De Große National-Mutterloge "Zu den drei Weltkugeln" (afgekort GNML "3WK") is een Duitse obediëntie - een koepelorganisatie van vrijmetselaarsloges, ofwel grootloge - met hoofdzetel in Berlijn. Zij geldt als de oudste nog bestaande grootloge in Duitsland. De grootloge komt voort uit de 13 september 1740 gestichte loge Aux trois Globes (Nederlands: Bij de drie Wereldbollen) welke zich in de loop van de achttiende eeuw ontwikkelde tot een grootloge. Zij kent een eigen ritus welke zowel de basisgraden van leerling, gezel en meester omvat als enkele hogere graden, de zogeheten Erkenntnisstufen.
In 1935 moest de grootloge haar werkzaamheden onder nationaalsocialistische druk beëindigen. Na de Tweede Wereldoorlog werd zij in 1946 heropgericht in de Amerikaanse bezettingszone in Berlijn. Sinds 1970 is de GNML "3WK" lid van de Vereinigte Großlogen von Deutschland, een koepelorganisatie van grootloges. Anno 2026 telt de grootloge 53 loges, waaronder drie militaire veldloges.
Naam en zegel Het zegel van de grootloge toont drie identieke globes of bollen, elk met een schuin geplaatste ring en rustend in een driepotig onderstel. Zij worden geïnterpreteerd als een hemelglobe, een aardglobe en een armillairsfeer. De drie globes staan op een geblokte vloer in een driehoek waarvan de punt naar boven is gericht. Boven dit geheel zweeft een gekroonde adelaar, die het humanistische ideaal en de verheffing van de mens symboliseert.
Het zegel verwijst vermoedelijk naar het wapen van de adellijke familie Medici - en daarmee naar de wetenschappelijke genootschappen die onder hun bescherming stonden - en naar Plato's beschrijving van de wereld als een enkele bol zwevend in de ruimte.
Geschiedenis
Ontstaan thumb|Frederik II als Voorzittend Meester bij een Meesterverheffing, 1740, in slot Charlottenburg. Het ontstaan van de grootloge is terug te voeren op de persoonlijke belangstelling van de latere koning Frederik II van Pruisen (1712-1786) voor de vrijmetselarij. Als kroonprins werd hij in de nacht van 14 op 15 augustus 1738 in Brunswijk ingewijd door Hamburgse vrijmetselaren. Kort daarna richtte hij met vertrouwelingen de hofloge La loge première of La loge du Roi notre grand maître in, die uitsluitend voor leden van het Pruisische hof en de adel toegankelijk was.
Omdat er behoefte ontstond aan een meer "burgerlijke" loge, gaf Frederik II zijn secretaris en vertrouweling, de theoloog en geheimraad Charles Étienne Jordan (1700–1745), toestemming een nieuwe loge te stichten. Op 13 september 1740 vormden vrijmetselaren in Berlijn de loge Aux trois Globes. Deze werd opgericht naar het voorbeeld van de Premier Grand Lodge of England, maar bleef onder bescherming van de Pruisische koning.
Toen Frederik II in hetzelfde jaar de eerste Silezische oorlog begon, werd de hofloge La loge première opgeheven en traden haar leden toe tot Aux trois Globes. In de loop van de achttiende eeuw ontwikkelde de loge zich tot een landelijke grootloge. Op 24 juni 1744 nam loge Aux trois Globes de naam Große Königliche Mutterloge aan en vervolgens op 5 juli 1772 de naam Große National-Mutterloge der Preußischen Staaten genannt Zu den drei Weltkugeln.
Hoewel Frederik II van Pruisen als stichter en beschermheer van de loge gold, was hij zelf geen lid van Aux trois Globes. Nadat zijn eigen hofloge La loge première in 1742 werd opgeheven, trad hij bij geen enkele andere loge aan. Vaststaat dat hij na zijn troonsbestijging in 1740 geen logezittingen meer heeft bijgewoond.
