De Barbarossaluchter (Duits: Barbarossaleuchter) is een middeleeuwse kroonluchter in de Dom van Aken in de Duitse stad Aken. De luchter werd tussen 1165 en 1174 vervaardigd in opdracht van keizer Frederik I Barbarossa en zijn vrouw Beatrix I van Bourgondië, en werd opgedragen aan Maria, de beschermheilige van de Akense domkerk. Hij werd geplaatst onder de koepel van de Karolingische Paltskapel (de "octogoon"), waarmee hij zijn acht- en zestienhoekige basisvorm gemeen heeft. Het rijk versierde, verguld koperen kunstwerk is een symbolische weergave van zowel een koningskroon als het hemelse Jeruzalem. Hoewel incompleet, geldt de Barbarossaluchter als een meesterwerk van Maaslandse edelsmeedkunst en een hoogtepunt van de renaissance van de twaalfde eeuw.
Geschiedenis De kroonluchter van de Dom van Aken was een geschenk van keizer Frederik Barbarossa en zijn vrouw Beatrix aan de maagd Maria, zoals staat vermeld op het kunstvoorwerp (zie Inschriptie). Feitelijk was het een geschenk aan de Akense kapittelkerk, die als kroningskerk van de Rooms-Duitse koningen in de loop der eeuwen al rijkelijk begiftigd was met koninklijke geschenken.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 44-45.
Wie de maker is, is niet bekend. In een dertiende-eeuws necrologium wordt een meester Wilbertus genoemd, die "een groot werk" zou hebben verricht aan het gewelf van de kerk, een verguld torenkruis, de klokken en de kroonluchter. Sommige kunsthistorici hebben daaruit geconcludeerd dat hij de maker was van de Barbarossaluchter, maar dat staat geenszins vast. Doorgaans wordt het werk tussen 1165 en 1170 gedateerd, met zekerheid tussen 1156 en 1184. Vanwege de enorme afmetingen kon het kunstwerk niet door een van de deuren van de dom en moest het ter plaatse worden geassembleerd. In 2024 maakte de mediëvist Vedran Sulovsky aannemelijk dat de kroonluchter in 1174 werd ingewijd.
De voornaamste liturgische functie van de luchter was het luister bijzetten aan alle hoogfeestdagen en alle Akense feestdagen van heiligen in de dom. Daarnaast vormde het een herinnering voor de Akense kanunniken om te bidden voor Frederik Barbarossa en zijn vrouw. Met betrekking tot de symbolische functie van de kroonluchter bestaan verschillende theorieën. De Akense kunsthistoricus Ernst Günther Grimme meende dat onder de Barbarossaluchter, in het centrum van de paltskapel, een reliekschrijn van Karel de Grote werd geplaatst, wellicht eerst de armreliekhouder van Karel de Grote, die min of meer gelijktijdig met de luchter werd voltooid, en vanaf 1215 het toen voltooide Karelsschrijn. Deze opstelling zou aan eenieder duidelijk maken dat Karel, die in 1165 heilig was verklaard, in het hemelse Jeruzalem was opgenomen. Anderen waren van mening dat het reliekschrijn van Karel meer naar het oosten stond, dichter bij het altaar, zodat het licht van de kaarsenkroon erop viel. In 1414 verhuisden zowel het Karelsschrijn als het Mariaschrijn naar het pas voltooide gotische koor, waar ze nog steeds staan. Lezing van dr. Vedran Sulovsky, 2 feb. 2021: 'Church Topography and Liturgy: The Example of Aachen's Barbarossaleuchter', op YouTube, geraadpleegd 13 maart 2026. In elk geval verwees de vorm van de kroonluchter, een kroon, naar een van de belangrijkste functies van de Akense Domkerk, die van kroningskerk van de Duitse koningen. Volgens middeleeuwse bronnen vonden deze plaats direct onder de kroonluchter (sub corona).Sulovsky (2015), p. 64.
thumb|Houtsnede in Der Kronleuchter Kaisers Friedrich Barbarossa (Franz Bock, 1863), de eerste serieuze studie over de kroonluchter In 1794 werd Aken, tezamen met de overige Duitse landen op de westelijke Rijnoever, het Prinsbisdom Luik en de Zuidelijke Nederlanden, bezet door troepen van de Eerste Franse Republiek. Nog in hetzelfde jaar werden verschillende kerkschatten van de Akense Dom, waaronder het schrijn met het armreliek van Karel de Grote, weggevoerd naar Parijs. De meeste schatten waren tijdig in veiligheid gebracht in het cisterciënzerklooster van Paderborn. Mogelijk zijn in deze tijd de zilveren reliëfs die oorspronkelijk deel uitmaakten van de Barbarossaluchter omgesmolten. De Franse overheid legde het Akense domkapittel zware oorlogsbelastingen op, die het kapittel alleen kon betalen door voorwerpen van edelmetaal uit de kerkschat te laten omsmelten. Dat bleek achteraf gezien tevergeefs, want kort daarop werd het kapittel alsnog opgeheven, zoals alle geestelijke instellingen in de geannexeerde gebieden. De dom zelf werd geplunderd en ingericht als paardenstal. Pas na het concordaat tussen de paus en Napoleon in 1882 kreeg de dom zijn religieuze functie terug.
