Ilse Sonja Totzke (Straatsburg, 4 augustus 1913 – Haguenau, 23 maart 1987) was een Duitse muzikante en Rechtvaardige onder de Volkeren.
Doordat Totzke niet voldeed aan het ideaalbeeld van de vrouw in nazi-Duitsland, ze een uitgesproken tegenstander was van het nationaalsocialisme en vele joodse vrienden en kennissen had, kwam ze in 1936 op de radar van de Gestapo terecht. Ze werd in 1939 van school gestuurd, omdat ze door een leraar werd beticht van spionage.
In het najaar van 1942 hielp ze twee joodse vrienden de Zwitserse grens over te steken. In diezelfde periode vertrok ze naar Berlijn om aan surveillance van de Gestapo te ontkomen. In februari 1943 probeerde ze samen met een joodse vriendin naar Zwitserland te vluchten. Na hun arrestatie werd Totzke naar Ravensbrück gedeporteerd. In april 1945 werd ze uit het kamp bevrijd en vertrok ze naar Parijs.
De laatste dertig jaar van haar leven leidde ze een teruggetrokken bestaan. Ze overleed in Haguenau op 23 maart 1987. In 1995 werd ze postuum onderscheiden als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Jeugd Ilse Sonja Totzke werd geboren in Straatsburg op 4 augustus 1913. Straatsburg was op dat moment onderdeel van het Duitse Rijk. Ze was de dochter van Ernst Otto Totzke en Sofie Wilhelmine Huth, en groeide op in een protestants gezin. Totzke was afkomstig uit een artistieke familie: haar vader was dirigent bij het Stadstheater van Straatsburg en haar moeder was een actrice afkomstig uit een kunstenaarsfamilie.
Totzke's jeugd werd gekenmerkt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de huwelijksproblemen van haar ouders. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog, in 1918, werd Straatsburg onderdeel van Frankrijk en verhuisde Totzke met haar vader naar Mannheim om hun Duitse staatsburgerschap te kunnen behouden. Haar moeder bleef in Straatsburg achter en overleed een jaar later. Totzke was toen zeven jaar oud. Haar vader hertrouwde vier jaar later.
In 1929, toen ze zestien jaar oud was, verhuisde ze naar Bamberg waar ze een kostschool voor meisjes bezocht. De relatie tussen Totzke en haar vader was bekoeld; ze kon het hem niet vergeven dat hij haar moeder in Straatsburg had achtergelaten. Datzelfde jaar spande ze een rechtszaak tegen hem aan. Volgens Totzke zou hij het geld van haar moeder hebben verkwist en haar erfenis hebben achtergehouden. Totzke won de zaak, maar omdat ze op dat moment nog minderjarig was, werd het geld door een voogd voor haar beheerd.
Leven onder het nationaalsocialisme In maart 1932 verhuisde ze naar Würzburg om aan het Beierse Staatsconservatorium piano, viool en dirigeren te studeren. Nadat Adolf Hitler in januari 1933 aan de macht kwam, veranderde veel voor Totzke: ze was openlijk tegenstander van het nationaalsocialisme en voldeed niet aan het ideaalbeeld van de vrouw in nazi-Duitsland. Totzke droeg haar kapsel in een korte Eton crop en kleedde zich in herenkleding wat goed paste bij de lesbische subcultuur in de jaren dertig. Door haar uiterlijk werd het voor haar erg lastig een woonruimte te huren, waardoor ze enkel bij Joodse huisbazen terecht kon.
Toen ze twintig jaar oud was overleed haar vader en een jaar later, in 1934, kreeg ze toegang tot haar erfenis. De nalatenschap van 42.000 reichsmark maakt dat ze financieel onafhankelijk werd, zelf haar appartement kon inrichten, een vleugelpiano kon aanschaffen en haar stiefzussen financieel kon ondersteunen.
