Ernst Günther Grimme (Aken, 14 januari 1926 − Aken, 11 december 2003) was een Duits kunsthistoricus. Van 1966 tot 1990 was hij directeur van het Suermondt-Ludwig-Museum in Aken en van 1979 tot 1990 tevens van de gemeentelijke musea van Aken.

Biografische schets Ernst Günther Grimme was een zoon van de kunsthistoricus, classicus, germanist en lokale historicus Gustav Grimme, en een kleinzoon van schrijver en regionale dichter Friedrich Wilhelm Grimme. Na zijn schooltijd werd hij onmiddellijk opgeroepen voor militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn diensttijd eindigde in een Amerikaans krijgsgevangenenkamp. Een in de oorlog opgelopen handwond verhinderde hem om een carrière als pianist na te streven, hoewel hij zijn leven lang een grote interesse in klassieke muziek behield.

Van 1947 tot 1954 studeerde hij kunstgeschiedenis, archeologie en germanistiek aan de universiteiten van Bonn en Keulen. In Bonn promoveerde hij in de filosofie met een proefschrift over Hans von Reutlingen onder begeleiding van Hermann Schnitzler.

Van 1951 tot 1958 doceerde Grimme kunstgeschiedenis aan de School voor Toegepaste Kunsten in Aken. Een jaar later werd hij door het Suermondt-Museum aangenomen als onderzoeksassistent. In 1966 werd hij daar benoemd tot directeur. Van 1979 tot 1990 was hij tevens directeur van de gemeentelijke musea van Aken. In 1983 bood het Instituut voor Kunstgeschiedenis van de Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule hem een docentschap aan. Op 29 juli 1988 werd Grimme benoemd tot erehoogleraar museologie.

Grimme was met name geïnteresseerd in middeleeuwse kunst en de relatie daarvan met hedendaagse kunst. Als museumdirecteur was hij verantwoordelijk voor een lange reeks tentoonstellingen, evenals voor het wetenschappelijk onderzoek naar de diverse collecties. Dankzij schenkingen van de verzamelaars Peter en Irene Ludwig werden de Akense museumcollecties aanzienlijk verrijkt. Op initiatief van Grimme werd het Suermondt-Museum in 1977 omgedoopt tot Suermondt-Ludwig Museum.

Als directeur van de Akense musea zette hij zich in voor diverse uitbreidingsplannen. Zijn plan uit 1978/79 voor een nieuw museumgebouw voor het Suermondt-Ludwig Museum aan de Monheimsallee kon hij echter niet realiseren. In plaats daarvan kreeg hij vanaf 1985 de opdracht om het bestaande gebouw uit te breiden. De combinatie van oude en moderne architectuur in het museumgebouw weerspiegelt een van de fundamentele principes van Grimmes werk als museumdirecteur. De opening van het vernieuwde museum vond plaats onder zijn opvolger, Ulrich Schneider.

Ernst Günther Grimme overleed in 2003 op 76-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de begraafplaats Westfriedhof II in Aken.

Nalatenschap, eerbewijzen Het Suermondt-Ludwig Museum in Aken dankt aan Grimme zijn reputatie als belangrijkste collectie van middeleeuwse sculpturen in de Duitse museumwereld. Grimme streefde er naar de houtsnijstijlen van de Neder-, Midden- en Boven-Rijnstreek, evenals die van Beieren, Zwaben, Oost- en Noord-Duitsland, in beeld te brengen. De Nationale Bibliotheek van Duitsland bezit 59 van zijn publicaties.

In 1986 ontving hij de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland voor zijn vele bijdragen.

De Kroatische mediëvist Vedran Sulovsky, auteur van een reeks publicaties over keizer Frederik I Barbarossa en zijn schenkingen aan de Dom van Aken, noemde Grimme "possibly the greatest expert on Aachen ever to have lived". (2015): Holy, Roman, Frankish: A sketch of the political iconograhy of Frederick Barbarossa (masterscriptie Central European University, Boedapest), p. 7 (online tekst).

Tentoonstellingen (selectie) 1958: Unsere liebe Frau 1962: Die großen Jahrhunderte Aachener Goldschmiedekunst 1962: Vom Bild zum Zeichen (kunstverzameling Felix Pelzer) 1965, 1973, 1981: Karl Fred Dahmen 1967: Karl Otto Götz 1973: Ewald Mataré 1978: Douglas Swan 1980: Klaus Fußmann 1982, 1987: Arnulf Rainer 1984: Von Watteau bis Renoir 1985: Joseph Beuys 1987: Dieter Krieg 1989: Barbara Heinisch

Bibliografie (selectie) 1951: Die Sammlung Hubert Lüttgens 1957: Aachener Goldschmiedekunst im Mittelalter 1959: Europäische Malerei im Mittelalter 1965: Karl der Große in seiner Stadt 1965: Die Lukasmadonna und das Brustkreuz Karls des Großen 1966: Deutsche Madonnen 1968: Unsere liebe Frau, das Bild Mariens in der Malerei des Mittelalters und der Renaissance 1968: Das Heilige Kreuz von Engelberg 1972: Goldschmiedekunst im Mittelalter 1973: Der Aachener Domschatz 1973: Pieter Brueghel der Ältere 1974: Jan Vermeer van Delft 1975: Kunstreiseführer Belgien (kunstreisgids voor België) 1979: Karl Schneiders (monografie]) 1980: Die Geschichte der Abendländischen Buchmalerei 1983: Antonio Máro (monografie) 1984: Das Evangeliar Otto's III. im Aachener Domschatz 1985: Bronzebildwerke des Mittelalters 1989: Das Evangelistar von Groß St. Martin 1994: Der Dom zu Aachen, Architektur und Ausstattung. 1996: Das Rathaus zu Aachen 1996: Kirchenschätze der ehemaligen Abteikirche St. Johann Baptist und der Pfarrkirche St. Michael in Aachen-Burtscheid 1997: Gustav Grimme – Erinnerungen in Aachen 1999: Hans von Reutlingen "golsmit zo aach" 2000: Der Dom zu Aachen 2001: Der goldene Dom der Ottonen 2002: Der Karlsschrein und der Marienschrein im Aachener Dom

Categorie:Duits kunsthistoricus Categorie:Duits museumdirecteur Categorie:Hoogleraar aan de RWTH Aken