Begin twintigste eeuw werd de kroonluchter bij gelegenheid van het bezoek van keizer Wilhelm II geschikt gemaakt voor elektrische verlichting. Daartoe werden vier stroomdraden vanaf het gewelf zo'n 30 m langs de ketting en kabels naar de kaarsenhouders geleid, die van vlamvormige gloeilampen werden voorzien. Ook werd de luchter grondig gereinigd door de edelsmid van de Dom, Bernhard Witte. Daarbij kon worden vastgesteld dat de luchter in vroeger tijden, wellicht in de Franse tijd, uit elkaar was gehaald en daarna verkeerd gemonteerd was.Buchkremer (1902), pp. 317-319. Later werd de elektrische bedrading als ontsierend gezien en verwijderd.
Van 1990 tot 1998 werd de kroonluchter gerestaureerd in de eigen edelsmidse van de dom.
Beschrijving thumb|Gouden bol en medaillon met Michaël De Barbarossaluchter heeft een diameter van 4,16 meter, ongeveer een kwart van de diameter van de Karolingische octagoon, de achthoekige voormalige paltskapel. Hij hangt centraal onder de koepel van de octagoon, ongeveer vier meter boven de marmeren vloer, aan een zware ijzeren ketting die ongeveer 27 meter lang is. De schakels van de ketting worden naar boven toe groter, van ongeveer 13 × 7 cm naar 15 × 7,4 cm. Op circa twee meter boven de luchter eindigt de ketting in een grote vergulde bol, waaraan aan de onderkant een vierpasvormige koperen plaat is bevestigd. Het centrale medaillon toont een afbeelding van de aartsengel Michaël in bruinvernis; de vier lobben van de vierpas zijn versierd met plantenmotieven, eveneens in bruinvernis. Van hieruit wordt het gewicht verdeeld over vier stalen kabels, die zich halverwege vertakken en op acht punten aan de luchter zijn bevestigd. De kabels zijn versierd met goudkleurige bollen. Op de punten waar de vier kabels zich splitsen bevinden zich deels vergulde kuboctaëders, die extra zijn versierd met halve bollen op de vierkante vlakken en bladmotieven op de driehoekige.Buchkremer (1902), pp. 323-324.
De kroonluchter zelf is samengesteld uit zestien dubbele boogsegmenten, die tezamen een achtlobbige rozet vormen, een vorm die perfect past bij de achthoekige paltskapel met zijn zestienhoekige omgang. De boogsegmenten zijn gesmeed uit verguld koper (sommige auteurs noemen brons) en versierd met ajourwerk (openwerken), stempelwerk, graveerwerk en bruinvernis. De dubbele rand van de kroonluchter symboliseert de stadsmuur van het hemelse Jeruzalem. Deze stadsmuur, zoals beschreven in hoofdstuk 21 van de Openbaring van Johannes, telt twaalf torens. De Barbarossaluchter bevat zestien lantaarnachtige torens, acht grote en acht kleine, symmetrisch gerangschikt. Deze dienen tevens om de cirkelsegmenten bij elkaar te houden. De acht grotere lantaarntorens hebben afwisselend een vierkante of vierpasvormige plattegrond; de kleinere torens een ronde. De grotere torens bestaan uit drie, zich naar boven toe versmallende verdiepingen met een dakbekroning; de kleine torens tellen één verdieping met een koepelbekroning. De kroonluchter bevat daarnaast in totaal 48 kaarsenhouders, telkens drie tussen twee torens. Tot op de dag van vandaag worden de kaarsen bij feestelijke gelegenheden aangestoken.