In november 1935 raakte Totzke betrokken bij een motorongeval waarbij ze een schedelfractuur opliep en verbleef meer dan een maand in het ziekenhuis. Naar eigen zeggen gebruikte ze haar letsel als excuus om haar militaire dienstplicht en indiensttreding bij de Rijksarbeidsdienst te ontlopen. In werkelijkheid wilde ze de 'oorlogsmachine' niet dienen. Vanaf de zomer van 1936 werd Totzke in de gaten gehouden door de Gestapo die haar post onderschepte en controleerde. Ze ontdekten geen belastende informatie, maar Totzke liet na ontdekking hiervan haar post naar vrienden sturen.
In april 1938 verhuisde Totzke naar het platteland en betrok daar een klein tuinhuis. Haar vertrek werd door de Gestapo als verdacht beschouwd, aangezien ze op het platteland meer van hun radar verdween. Volledig uit het oog verdwenen was ze echter niet, aangezien haar buren haar in de gaten hielden. Ook op het conservatorium werd haar gedrag gadegeslagen: ze weigerde de Hitlergroet te doen en werd in 1939 door een leraar aangegeven bij de lokale Gestapo vanwege een negatieve uitspraak die ze had gedaan over Adolf Hitler. Ludwig Gründel, een leraar aan de Universiteit van Würzburg, was in 1939 een onderzoek gestart naar Totzke. Hij merkte op dat er geen post bij haar werd bezorgd, stelde vragen omtrent haar vriendenkring waarin enkele joodse mensen zaten en vond het verdacht dat ze meermaals in de buurt van militaire installaties woonde en Frans studeerde, waarna hij concludeerde dat ze een spion was voor de Fransen. Totzke werd om die reden in 1939 van school gestuurd.
Onderzoek van de Gestapo De Gestapo zette het onderzoek vervolgens voort op verdenking van sabotage en contact met joden. Haar voormalige huisbaas Hans Hunsinger werd ondervraagd en hij verklaarde dat Totzke een 'mannenhater' was vanwege haar moeilijke jeugd. Ook omschreef hij haar als een sociale buitenstaander die tegen het idee van een Arische natiestaat was, maar concludeerde dat ze geen saboteur, spion of staatsvijand was. In totaal werden negen mensen uit haar omgeving ondervraag over haar doen en laten. Een buurvrouw merkte op dat Totzke geen vaste baan had en vaak in de late avonduren haar huis verliet of thuiskwam.
In mei 1941 ontving de Gestapo een anonieme brief waarin werd gesteld dat Totzke een intieme relatie zou hebben met een vijftienjarig joods meisje. In werkelijkheid ging het hier om een vijfendertigjarige vrouw die getrouwd was met een joodse man. In de brief werd verwezen naar Totzke's seksuele voorkeur en haar vermoedelijke plan het meisje te verleiden. Totzke werd na een huiszoeking in het najaar van 1941 tweemaal door de Gestapo ondervraagd. Ze informeerden onder meer naar haar joodse vrienden en connecties met personen uit het buitenland. Ze ontkende buitenlandse connecties te hebben, maar gaf toe joodse vrienden te hebben en tegen de vervolging van joden door de Duitse staat te zijn. De Gestapo maakte daarnaast ook aantekening van haar uiterlijk: in een verslag van uit 1942 werd genoteerd dat ze dikwijls het huis verliet in herenkleding.
Vlucht naar Zwitserland In het najaar van 1942 ontving Totzke een dagvaarding van de Gestapo nadat iemand haar had aangegeven voor het omgaan met een joodse vrouw. Uit angst vertrok Totzke meermaals naar Berlijn om daar aan surveillance van de Gestapo te ontkomen. Hier leerde ze de Joodse kleuterjuf Ruth Basiński kennen, die net als Totzke muzikante was. Veel van Totzke's joodse vrienden waren in de zomer van 1942 uit nazi-Duitsland vertrokken, maar enkelen waren nog op zoek naar vluchtmogelijkheden. Totzke onderzocht manieren om het land via Zwitserland of de Elzas te verlaten. In november 1942 hielp ze twee joodse vrienden de Zwitserse grens over te steken.
