miniatuur|Een bloem van los breiwerk, verrijkt met tambourborduurwerk. Tambourborduren, ook wel tamboureren, broderie chainette, broderie de Lunéville of point de Pompadour, is een borduurtechniek waarbij geborduurd wordt op zeer dunne stof, met behulp van een vorm van een kettingsteek, die echter vanaf een kant van de stof wordt aangebracht, met een speciale naald, die lijkt op een heel fijne haaknaald, bevestigd in een houder. Deze naald heeft in tegenstelling tot een haaknaald wel een scherpe punt. Soms worden bij het borduren kralen of pailletten gebruikt. De kralen worden voordat wordt begonnen, op de naald geschoven, of op de draad geregen. De techniek wordt gebruikt in de haute couture.

miniatuur|Madame de Pompadour bezig met tamboureren Het borduurwerk wordt op dun gaas aangebracht en wordt, als het af is, geappliceerd op een ander kledingstuk. Om de dunne stof strak te houden, is het nodig om een borduurring of een borduurraam te gebruiken. In tegenstelling tot ander borduurwerk wordt het borduurgaren niet afgeknipt, maar wordt het op een klosje gewonden, zodat de draad - net zoals bij het haken - praktisch oneindig lang kan zijn. Dit heeft ook als voordeel dat het borduurgaren niet slijt door het steeds heen- en weer steken zoals dat bij traditioneel borduurwerk gebeurd.

links|miniatuur|Hulpstukken en methode voor het tamboureren uit de Encyclopédie van Diderot. De draad waarmee geborduurd wordt, loopt aan de achterzijde (of onderzijde van het borduurraam), de haaknaald haalt deze voor elke steek naar boven. Diderot heeft de techniek in zijn 18e-eeuwse Encyclopédie vastgelegd, echter zonder kralen. Bij gebruik van kralen komt de kettingsteek aan de achterkant van de stof terecht.

De techniek wordt tambour genoemd, omdat de stof net zo strak wordt gespannen als het vel van een trommel. Dit is nodig om de draden van de fijne stof met de haaknaald opzij te kunnen duwen, teneinde het fijne weefsel niet te beschadigen.

De tamboureertechniek is voor ervaren borduursters veel sneller dan het traditionele borduurwerk, omdat de naald niet heen- en weer gestoken hoeft te worden door de stof. Door de eventuele kralen op een draad te rijgen die onder het borduurwerk wordt gehouden, kunnen die snel met de haaknaald worden opgepakt. Om te zien of het aanbrengen van de kralen goed verloopt, moet de borduurster het raam even omdraaien.

Categorie:Borduren