Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van het kerkdorp Heilig Landstichting in het zuidoosten van de Nederlandse provincie Gelderland (tegenwoordig vallend onder de fusiegemeente Berg en Dal). Deze devotieplek inclusief het bijbehorende park (nu het Museumpark Orientalis) is omstreeks 1913 gesticht.

1907-1916

Begin van het project De oorsprong van het kerkdorp en het bijbehorende park hangt nauw samen met de heropleving van het rooms-katholicisme en de terugkeer van de bisschoppelijke hiërarchie in de tweede helft van de 19e eeuw, en de hieruit voortkomende Heilig Hart-devotie. De belangrijkste initiatiefnemer voor het project HLS was de Waalwijkse priester Arnold Suys (1870-1941). In september en oktober 1905 had hij een pelgrimstocht naar de toenmalige regio Palestina ondernomen, met de paters Assumptionisten.Heilig Land Stichting, Regionaal Archief Nijmegen Hij maakte deze reis samen met 35 andere Nederlanders, onder wie de architect Jan Stuyt en de kunstenaar Piet Gerrits. Deze drie mannen spraken in Jeruzalem af om, als ze eenmaal terug waren in Nederland, samen het project HLS te starten. In 1907 ondernamen de drie mannen een tweede reis naar Palestina. Het basisidee achter het hele project was dat de bezoekers zich geheel met Jezus zouden vereenzelvigen. Daarom moest de nieuwe devotieplek een zo waarheidsgetrouw mogelijke nabootsing van het Heilig Land worden voor heel Nederland.

Vroomans en Suys Suys werkte in 1907 gedurende korte tijd samen met de uit Luik afkomstige Jeanne-Cécile Vroomans-Leclerq (1856-1927).Heilig Landstichting: van devotiepark tot religieus monument, noviomagus.nl, de nicht van de latere bisschop van 's-Hertogenbosch, Arnold Diepen. Vroomans had een grotendeels identiek devotieproject voor ogen. De twee werden op 10 september tijdens een feest aan elkaar voorgesteld door de vicaris-generaal van 's-Hertogenbosch, Jacobus Pompen.

De voorziene locatie werd de plek waar op dat moment de 19e-eeuwse buurtschap De Ploeg lag, nabij Meerwijk; dit gebied leende zich bij uitstek voor het devotieproject vanwege het heuvelachtige karakter, vergelijkbaar met de regio Palestina.Charles M.A. Casper, Christus doen kennen De Heilig-Land-Stichting bij Nijmegen als gemankeerd bedevaartsoord Suys was aanvankelijk de Wouwse Plantage, een landgoed in West-Noord-Brabant, voor ogen. Hij liet zich echter overtuigen dat deze omgeving bij Groesbeek geschikter was.

In oktober richtte Vroomans de Sions- en Heilig Landstichting op, waarvan ze zelf voorzitter werd. Ze maakte plannen voor een bedevaartsoord dat Het Nieuwe Heilig Land zou heten. In Waalwijk besprak ze met Suijs de aankoop van de Bakkersberg, waarop de bouw van de Heilig-Hartbasiliek was voorzien. Ze kocht op 30 oktober deze heuvel (die in het kader van het project werd hernoemd tot Sionsberg) op voor 30.000 gulden. Op 7 november kocht ze ook de Uselenberg, de plek waar volgens de toenmalige plannen het park zou komen, voor 10.000 gulden. Op dat moment draaide alles nog met name om de bouw van de enorme Heilig-Hartbasiliek, waar het Suys omstreeks 1904 in feite om begonnen was (uiteindelijk zou hiervan slechts een klein deel van het atrium worden gerealiseerd). In een brief van Vroomans aan Suys schonk ze hem tevens een gebied bij Meerwijk dat van haar was.

De samenwerking tussen Vroomans en Suys liep echter al spoedig daarna onomkeerbaar op de klippen, waarna Suys het project HLS uiteindelijk in deels aangepaste vorm zonder haar verder heeft voortgezet. De voornaamste reden van de breuk lijkt ruzie tussen beiden over geld te zijn geweest; Vroomans was er bij de aankoop van uitgegaan dat Suys de helft van de door haar voorgeschoten som van 40.000 gulden voor zijn eigen rekening zou nemen, maar zelf weigerde Suys om meer bij te leggen dan 5000 gulden. Verder lijkt te hebben gespeeld dat Vroomans haar medewerking weigerde aan Suys' alternatieve plan voor een "Heilig Hartstichting" waarin hijzelf en de bisschop van 's-Hertogenbosch de baas zouden zijn. Ook bleek Suys van zijn kant de fout te zijn ingegaan door niet eerst toestemming van bisschop Van de Ven te vragen voor de aankoop van de grond. Vroomans begon na haar breuk met Suys nog aan het uitwerken van haar eigen plannen voor de Bakkersberg en Uselenberg, aangezien deze plekken na de aankoop haar eigendom waren. Ze liet de bekende architecten Edouard Cousin en Jos Cuypers bouwplannen uitwerken, onder meer voor de basiliek, en ze zorgde dat het Sionskerkje op de Bakkersberg er in 1908 inderdaad kwam; in 1920 liet Suys, inmiddels zelf eigenaar van de Sionsberg, dit kerkje echter weer afbreken.

