miniatuur|Kaart van het Camp d'Utrecht Het Camp d'Utrecht was een legerkamp van het Frans-Bataafse leger ten oosten van de Nederlandse plaats Zeist. Het kamp werd in 1804 aangelegd en herbergde op zijn hoogtepunt 18.000 soldaten. Drie jaar later werd het kamp weer verlaten.
Geschiedenis Na de Bataafse Revolutie in 1795, een mislukte Engelse invasie in 1799 en de staatsgreep van 1801, was de Bataafse Republiek een speelbal geworden van Napoleon Bonaparte. In 1804, met de dreiging van een nieuwe oorlog met Engeland, besloot Napoleon een sterk leger op te bouwen in de Republiek. De leiding over dit leger, bestaande uit Franse en Bataafse troepen, werd toevertrouwd aan de op dat moment negenentwintigjarige generaal Auguste de Marmont.
Plan Marmont arriveerde in maart 1804 in Utrecht en vatte het plan op om een legerkamp op te richten voor de troepen die tot dat moment in diverse steden waren ingekwartierd. De keuze viel op de uitgestrekte heidevelden ten oosten van Zeist, een strategische locatie van waar men gemakkelijk Utrecht en Amsterdam kon bereiken. Dit kamp, dat al snel de naam ’Camp d'Utrecht’ kreeg, zou in de daaropvolgende jaren een belangrijke rol spelen in de militaire geschiedenis van Nederland.
Marmont liet eerst een waterput graven. Toen hij zelf had geconstateerd dat het water van uitstekende kwaliteit was, gaf hij opdracht om meerdere putten te graven en de bouw van het kamp te starten.
De aanleg van het kamp Eind juni 1804 arriveerden de eerste Franse troepen onder bevel van de generaals Grouchy, Boudet en Vignolles. De Bataafse divisie stond onder bevel van generaal Dumonceau. In zijn memoires vertelt Marmont dat, nadat nauwelijks enkele dagen waren verstreken, er een enorme regenperiode aanbrak. Binnen drie dagen lagen vierhonderd man in het hospitaal. Uiteindelijk waren er vijfduizend zieken (vermoedelijk was er sprake van een griepepidemie) en aan het einde van het seizoen waren dat er nog maar driehonderd. Marmont: “Dit is te danken aan de goede leefwijze en verzorging. Nooit werden soldaten beter behandeld dan nu en de zucht naar roem en bevordering die ik bij hen wist op te wekken, maakte hen tot uitstekende manschappen.”
Duizenden soldaten, zowel Fransen als Bataven, werden ingezet om het kamp te bouwen. Tenten en later houten barakken werden opgetrokken voor de soldaten, stallen werden gebouwd voor de paarden, en wallen (‘redoutes’) werden aangelegd ter verdediging. Het kamp was verdeeld in verschillende secties. De omvang van het kamp was, volgens ooggetuigenverslagen, indrukwekkend. Op zijn hoogtepunt huisvestte Camp d'Utrecht zo'n 18.000 soldaten, waaronder twee Franse divisies en één Bataafse divisie. "Het was een stad van tenten," schreef een ooggetuige, "die zich uitstrekte zover het oog reikte.” Na de Driekeizerslag, ofwel de Slag bij Austerlitz op 2 december 1805, werd Camp d'Utrecht omgedoopt in Camp d'Austerlitz. In 1807 verbleven 3000 manschappen in het kamp en daarna werd het verlaten.
De werkelijke politieke macht lag in 1804/1805 in feite niet in Den Haag, maar op de woeste heidevelden tussen Zeist, Driebergen en Woudenberg.
Overblijfselen miniatuur|De Pyramide van Austerlitz temidden van de bossen Anno 2026 zijn er weinig overblijfselen van het kamp zichtbaar ten gevolge van grootschalige bebossing in de tweede helft van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw. Tevens heeft er bebouwing plaatsgevonden. Erfgoedinstanties zoals Stichting Lokaal Austerlitz en Staatsbosbeheer proberen de herinnering aan het kamp levend te houden door tentoonstellingen en wandelroutes langs sporen in het landschap.
Een belangrijk overblijfsel is de Pyramide van Austerlitz, een herdenkingsmonument dat Marmont door de troepen in het kamp heeft laten bouwen.
Categorie:Voormalig bouwwerk in Utrecht (provincie) Categorie:Bataafse Republiek