De CO₂-Prestatieladder is een certificerings- en aanbestedingsinstrument dat organisaties stimuleert hun uitstoot van broeikasgassen, met name koolstofdioxide (CO₂), te verminderen.
Het systeem werd in 2009 ontwikkeld in Nederland en wordt toegepast door bedrijven en overheden, met name in de bouwsector en in de infrastructuur. In 2026 wordt gewerkt met versie 4.0 van de ladder.
Toepassing Eisen voor CO₂-management, transparantie en samenwerking in de keten worden in deze methode gecombineerd met aanbestedingsvoordelen voor organisaties die aantoonbaar hun uitstoot verminderen.
De CO₂-Prestatieladder wordt vaak gebruikt bij duurzame aanbestedingen. Overheden en publieke opdrachtgevers kunnen bij aanbestedingen een gunningsvoordeel geven aan bedrijven met een hoger certificeringsniveau.
De Nederlandse Rijksoverheid gebruikt de ladder ook zelf, met als doel om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Alle ministeries gebruiken de ladder, behalve het Ministerie van Defensie. Verder wordt het instrument door Rijkswaterstaat en (sinds 2010) door ProRail toegepast.
Hoewel het instrument in Nederland werd ontwikkeld, wordt het ook toegepast in andere landen, waaronder België. In Nederland wordt de ladder in 2026 door meer dan driehonderd aanbieders gebruikt.
Werking voor de eigen organisatie De ladder is ontwikkeld door de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO) om organisaties inzicht te geven in de eigen CO₂-uitstoot en die van de ketenpartners. Ze kunnen laten zien op welke vlakken ze de CO₂-uitstoot verminderen en kunnen zich richten op het duurzamer inkopen van goederen en diensten.
Iedere organisatie die deelneemt, berekent de CO₂-uitstoot en stelt een doel vast om die te verminderen. Jaarlijks bekijkt SKAO of de organisatie voldoet aan de eisen. Op basis hiervan ontvangt de organisatie een certificaat.
Soorten emissies: Scopes De CO₂-emissie wordt in drie groepen - scopes - verdeeld:
Scope 1 emissies: Deze komen uit bronnen die de organisatie in eigendom heeft of beheert. Scope 2 emissies: Dit zijn CO₂-emissies door energiebronnen die de organisatie heeft gekocht (zoals verbruikte elektriciteit, warmte, koude en stoom). Scope 3 emissies: Deze ontstaan door de activiteiten van de organisatie, maar uit bronnen die geen eigendom zijn van de organisatie en die de organisatie niet beheert. Voorbeelden van Scope 3 emissies, zijn die uit de productie van gekochte materialen (upstream) en uit door de organisatie aangeboden/verkochte werk, project, dienst of levering (downstream). Een ander voorbeeld betreft ook de emissies door zakelijke reizen.
Treden in de ladder De CO₂-prestatieladder bestaat uit vijf treden. De eerste drie treden richten zich op de CO₂-uitstoot van de eigen organisatie. De hogere treden richten zich ook op de uitstoot van bedrijven waar de organisatie mee samenwerkt.
Trede 1. De organisatie brengt haar bedrijfsvoering binnen 1 tot 3 jaar op orde en krijgt inzicht in de eigen CO₂-uitstoot. Trede 2. De organisatie focust zich op het verminderen van energieverbruik en het terugdringen van scope 1 en scope 2 emissies. De organisatie brengt in kaart welke activiteiten de meeste CO₂ uitstoten en op welke daarvan de organisatie de grootste invloed heeft. De organisatie richt zich daarbij op de hele keten. Trede 3. Stip op de horizon voor trede 3 is nuluitstoot in 2050 voor alle scopes. De organisatie maakt plannen voor alle activiteiten, niet alleen voor de activiteiten die het meeste uitstoten, zoals in trede 2. Trede 4. De reductie naar nul emissie moet sneller gaan dan bij trede 3. De doelstellingen zijn daarop gericht. Trede 5. De organisatie krijgt verplichtingen voor de CO₂-uitstoot richting de hele branche en keten.
Werking bij aanbestedingen Bij aanbestedingen van werkzaamheden kunnen aanbieders zich inschrijven voor een emissiearme uitvoering. Dat doen zij door een ambitieniveau op de CO₂-Prestatieladder op te geven. De ladder kent meerdere treden; een hogere trede vertegenwoordigt een grotere inspanning om de CO₂-uitstoot te beperken.
Bij de aanbesteding leidt een hoger opgegeven ambitieniveau tot een grotere fictieve korting op de inschrijfprijs, wat de concurrentiepositie van de aanbieder verbetert. Daarmee worden dan de extra kosten die de aanbieder mogelijk moet maken gecompenseerd. De exacte berekeningswijze is vastgelegd in de aanbestedingsdocumenten.
Wanneer de opdracht wordt gegund, wordt het opgegeven ambitieniveau een contractuele verplichting. Als achteraf blijkt dat de opdrachtnemer dit niveau niet heeft behaald, volgt een financiële sanctie ter hoogte van anderhalf maal het behaalde inschrijvingsvoordeel.
Certificatie De methodiek en certificeringssystematiek worden beheerd door de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO), een Nederlandse organisatie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en het onderhoud van de standaard.
Organisaties kunnen zich laten certificeren op vijf niveaus. De niveaus geven aan in welke mate een organisatie haar uitstoot van broeikasgassen in kaart brengt, reductiedoelstellingen vastlegt en maatregelen uitvoert. Hogere niveaus vereisen onder meer ketenanalyses en samenwerking met leveranciers en opdrachtgevers om emissies te verminderen.
Certificering wordt uitgevoerd door onafhankelijke instellingen volgens een gestandaardiseerde beoordelingsmethode.
Zie ook Broeikasgas Klimaatverandering
Externe link Officiële website
Categorie:Milieu Categorie:Duurzaamheid Categorie:Klimaatverandering