Jhr. Mr. Tjaard Anne Marius Albert van Humalda van Eijsinga (Leeuwarden, 5 januari 1869 – Den Haag, 28 januari 1946) was een Friese advocaat, burgemeester, vertaler en telg uit het Friese adelijk geslacht Van Eysinga.

Van Humalda van Eijsinga groeide op in een liberaal gezin. Hij was het kind van oud-Tweede Kamerlid Jhr. Mr. I. F. van Humalda van Eysinga (1843-1907), en Josine Imillie van Andringa de Kempenaer (1846-1870). Zijn vader was schooldirecteur en politicus op provinciaal en landelijk niveau.

Hij ondernam een studie rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. Deze studieachtergrond legde de basis voor zijn latere carrière in de advocatuur en ambtenarij. Hij volgde ook een muziekopleiding.

Loopbaan Van Humalda van Eijsinga werkte korte tijd als adjunct-commissaris bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (1896), en was archivaris van de gemeente Schiedam (1897-1900) voordat hij burgemeester van Wormerveer (1900-1913) en burgemeester van Deventer (1914-1929) werd.

Burgemeester van Wormerveer Van Humalda van Eijsinga werd op 18 april 1900 bij koninklijk besluit benoemd tot burgemeester van Wormerveer, een functie die hij zou bekleden tot 1914, toen hem werd gevraagd om het burgemeesterschap van Deventer op zich te nemen. Voor hij burgemeester van Deventer werd was hij tevens kantonrechter in Zaandam geweest.

Burgemeester van Deventer Op 23 december 1913 werd Van Humalda van Eijsinga benoemd tot burgemeester van Deventer. Op 30 december 1913 hield hij zijn eerste bijeenkomst met het college van Wethouders. Hij volgde burgemeester van Heemstra op, die van 1883 tot 1913 burgemeester was, de langstzittende burgemeester die Deventer ooit gekend heeft. Het optreden van de liberale Humalde van Eijsinga maakte in Deventer een indruk van welwillendheid en vooruitstrevendheid.

Hij was betrokken bij sport in Deventer. In 1917 nodigde hij het elftal van de plaatselijke voetbalclub Go Ahead uit bij hem thuis voor een huldiging ter gelegenheid van hun landskampioenschap.

In 1918 was er door de Eerste Wereldoorlog een grote toestroom aan vluchtelingen uit buurlanden. Deventer verwelkomde veel vluchtelingen, de burgemeester ontving hen, en zij kregen erwtensoep en brood.

In 1920 werd Van Humalda van Eijsinga gepasseerd voor de functie van commissaris der Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij Deventer - Ommen, een lokaal spoorbedrijf. Eerder werd deze functie gewoonlijk ingevuld door de burgemeester van Deventer. De gemeenteraad besloot hem niet als commissaris aan te wijzen en benoemde een wethouder.

In 1921 had Van Humalda van Eysinga een geschil met de eigenaar van het huis waarin hij verbleef. De eigenaar eiste dat de burgemeester het huis zou ontruimen nadat er akkoord kon worden bereikt over de verkoop er van. Kranten schreven naar aanleiding daarvan over een "Burgemeester in woningnood".

In 1927 ontstond er een geschil tussen de burgemeester en de politiebond van Deventer, die vond dat er bij de samenstelling van een dienstcommissie geen rekening was gehouden met zijn wensen. De burgemeester reageerde fel en weigerde aanpassingen te doen, hij noemde de bond "Van Putten en zijn bende".

In 1928 riep de burgemeester op tot inzameling van geld voor het herstel van de voormalige Bergpoort. De Bergpoort was eerder gesloopt en heropgebouwd in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam. De Burgemeester had de wens de monumentale poort terug halen naar Deventer, wat goed werd ontvangen door de Deventerse bevolking.

Op 23 oktober 1928 kondigde Van Humalda van Eijsinga aan, dat hij in het begin van 1929 aan koningin Wilhelmina zou verzoeken om hem ontslag te verlenen.

Persoonlijk miniatuur|Portret van Jhr. Mr. Tjeerd Anne Marius Albert van Humalda van Eysinga. Thérèse Schwartze (1851–1918), collectie Fries Museum. Van Humalda van Eijsinga trouwde toen hij 27 jaar was, op 16 april 1896 te Leiden met Anna Maria Zillesen. Uit het huwelijk werden geen kinderen geboren.

In 1923 publiceerde hij onder de titel Koning Oedipus: Treurspil fen Sophokles, bij Brandenburgh, Boschma & Co. in Sneek een vertaling van Sophocles' oud-Griekse tragedie Οἰδίπους Τύραννος (Oedipous Tyrannos), die eerder in het tijdschrift It Heitelân was afgedrukt. Hij vertaalde Sophokles’ Oidipous (1923) en Ovidius’ Metamorphoses in It Heitelân (1925).

In 1940 publiceerde hij (onder dezelfde titel) ook een vertaling van de Latijnse komedie Phormio van de Romeinse toneelschrijver Terentius. Tevens was Van Humalda van Eijsinga een groot liefhebber van muziek en woonde hij regelmatig concerten en muziekoptredens bij door het hele land.

De broer van Van Humalda van Eijsinga, Cornelis, was een operazanger in Duitsland.

Latere jaren en overlijden Na zijn pensionering was Van Humalda van Eysinga nog lang actief in het vertalen van werken uit de oudheid en bleef hij erg betrokken in de muziek. Op 28 januari 1946 overleed hij op 77 jarige leeftijd te 's-Gravenhage. Hij is begraven in Langweer, Friesland.

Nalatenschap Er hangt een portret van Van Humalda van Eysinga in de burgemeesterskamer van het stadhuis van Deventer. Ook in het Fries Museum is een portret van hem opgenomen in de collectie. Zijn vertaalwerken vanuit het Latijn en Grieks hebben ook een grote bijdrage geleverd aan de Friese en Nederlandse taal.

Categorie:Van Eysinga Categorie:Burgemeester van Wormerveer Categorie:Burgemeester van Deventer