Vroomans kreeg gaandeweg steeds meer financiële problemen, onder meer doordat Suys zelf inmiddels ook op zwart zaad zat en haar dus niets van de aankoopsom kon terugbetalen. Vroomans verloor meerdere rechtszaken die zij tot in Rome aanspande tegen Suys. Ze werd eerst door een commissie van wijze mannen (die bestond uit dominicanen uit Huissen) geheel in het ongelijk gesteld, met als argument dat zij en niet Suys de oorspronkelijke financiële lening voor het project was aangegaan. De volmacht die ze eerder van Suys had gekregen werd ook ongeldig verklaard, omdat het bisdom hier niet op de juiste manier bij betrokken was geweest. Op 12 april 1912 oordeelde de rechtbank Arnhem dat Vroomans geen enkele juridische actie meer tegen Suys mocht ondernemen. Uiteindelijk keerde Vroomans totaal gedesillusioneerd het project HLS helemaal de rug toe. Ze emigreerde naar Hyères (Zuid-Frankrijk) om zich aldaar toe te leggen op soortgelijke religieuze projecten.

Suys schreef over deze episode achteraf een gedenkboek.

Voortzetting door Suys, Stuyt en Gerrits Zelf ging Suys hierna volop aan de slag om het project op zijn eigen manier gerealiseerd te krijgen. Hij werkte hiervoor intensief samen met Stuyt, Gerrits en bisschop Van de Ven. Suys wist genoeg fondsen te verwerven om een stuk grond aan de Nijmeegsebaan op te kopen, waarvan hij zelf de bouwpastoor werd. In februari 1911 werd de Heilig Land Stichting (HLS) opgericht, waar het kerkdorp naar is vernoemd. Dit alles gebeurde met goedkeuring van bisschop Wilhelmus van de Ven van het bisdom 's-Hertogenbosch. De eerste voorzitter was Ernest Laane. Op 17 april van dat jaar schreef Van de Ven een brief over de voortgang van het project aan de paus in Rome, waarin hij verklaarde dat zeven mensen ermee bezig waren. Over Vroomans meldde hij dat het weliswaar oorspronkelijk eigenlijk vooral haar idee was geweest, maar dat zij door de rest niet tot de nieuwe stichting was toegelaten. In juli 1913 kreeg HLS van het Groesbeekse gemeentebestuur een vergunning om op de uitgekozen plek de Cenakelkerk, een zusterklooster en een pastorie te gaan bouwen. Het bestuur van HLS keurde op 19 juli het derde ontwerp hiervoor van de hand van Stuyt goed. Vanwege bezuinigingen werd het bestek iets aangepast ten opzichte van de eerste twee ontwerpen, met nu wat kleinere gebouwen.

In het devotiepark bij het dorp moesten allerlei bekende plaatsen uit het Heilige Land (Palestina) nagebouwd worden. Dit project is uiteindelijk verwezenlijkt als het Bijbels Openluchtmuseum, tegenwoordig het Museumpark Orientalis. De Laan der Aartsvaders moest de hoofdingang worden van de Heilig-Hartbasiliek en tegelijk van het hele devotiepark. Ook moesten er kopieën komen van het terrein van de Heilige Familie in Nazareth (het idee was dat bezoekers, na eerst de basiliek te hebben bezocht, daarheen zouden gaan), evenals van de Taborberg met de in 1916 voltooide Hemelvaartkoepel, het Kidron-dal en Getsemane, de paleizen van Kajafas en Pilatus en ten slotte de kruisweg of Via Dolorosa (om dit zo goed mogelijk na te bootsen werd de betonnen Calvarieberg voorzien van drie kruisen en dertien gedenkstenen) met aan het eind het Heilig Graf. Lezers van 't Heilig Land werden vanaf het eerste nummer opgeroepen om geld te doneren voor het hele project.

