De koorboeken van Leo X zijn drie muziekhandschriften die tussen 1514 en 1520 vervaardigd werden in het atelier van Petrus Alamire. Die drie boeken worden bewaard in de Vaticaanse Bibliotheek (MS Cappella Sistina 34, 36 en 160). C S 34 bevat missen van Pierre de la Rue en Matthaeus Pipelare. C S 36 bevat alleen composities van de la Rue, de favoriete componist van het Bourgondisch-Habsburgse hof. C S 160 bevat missen van opnieuw de la Rue, Josquin des Prez, Jacob Obrecht, Jacobus Barbireau, Laurentius Vorda, Antoine de Févin en Jean Mouton. C S 160 heeft ook een aantal miniaturen in de Gent-Brugse stijl.

De drie boeken waren een geschenk van Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden en tante van de latere Karel V, aan paus Leo X. Het wapenschild van Margaretha komt ook in het tweede boek voor. Kostbare handschriften werden aan het Bourgondisch-Habsburgse hof vaak besteld ter gelegenheid van een belangrijk bezoek, huwelijk of politieke overeenkomst. Veel van de boeken uit het atelier van Alamire hadden naast muziek ook een politiek-ideologische achtergrond. Deze gift had alles te maken met het trachten te kopen van invloed op het verloop van de verkiezing van Rooms koning en toekomstig keizer in 1519. Paus Leo X ondersteunde aanvankelijk Frans I van Frankrijk, de tegenkandidaat van aartshertog Karel, de latere keizer Karel V.

De formele aanleiding zou echter de ontvangst van de Gouden Roos door - toen nog - aartshertog Karel kunnen zijn. De paus wijdde ieder jaar een Gouden Roos op de vierde zondag van de vastentijd die daarna werd gezonden aan een van de belangrijke vorsten in het christendom. De Gouden Roos symboliseert de deugden die de overheid moet bezitten. In 1515 ontving Karel deze Roos. In formele zin zou de gift van de drie koorboeken ook een uiting van dankbaarheid kunnen zijn voor de eer van het ontvangen van de Gouden Roos.

Er zijn in de Vaticaanse bibliotheek vijf muziekhandschriften aanwezig uit het atelier van Alamire. Naast deze drie zijn dit de Chigi codex en de zogenaamde Palatini stemboekjes. Deze handschriften waren echter oorspronkelijk niet voor het Vaticaan bestemd en zijn pas later bezit daarvan geworden. De handschriften van Alamire vormen ruim een derde van de meerstemmige missen die in de bibliotheek van het Vaticaan uit deze periode van het pontificaat van Leo X bewaard zijn gebleven. Een groot deel van de werken in de drie handschriften is vierstemmig. Alle drie de handschriften zijn ook het werk van meerdere scribenten. Er moeten na ontvangst van de handschriften enige wijzigingen in Rome zijn uitgevoerd omdat composities handelingen van scribenten vertonen die verder in geen enkel ander handschrift van Alamire voorkomen. Uit alle drie de handschriften zijn folia met miniaturen verwijderd. Een deel van de illustraties is dus verloren gegaan.

Al voor zijn verkiezing tot paus stond Giovanni de' Medici (paus Leo X) alom bekend als “homo in musicis litterata”. Hij was een geschoold zanger en een uitstekend luitspeler. Hij omringde zich graag met de beste zangers en instrumentalisten die hij maar vinden kon. De omvang van het koor van de Sixtijnse kapel dat door eerdere pausen was vastgesteld op 24 werd vergroot naar 32 zangers. Een koor van dergelijke omvang bracht de noodzaak mee van discipline en een strikte interne organisatie. In het eerste jaar van zijn pontificaat stelde Leo X dan ook meteen een prior aan van de Cappella Sistina voor de dagelijkse leiding van het koor. Het is niet bekend of composities uit deze drie handschriften in deze periode ook feitelijk deel gingen uitmaken van het repertoire van de Cappella Sistina. Zie ook De overige handschriften van Petrus Alamire in de Vaticaanse Bibliotheek zijn Palatini stemboeken Chigi codex

Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire

Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Muziekhandschrift