Sophie Fredericq (Nevele, 27 maart 1819 – Gent, 25 mei 1895) was een Belgisch auteur. Ze was een oudere halfzus van de literair actieve Virginie en Rosalie Loveling. Hun zus Pauline Loveling was de moeder van de schrijver Cyriel Buysse en zijn zus Alice.
Levensloop Haar ouders Marie Comparé (1791-1879) en Jacques Fredericq (1778-1824) behoorden tot de welstellende elite en waren beïnvloed door de Verlichtingsideeën. Ze studeerde aan een nieuwe lagere school in Nevele, die er was gekomen door de modernisering van het onderwijs door koning Willem I (regeerperiode 1815-1830).
Zij stimuleerde haar halfzussen Rosalie en Virginie Loveling en haar neef Cyriel Buysse bij hun eerste stappen in de literatuur. miniatuur|Grafzerk Aimé Mac Leod, Sophie Fredericq en zoon Julius Mac Leod Sophie Fredericq huwde op 18 november 1853 met de welstellende Oostendse wijnhandelaar Aimé Mac Leod (1804-1893). Na hun huwelijk woonde het koppel in Oostende (1854-1858) en om dan naar Gent te verhuizen. Haar zoon Julius Mac Leod werd botanicus en cultuurflamingant. Sophie Fredericq overleed twee jaar na haar echtgenoot op 25 mei 1895 en werd begraven bij haar man op de Westerbegraafplaats.
Publicaties Haar eigen literaire loopbaan begon met het vertalen van buitenlands werk zoals Het toneelstuk ‘Claudie’ van de Franse auteur George Sand (1851) en verhalen die verschenen in het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje uitgegeven door Frans Rens. ‘Aldegondeken’ werd opgenomen in het Nederduitsch Tijdschrift (1867) van Emmanuel Hiel.
Het boek ‘De Menschen en de Dieren’ (uitgever W. Rogghé, Gent 1869) kreeg een prijs van de 'Maatschappij der bescherming van de dieren' en werd opgemerkt door het Willemsfonds. De jury meende ‘zonder vleierij, dat het werkje al de aantrekkelijkheid bezit van eenen roman’. Sophie toonde zich met die uitgave een verre voorloper van dierenwelzijn, een toen nog onbekend concept. Haar nicht en politica Alice Buysse zal kort na WO I een stuwende kracht worden in de ontluikende dierenbescherming. miniatuur|Heen en weder - Sophie Fredericq (voorpagina) Schoondochter Fanny Mac leod-Maertens (1858-1938) bundelde in 1902 haar nagelaten werk in een boek, met als titel: ‘Heen en weder, opgeraapte schetsen’.
Coopman en Scharpé vermeldden haar in hun ‘Geschiedenis der Vlaamsche letterkunde’ (1910): ‘De begaafde schrijfster, welke zich onder den deknaam Mevr. Sophia schuilhield, had reeds vroeger enkele keurige, al te zeldzame, stukjes laten verschijnen.’
Maurits Basse plaatste Sophie Fredericq in het ‘Het aandeel der Vrouw in de Nederlandsche letterkunde’ (1921) op dezelfde hoogte als haar halfzusters: ‘Minder vruchtbaar, maar niet minder talentvol was een halfzuster van Rosalie en Virginie Loveling, mevrouw Mac Leod (geboren Sophie Fredericq).’ Het verhaal ‘Het houtrapertje’ werd toen nog gelezen.
Antonin Van Elslander (hoogleraar letterkunde aan de Ugent) plaatste haar samen met de gezusters Loveling bij de literaire voorouders van Cyriel Buysse.
Trivia Echtgenoot Aimé Mac Leod legde tussen 1830 en 1861 een herbarium aan, dat werd opgenomen in de Gentse plantentuin. Hiermee werden de Gentse horticultuur en de plantentuin internationaal bekend. Zijn zoon Julius zou dit werk als hoogleraar plantkunde voortzetten.
De UGent nam op de Gentse Westerbegraafplaats het meterschap op van de grafzerken van acht opmerkelijke academici uit haar rangen. Die van Julius Mac Leod en zijn ouders is er een van. Het echtpaar Mac Leod-Fredericq ligt er begraven. Zoon Julius Mac Leod werd in 1919 bijgezet en toen is de stèle toegevoegd.
Categorie:Belgisch schrijver