In deze tijd was het Nijmeegse gemeentebestuur bezig met grondgebied aan de noordrand van de aangrenzende gemeente Groesbeek over te kopen. In deze plannen was oorspronkelijk de annexatie voorzien van nog meer gebied, waaronder de zone waar iets later Heilig Landstichting en het park zouden verrijzen. Hiervan is het uiteindelijk nooit gekomen; enkel het gebied dat in het westen grensde aan Heilig Landstichting (vanaf de Postweg tot en met de Sophiaweg, nu de wijk Kwakkenberg) werd op 1 januari 1915 Nijmeegs. Het project HLS is hierdoor dus niet gehinderd.

Met het oog op de bouw van het devotiepark verdeelde men de beschikbare grond in drieën: een gedeelte zou het devotiepark zelf worden, een ander gedeelte werd ingericht als begraafplaats om ook door de verkoop van grafrechten in de toekomst een inkomstenbron te hebben, en het laatste deel werd verkocht zodat hier woningbouw kon plaatsvinden. De op deze plek gelegen buurtschappen De Ploeg en Het Heilig Land zouden volledig in het nieuwe kerkdorp worden geïntegreerd. Met het beschikbaar gekomen geld werd een aanvang gemaakt voor het park.

Na het stoppen van de samenwerking met Vroomans had Suys aan de bouw van de Cenakelkerk voorrang gegeven boven de basiliek. Hij werkte voor het ontwerp van de Cenakelkerk samen met Jos Margry, hoewel die laatste achteraf verklaarde geen enkele betrokkenheid te hebben gehad en alleen het terrein te hebben uitgekozen. De eindafrekening twee jaar later bedroeg 177.887,99 gulden. In de periode 1913-1915 kwam de Cenakelkerk gereed, als eerste kerkgebouw dat geheel in het kader van het project HLS gerealiseerd werd. De Byzantijnse bouwstijl van deze kerk is zeer atypisch voor de architectuur binnen Nederland.

Begin 1916 lukte het de stichting HLS alsnog om de Sionsberg over te kopen van Vroomans, ondanks de grote wederzijdse gebrouilleerdheid. Vroomans weigerde aanvankelijk nog om de verkoopakte te tekenen. Uiteindelijk verkocht ze (mede vanwege een dreigend faillissement) al haar percelen onder Groesbeek en Hatert (een gebied van 18 hectare), waaronder de Bakkersberg en twee boerderijen, voor 22.000 gulden aan Bernard Wiegerink, een kennis van haar uit Brussel. Wiegerink verkocht op zijn beurt alles voor 25.000 gulden weer door aan HLS. (Niet helemaal duidelijk is hoe deze overdracht nu precies tot stand kwam; er is wel gesuggereerd dat Wiegerink als stroman werd ingezet.)

1918-1930

In 1918 werd er onder leiding van Gerrits, die samen met Suys en Stuyt al vanaf het begin mede betrokken was geweest, begonnen met de bouw van de buurt "Nazareth", dat bestond uit een aantal oosterse boerderijtjes (op een schaal van 1:4).

Op 27 juni 1919 voerde Suys de eerste gesprekken met de pater provinciaal van de montfortanen over een mogelijke samenwerking, die toen mislukten. In 1922 werd er alsnog een contract gesloten. Vanaf dat moment waren er in Heilig Landstichting zeven paters montfortanen (onder leiding van Jean Eyckeler) aanwezig om Suys, indien nodig, te helpen. Op 23 april 1923 werd aan de Heilig Landweg het montfortanenklooster Stella Matutina (Morgenster) ingezegend, dat tot 1997 als klooster in gebruik zou blijven.

Tussen 1918 en 1925 was er voor de bereikbaarheid van het dorp een klein station aan de spoorlijn Nijmegen - Kleef, ten noorden van de spoorwegovergang aan de toen iets langere Scheidingsweg. Dit stationnetje werd weinig gebruikt en verdween na zeven jaar alweer.

In 1919 werd Sedes Sapientiae opgericht, een stichting die zorg droeg voor het onderwijs in het nieuwe dorp en het op godsdienstige wijze verplegen van hulpbehoevenden. Sedes Sapientiae was financieel afhankelijk van de Eerste Hulp Stichting der Heilig Land Stichting.

Op 28 januari 1920 werd er een vergunning verstrekt voor de bouw van een nieuwe jongensschool aan de Profetenlaan. Omstreeks 1925 werd er een eerste knapenkoor opgericht. Eind jaren 20 werd er ook de eerste toneelgroep van Heilig Landstichting opgericht, Erica.