.

Hertog Filips de Goede stuurde Bont naar Praag waar Albrecht II koning van Bohemen (en Hongarije) geworden was en, een jaar later, Rooms-Duitse koning werd (1438). Bont bleef er alles samen een half jaar. De hertog beloonde Bont met een rechterszetel in de Grote Raad van Mechelen (1440), het hoogste rechtscollege in de Bourgondische Nederlanden.

Paus Eugenius IV stuurde professor Bont naar het hertogdom Bretagne, tezamen met Robert Cavalcanti, bisschop van Volterra (1441). Hertog Jan V van Bretagne liet tegenpaus Felix V bisschoppen in Bretagne benoemen, wat Rome ontstemde. Bont en Cavalcanti brachten de relaties tussen Bretagne en Rome tot een vergelijk met het concordaat van Redon (1441).

In 1442 trok Bont naar Rome, naar paus Eugenius IV, op bevel van hertog Filips de Goede. Bont keerde naar Leuven terug met een pauselijke bul (1443): deze regelde een geldstroom van parochies in Brabant naar het kapittel van de Sint-Pieterskerk in Leuven ten behoeve van professoren. Kanunniken-professoren in het kapittel konden via prebendes een inkomen betrekken. In de jaren 1446-1447 was Bont andermaal in Rome. Paus Eugenius IV regelde een andere geldstroom: de stadsmagistraat van Leuven kon hogere inkomens toekennen aan een selecte groep kanunniken-professoren naar keuze. Dit zette kwaad bloed bij hen die de ‘oude’ lage prebendes ontvingen. Dit geschil, genaamd inaequalitas prebendarum, of ongelijkheid der prebendes, geraakte pas opgelost in 1448.

Het pauselijk hof in Rome stuurde Bont verder nog naar andere steden in Brabant, alsook naar de heerlijkheid Mechelen, om geschillen met kerkelijke belastingen juridisch te regelen.

Bont verwierf een zitje in verschillende kapittels. Zo was hij niet alleen kanunnik in de Sint-Pieterskerk in Leuven, maar ook in het Sint-Goedelekapittel in Brussel, de Sint-Pieterskerk in Anderlecht en de Sint-Lambertuskathedraal in Luik.Leuven behoorde tot het bisdom Luik, terwijl Brussel en Anderlecht tot het bisdom Kamerijk behoorden. Zie hiervoor Super universas: de hervorming der bisdommen in de Nederlanden in het jaar 1559. Bont werd bevorderd in 1440 tot vice-deken van Sint-Pieter in Leuven, en hiermee ambtshalve samengaand vicekanselier van de universiteit. Nog in 1440 benoemde de bisschop van Kamerijk hem tot aartsdiaken in het district Antwerpen. Dit alles bezorgde Bont een comfortabel inkomen. Hij kocht in Leuven twee huizen en erfde van zijn oom Jan Bont een derde huis.

Bont had zes bastaardkinderen, die allen later begunstigd werden in zijn testament, alsook hun moeder Elisabeth uten Liemingen, die zwanger was bij zijn overlijden.

Juridisch werk Bont liet een tekst na van zijn discussielessen, genaamd quodlibet. Een quodlibet was destijds een academisch debat over een controversieel onderwerp. Hij organiseerde deze aan de Faculteit der Artes. Als jurist interesseerde hij zich in de definitie van rente, dat een financiële activiteit was verboden door de Roomse Kerk. Kerkjuristen en theologen gingen in debat met Bont. Bont was voorstander van rentes, waarvoor hij zich beriep op Quodlibetum de mercimoniis et negotiationibus van Hendrik van Gent die twee eeuwen eerder leefde.

De tekst met juridische argumenten pro een rente werd na de dood van Bont gepubliceerd in Parijs (1477 en 1486), Lyon (1519 en 1535) en in Venetië (1584).

Illustraties

Categorie:Zuid-Nederlands kanunnik (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands jurist (voor 1830) Categorie:Rector van de Universiteit Leuven (1425-1797) Categorie:Voorman in het hertogdom Brabant Categorie:Lid van de Grote Raad van Mechelen Categorie:Zuid-Nederlands diplomaat (voor 1830) Categorie:Apostolisch diplomaat Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 15e eeuw Categorie:15e-eeuws wetenschapper