Nadat ze in december 1942 opnieuw door de Gestapo werd opgeroepen voor verhoor, dook Totzke onder in Berlijn. Aanvankelijk wilde dit samen met Basiński onderduiken, maar in februari 1943 veranderden hun plannen. Basiński was overgebracht naar een verzamelkamp voor joden aan de 17. De joden die hier verblijven stonden op het punt naar concentratiekampen te worden gedeporteerd. Totzke besloot om samen met vier joodse kennissen naar Zwitserland te vluchten, maar van deze vier ging uiteindelijk enkel Basiński akkoord. Totzke hielp haar vervolgens met de ontsnapping uit het detentiecentrum.
Eind februari 1943 probeerde Totzke samen met Basiński in de nacht de Duits-Zwitserse grens over te steken. De eerste poging mislukte en de twee werden door Zwitserse grenswachters terug naar Duitsland gestuurd. Nadat ze de volgende nacht opnieuw werden ontdekt, werden ze overgedragen aan de Gestapo. Basiński werd vervolgens naar concentratiekamp Auschwitz gedeporteerd, maar wist de oorlog te overleven doordat ze lid was van het meisjesorkest. Basiński en Totzke hebben elkaar hierna nooit meer teruggezien.
Totzke werd overgebracht naar het Gestapokantoor van haar voormalige woonplaats Würzburg. Zij hadden reeds een dossier over haar opgebouwd, maar haar poging tot het illegaal oversteken van de Zwitserse grens was haar eerste daadwerkelijke vergrijp. In haar verhoor stelde ze dat ze de vluchtpoging op eigen initiatief had ondernomen, omdat ze het niet eens was met de rassenwetten van Neurenberg, niet langer in nazi-Duitsland wilde wonen en Basiński wilde behoedden voor deportatie. miniatuur|Vrouwelijke gevangenen in Ravensbrück wachten op transport van het Rode Kruis (april 1945)
Ravensbrück Totzke werd in juni 1943 overgebracht naar concentratiekamp Ravensbrück. Aldaar werd ze aangesteld in de bosbouw. In het kamp gebruikte ze de naam Sonia Totzki en beweerde ze Poolse te zijn. Waarom ze dit deed is niet geheel duidelijk, mogelijk schaamde ze zich voor haar Duitse afkomst. Eind februari 1944 werd ze overgebracht naar Auschwitz, maar werd na ongeveer tien weken opnieuw naar Ravensbrück gedeporteerd. Totzke werd op 26 april 1945 uit het kamp bevrijd als onderdeel van Aktion Bernadotte. Ze werd overgebracht naar Zweden en vertrok na haar herstel voor enkele jaren naar Parijs.
Naoorlogse jaren In Parijs bleef ze de naam Sonia Totzki gebruiken en werkte ze op diverse plekken. In 1954 keerde ze terug naar Würzburg. Eenmaal terug in Duitsland, begon Totzke een proces om een van de Duitse overheid te krijgen. Hoewel er veel bewijsmateriaal is dat het verhaal van Totzke ondersteunt, vroegen de autoriteiten om aanvullende getuigenverklaringen. Totzke ging hiertegen in verzet; volgens haar was het verkrijgen van extra bewijsmateriaal zowel onmogelijk als inhumaan. In totaal ontving ze uiteindelijk 8.750 Duitse mark: 5000 voor het verlies van haar professionele en economische vooruitgang en 3.750 vanwege haar gevangenschap.
Totzke verhuisde eind jaren vijftig terug naar haar geboortestreek de Elzas. Ze leidde in de Franse plaats Haguenau tot haar dood op 23 maart 1987 een teruggetrokken bestaan. Ze werd 73 jaar oud.
Eerbetonen In Würzburg werd in 2013 naar aanleiding van haar honderdste geboortedag de Ilse-Totzke-Straße naar haar vernoemd. In Straatsburg is er sinds januari 2026 het naar haar vernoemde Square Ilse Totzke.
Categorie:Duits verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Duits Rechtvaardige onder de Volkeren Categorie:Kampgevangene in Ravensbrück Categorie:Kampgevangene in Auschwitz Categorie:Historische lhbti'er