Johann Jakob Greber (circa 1673 - begraven op 5 juli 1731) was een Duitse componist en kapelmeester. Van 1703 tot 1705 werkte hij in Londen, maar het grootste deel van zijn carrière was hij in dienst van de Duitse hertog Karel Filips.
Levensloop Over Grebers jeugdjaren is niets bekend. Hij zou in Italië compositieleer hebben gestudeerd.
Londen De eerste vermelding van Grebers aanwezigheid in Engeland dateert uit 1703: op 8 juni van dat jaar werd in het Lincoln’s Inn Fields Theatre het stuk The Fair Penitent van Nicholas Rowe opgevoerd en 'Signior Jacomo Greber' stond vermeld als de componist van de instrumentale muziek. De liedjes bij deze opvoering werden verzorgd door Margherita de L'Epine, die doorgaans werd beschouwd als de maîtresse van Greber. miniatuur|De doopakte van Marie Anne Greber In 1703 en 1704 werkten Greber en L'Epine regelmatig met elkaar samen tijdens optredens. Ze verbleven in september 1703 twee weken in het buitenhuis van graaf Daniel Finch in Burley om zijn familie en gasten muzikaal te vermaken. De graaf stelde zich op als beschermheer van L'Epine.
Op 30 oktober 1704 werd Marie Anne geboren, de dochter van Greber en L'Epine. Op de doopakte van de Franse katholieke kapel te Amsterdam staat vermeld dat L'Epine en Greber echtelieden waren, dus kennelijk waren ze reeds met elkaar getrouwd. Overigens bleek de relatie weer ten einde toen L'Epine datzelfde jaar terugkeerde naar Londen: zij ging haar eigen weg en heeft nooit meer een compositie van Greber gezongen.
Op 9 april 1705 volgde ter gelegenheid van de opening van het Londense Queens Theatre de uitvoering van Grebers pastorale Gli amori d’Ergasto. Dit was voor Londen een primeur, want het was de eerste Italiaanse opera in de stad. De compositie werd uiteindelijk geen groot succes en werd slechts twee maal opgevoerd. Overigens zou Greber de compositie al in 1701 hebben geschreven, met de bedoeling het stuk in Wenen uit te voeren.
In dienst van Karel Filips In de zomer van 1705 bleek Greber werkzaam in Düsseldorf bij hertog Karel Filips. Toen de hertog in 1707 werd benoemd tot gouverneur van Innsbruck, ging Greber met hem mee. Hij volgde daar in 1708 Pietro Nicolò Sorosina op als kapelmeester.
Greber componeerde in 1708 voor Elisabeth Christine van Brunswijk-Wolfenbüttel - de echtgenote van aartshertog Karel - het L’allegrezza dell’Eno. Toen Karel in 1711 de keizerstitel verwierf, liet Greber opnieuw Gli amori d’Ergasto uitvoeren, maar met een nieuwe proloog waarin hij de keizerin eerde. In datzelfde jaar werd zijn opera Enea in Cartagine opgevoerd bij de opening van het nieuwe Komödienhaus van Innsbruck.
In 1716 werd hertog Karel Filips de nieuwe keurvorst van de Palts. Hij vertrok daarom in 1717 samen met zijn hofhouding naar Neuburg, in 1718 naar Heidelberg en in 1720 naar Mannheim. Ook zijn muzikanten - waaronder Greber - moesten elke keer meeverhuizen. Door het samengaan van de voormalige hofkapellen van Düsseldorf en Innsbruck in 1723 waren er nu twee kapelmeesters in Mannheim: Greber en zijn Düsseldorfse collega Johann Hugo von Wilderer (†1724). Uit deze gezamenlijke muziekkapel ontwikkelde zich later in de 18e eeuw de Mannheimer Schule.
Persoonlijk Greber was in eerste instantie gehuwd met Margherita de L'Epine, met wie hij dochter Marie Anne kreeg. Later trouwde hij met Katharina Elisabeth von Douven en het stel kreeg minstens vier kinderen.
Greber overleed in 1731.
Werken Greber had een goede band met Gottfried Finger, een componist die ook in dienst was geweest bij Karel Filips. Voor L’allegrezza dell’Eno en Crudeltà consuma amore (1717) schreef Finger de ouvertures.
Hieronder volgt een selectie van Grebers werken:
Gli amori di Ergasto (Londen, 1705) L'allegrezza dell' Eno (Innsbruck, 1708) Gli amori di Ergasto (Wenen, 1711), herziene versie Crudeltà consuma amore (Neuburg, 1717) Il ritratto della Serenissima Principessa Elisabetta Augusta (Heidelberg, 1719) Breve componimento drammatico (Heidelberg, 1723)
Adviezen voor een succesvolle Londense carrière De componist Johann Sigismund Kusser werkte van 1704 tot 1707 in Londen en hield in een notitieboekje zijn ervaringen bij. Hierin noteerde hij ook 33 adviezen die hij van Greber had gekregen om als buitenlandse componist succes te behalen in Londen: Was ein virtuose, so in London kommt, zu observiren sol. Zo gaf Greber het advies om jezelf bij Christopher Rich te vervoegen, omdat deze het grootste theater van Londen in bezit had; mocht Rich echter niet meewerken, dan was zijn grote concurrent Betterton ook een goede optie. Bij Betterton kon je vervolgens de prijs opdrijven door te liegen over het aanbod van Rich. Verder raadde Greber aan om je goed te kleden, de Engelse taal te leren en de Engelse componist Henry Purcell de hemel in te prijzen.
De adviezen omvatten een mengeling van vlijerij, gespeelde trots, inspelen op het Engelse chauvinisme, en op het juiste moment jezelf als de mindere van de Engelsen voordoen. Ook moest je vooral muziek spelen die de Engelsen beviel, bij voorkeur muziek zonder veel gevoel. Door deze adviezen in acht te nemen zou het de buitenlandse componist financieel goed voor de wind gaan in Londen.
Categorie:Duits componist