De Irvine-Baragarclassificatie is een indeling van extrusief stollingsgesteente op grond van chemische samenstelling. De verhouding tussen oxiden van de belangrijkste metalen bepaalt in welke serie gesteente valt. De classificatie bestaat uit drie hoofdseries, subalkalien, alkalien en peralkalien. Het meeste gesteente valt in de subalkaliene serie. Alkalien gesteente komt minder voor en peralkalien gesteente is relatief zeldzaam. De subalkaliene en alkaliene series worden verder onderverdeeld. Een voordeel van deze indeling is dat genetisch verwant gesteente meestal in dezelfde groep valt.

De classificatie werd ingevoerd door de Canadese geologen Neil Irvine en Bob Baragar in 1971.

Indeling De classificatie gebruikt een normatieve (berekende) samenstelling die gebaseerd is op de CIPW-norm. De samenstelling wordt in molaire percentages van oxiden berekend, niet in de vaak gebruikte massapercentages. Om voor de alteratie van gesteente te corrigeren worden de oxiden van waterstof (H2O) en koolstof (CO2) niet meegenomen in de berekening van het totaal (100%). Omdat ijzer tijdens alteratie vaak gereduceerd raakt, wordt de hoeveelheid ijzer herberekend aan de hand van titanium. Verder wordt normatief nefelien meegenomen in de berekening van de natrium-calciumverhouding (anorthiet / albiet) in veldspaten.

De alkalimetalen zijn het belangrijkste criterium voor de indeling. Gesteente (of lava) dat zeer rijk is in alkalimetalen valt in de peralkaliene serie. Volgens de indeling geldt voor zulk gesteente:

A > Al2O3

Waarbij A staat voor [Na2O + K2O], de som van natrium- en kaliumoxide. De alkaliene en subalkaliene series worden gescheiden door:

Si02 = - 3,3539x10-4 x A6 + 1,2030x10-2 x A5 - 1,5188x 10-1 x A4 + 8,6096x10-1 x A3 - 2,1111 x A2 + 3,9492 x A + 39,0

Als de hoeveelheid silica (SiO2) groter is valt gesteente in de subalkaliene serie. Subalkalien gesteente wordt verder onderverdeeld in kalkalkalien en tholeiitisch op grond van het gehalte ijzer en magnesium. In de tholeiitsche serie zijn de intermediaire typen gesteente relatief sterker verrijkt in ijzer. Omdat dit verschil bij felsisch gesteente, dat relatief rijk is in alkalimetaal, niet langer gemaakt kan worden wordt zulk gesteente bij de kalkalkaliene serie ingedeeld.

De alkaliene serie wordt verder ingedeeld in een nefeliniet-leucitiet-analcitietserie en een alkali-olivijn-basaltserie.

Plaats van gesteentetypen De naam van stollingsgesteente hangt volgens de IUGS-classificatie af van modale mineralogie. Daarbij bepalen de kleurindex, het volume kwarts of veldspaatvervanger en de verhouding tussen veldspaten (kaliveldspaat en plagioklaas) wat de naam is. Het meeste extrusieve gesteente valt onder de subalkaliene serie. Met afnemende hoeveelheid plagioklaas en afnemende kleurindex loopt deze serie van basalt (mafisch), andesiet, daciet naar ryoliet (felsisch).

Hoewel de alkaliene serie minder vaak voorkomt vallen veel meer gesteentenamen in deze serie. Dat komt omdat alkalien gesteente een breed spectrum aan verschillende chemische en mineralogische samenstellingen heeft. De verhouding tussen natrium en kalium heeft invloed op de naamgeving. De natriumrijke alkaliene serie bevat de gesteentetypen trachybasalt, hawaiiet, mugeariet, benmoreïet en trachiet (met afnemende kleurindex en afnemend gehalte plagioklaas). De kaliumrijke alkaliene serie loopt van trachybasalt, shoshoniet, tristaniet en latiet naar trachiet. Alkalien gesteente met een relatief hoge kleurindex dat meer dan 25% normatief olivijn bevat wordt picriet genoemd. Ankaramiet is alkalien gesteente met een hoog gehalte clinopyroxeen. Verder valt ook veel basaniet en fonoliet in de alkaliene serie.

De gesteentetypen pantelleriet en comendiet vallen in de peralkaliene serie. Pantelleriet is relatief rijker dan comendiet in ijzer ten opzichte van aluminium.

Relatie met oorsprong De subalkaliene en alkaliene series werden in het verleden ook Pacifisch en Atlantisch genoemd. Hoewel er een verschil tussen de twee oceanische bekkens is, komt rond de Stille (Pacifische) Oceaan ook veel alkalien vulkanisme voor en rond de Atlantische Oceaan veel subalkalien vulkanisme.

De tholeiitische serie is de belangrijkste gesteenteserie bij oceanische ruggen (MORB) en veel oceanische eilanden. Kalkalkalien gesteente is kenmerkend voor vulkanisme bij subductiezones zoals langs orogene gordels en eilandbogen. De alkali-olivijn-basaltserie komt voornamelijk voor langs continentale riften en boven diepe subductiezones.

Categorie:Stollingsgesteente Categorie:Petrologie