Bodemplaatjes Van de zestien torentjes zijn tevens de gegraveerde bodemplaatjesbewaard gebleven, die van onderaf bekeken vrome voorstellingen laten zien. Ze werden in het verleden toegeschreven aan de Akense edelsmid Wibertus, maar daarvoor bestaat geen sluitend bewijs. 'Frauen am Grab Christi' op bildindex.de, geraadpleegd 12 maart 2026. De originele plaatjes worden sinds de Tweede Wereldoorlog bewaard in de schatkamer van de dom. De acht vierkante en vierpasvormige plaatjes tonen niet nader geïdentificeerde 'heiligen' (mogelijk de acht deugden) die banderollen vasthouden met de acht zaligsprekingen uit de Bergrede (Matteüs 5:3-10). De acht ronde plaatjes tonen de belangrijkste scènes uit het leven van Jezus. De letters en cijfers komen overeen met het diagram en geven de plaats aan op de luchter. Vierkante en vierpasvormige bodemplaatjes Diagram Ronde bodemplaatjes A Heilige met banderol met eerste zaligspreking (Matt. 5 vs. 3) 300px 1 Annunciatie; de aartsengel Gabriël kondigt de geboorte van Jezus aan B Heilige binnen vierpas met banderol met derde zaligspreking (Matt. 5 vs. 5); buiten de vierpas vier groepen toehoorders 2 Geboorte van Jezus; met Maria, Jozef, kindje Jezus in de kribbe, os en ezel; op de achtergrond een ommuurde vesting of stad (Bethlehem?) C Heilige in mandorla met banderol met tweede zaligspreking (Matt. 5 vs. 4); links en rechts van de mandorla groepen toehoorders 3 Aanbidding der koningen; Maria met kindje Jezus, drie koningen, boven hen de ster van Bethlehem D Heilige binnen vierkant frame met banderol met vierde zaligspreking (Matt. 5 vs. 6); binnen het vierkant groepen toehoorders; daarboven een adelaar 4 Kruisiging van Jezus; met Maria, apostel Johannes, zon en maan (Sol et Luna) E Heilige met banderol met vijfde zaligspreking (Matt. 5 vs. 7) 5 Verrijzenis van Jezus; drie Maria's en een engel bij het lege graf F Heilige met banderol met zesde zaligspreking (Matt. 5 vs. 8) 6 Hemelvaart van Jezus; met Maria, een apostel, toeschouwers G Heilige met banderol met zevende zaligspreking (Matt. 5 vs. 9) 7 Uitstorting van de Heilige Geest; de twaalf apostelen en de Heilige Geest (in de gedaante van een duif) H Heilige met banderol met achtste zaligspreking (Matt. 5 vs. 10) 8 Majestas Domini (Christus in majesteit) in vierpas met evangelistensymbolen en Alfa en Omega
Inscripties Op de zestien dubbele boogsegmenten tussen de torentjes van de Barbarossaluchter zijn twee Latijnse inscripties aangebracht, geschreven in Leonijnse hexameters. De eerste inscriptie verklaart dat de kroonluchter het hemelse Jeruzalem voorstelt en eindigt met een gebed tot Maria; de tweede noemt Frederik en Beatrix als stichters en eindigt eveneens met een gebed tot Maria. De tweede inscriptie is tevens gericht aan de Akense kanunniken en spoort hen aan acht te slaan op het verband tussen de kroonluchter en de domkerk, qua vorm en qua getal. Met dat laatste wordt gedoeld op het cijfer 8 dat een cruciale betekenis heeft in de vormgeving van beide objecten. De contouren van de letters zijn gegraveerd en ingevuld met bruinvernis; de beginletters van de woorden zijn rood ingekleurd.
De eerste inscriptie op de bovenrand van de kroonluchter luidt: + CELICA · IHERVSALEM · / SIGNATVR · IMAGINE · TALI · / x UISIO · PACIS · CERTA · / · QVIETIS · SPES · IBI·NOBIS · / + ILLE · IOHANNES · GRACIA · / · CRISTI · PRECO · SALVTIS · / x QVA[M] · PATRIARCHE · QUA[M]Q[VE] / · P[RO]PH[ET]E · DENIQ[VE] · VIRTVS · / ⋆ LVCIS · APOSTOLICE / · FUNDAVIT · DOGMATE · VITA · / + URBEM · SIDEREA · LABEN//TEM · VIDIT · AB · AETTHRA · / + AVRO · RIDENTEM · MVNDO · / · GEMMIS · QVE · NITENTEM · / + QVA · NOS · IN · PATRIA · / PRECIBVS · PIA · SISTE · MARIA ·
Vertaling: "Het hemelse Jeruzalem wordt voorgesteld door dit beeld, de ‘Verschijning van de Vrede’: daar wacht ons een zekere hoop op rust. Die Johannes, in Christus' genade, de boodschapper van de verlossing, zag de stad, stralend van puur goud en schitterend van edelstenen, neerdalen uit de sterrenhemel – [de stad] gesticht door de patriarchen en de profeten, [maar] uiteindelijk door de kracht van het apostolische licht, door onderricht [en] leven. Breng ons door uw voorspraak naar dit vaderland, genadige Maria!"