Gertrudis van Schaffelen (? - 1959) was overste van de Grauwzusters in Hasselt van 1629-1659.

Levensloop In 1626 kwam grauwzuster Gertrudis van Schaffelen aan in Hasselt, met als doel het bijstaan van zieken. Het stadsbestuur stond in het middeleeuwse Hasselt in eerste instantie in voor de ziekenzorg, met een stedelijk gasthuis. Ook barbiers, chirurgijns en medicijnmeesters verstrekten medische zorgen. Vanaf de 15de eeuw was er ook een stadsdokter.

Het grauwzustersklooster van Hasselt werd in de 17de eeuw gesticht. De pastoor aan het Hasselts begijnhof, Herman Vander Ryst jr., had in zijn studententijd in Leuven gezien hoe kloosterzusters instonden voor de ziekenzorg. Op zijn sterfbed herinnerde hij zich dit. Het inspireerde hem ertoe om in zijn testament een rente te voorzien van 150 gulden voor kloosterzusters die zich in Hasselt wilden vestigen om ziekenzorg toe te dienen. Ze zouden daarvoor dan ook een kleine vergoeding ontvangen. De nicht van Herman behoorde tot de grauwzusters. Dat was dan ook de orde waaraan hij dacht. Uiteindelijk kwamen in 1626 drie zusters uit Diest aan in Hasselt: Barbara Rummens, Catharina Boonen en Gertrudis Van Schaffelen. Hasselt werd op dat moment geplaagd door pest en dysenterie. De zusters bekommerden zich dan ook in eerste instantie om deze zieken. Deze zwaar besmettelijke ziektes eisten ook hun tol bij de zusters zelf. In 1629 bezweek overste Maria Wirix aan de pest. Gertrudis van Schaffelen volgde haar op. Er werden elke drie jaar nieuwe verkiezingen georganiseerd, maar het vertrouwen in Gertrudis was blijkbaar bijzonder groot. Zij zou maar liefst 30 jaar aan het hoofd van de grauwzusters staan, tot aan haar overlijden.

Gedurende haar ambtsperiode kwam ze voor heel veel uitdagingen te staan, intern en extern. Hasselt werd in deze periode immers herhaaldelijk geteisterd door oorlog en ziektes. Daarnaast wilde ze de leefomstandigheden voor haar zusters, die armoedig gehuisvest waren, verbeteren en zette ze zich in voor een betere infrastructuur. Zo werd er in 1631 een fornuis geïnstalleerd in het washuis. In 1634-1635 kwam er een belangrijke financiële impuls. Petrus van Hilst schonk 2000 gulden, een gebaar dat ook anderen inspireerde tot schenkingen. Hierdoor kregen de zusters meer financiële slagkracht en konden ze investeren in de bouw van een kerk en de renovatie van het klooster. Daar stopte de daadkracht van Gertrudis van Schaffelen niet. Onder haar impuls kwam er een grote kelderruimte, een werkhuis, een gastenkamer, een refter, een sacristie en acht cellen, die voorzien waren van dekens en cleerschaprayen.

Gertrudis van Schaffelen overleed in 1659. Haar geboortedatum blijkt niet te achterhalen.

Categorie:Franciscaan Categorie:Zuid-Nederlands geestelijke (voor 1830)