Verhouding tot de Engelse grootloge thumb|18e-eeuwse papieren kijkdoos van een loge-interieur naar gravures van Jeremias Wachsmuth, met een verbeelde scène over de activiteiten bij Zu den drei Weltkugeln. Collectie Vrijmetselarijmuseum Aux trois Globes ontving geen formele constitutiebrief van de Premier Grand Lodge of England. In deze periode verleende de Premier Grand Lodge in gebieden zonder bestaande loges doorgaans alleen constitutiebrieven via individuele vrijmetselaars die als Provinciaal Grootmeester fungeerden. Dit was moeilijk te verenigen met het streven van Frederik II naar een zelfstandige, koninklijk beschermde grootloge in zijn staten.
De regels en rituelen van de loge sloten echter nauw aan bij die van de Grootloge van Hamburg, en dus bij het Engelse voorbeeld. Er was bovendien contact met de Engelse grootloge: Pruisische vrijmetselaren bezochten Londen, werden daar in de grootloge geïntroduceerd en brachten groeten en erkenning voor de Pruisische koning en diens loges terug.
Verdere ontwikkeling In de jaren 1740-1750 stichtte de loge naar de gewoonte van die tijd meerdere dochterloges binnen en buiten Pruisen. Voorbeelden zijn: Zu den drei Gerippen in Breslau (18 mei 1741), Zu den drei Kompassen in Meiningen (7 september 1741), Zu den drei flammenden Sternen in Neuchâtel (1 februari 1742).
Op 9 december 1754 stichtte loge Aux trois Globes in Berlijn de loge La petite loge de la Concorde, die later als Zur Eintracht verder werkte en nog altijd bestaat.
In 1760 verleende de loge een constitutiebrief aan loge De l'Amitié aux trois Colombes in Berlijn en erkende deze als dochterloge. Na zich in 1767 te hebben afgescheiden van haar moederloge, ontving deze loge een constitutiebrief van de Premier Grand Lodge of England. Uiteindelijk kwam hier de Große Loge von Preußen genannt Royal York zur Freundschaft uit voort.
In 1810 werd de Freimaurerverein der drei Großen Logen zu Berlin opgericht door de de GNML "3WK" , de Große Landesloge der Freimaurer von Deutschland en de Große Loge Royal York zur Freundschaft.
Vanuit de eenwording van het land in het Duitse keizerrijk kwam de Deutscher Großlogenbund voort, welke in 1871 was geïnitieerd en officieel werd opgericht op 19 mei 1872. Deze federatie omvatte de acht Duitse grootloges die op dat moment door de United Grand Lodge of England werden erkend, waaronder de GNML "3WK".
Weimarrepubliek en nationaalsocialisme Na de Eerste Wereldoorlog bevond de vrijmetselarij in Duitsland zich in een spanningsveld tussen enerzijds staatsloyaliteit en anderzijds de toenemende antimaçonnieke propaganda van de opkomende nationaalsocialisten. Binnen de GNML "3WK" ontwikkelden zich in de jaren 1920 nationaal-conservatieve en deels völkisch georiënteerde stromingen, welke onder meer gebundeld werden in de zogenoemde Wetzlarer Ring en Bielefelder Ring.
In 1922 trad de grootloge samen met de Große Landesloge der Freimaurer von Deutschland en de Große Loge Royal York zur Freundschaft uit de Deutscher Großlogenbund, omdat zij de pacifistische en internationaal georiënteerde koers van deze organisatie niet onderschreef. In 1924 verklaarden de drie grootloges dat alleen christelijke kandidaten in hun loges zouden worden aangenomen en dat zij geen betrekkingen onderhielden met loges in de voormalige vijandelijke staten.
Onder Grootmeester-Nationaal Otto Bordes veranderde de GNML "3WK" haar naam in Nationaler Christlicher Orden Friedrich der Große en werden typische vrijmetselaarssymbolen en -rituelen ingrijpend aangepast: schootsvellen werden afgeschaft, in plaats van de tempel van Salomo werd voortaan de "Duitse Dom" of Straatsburger Münster gebruikt als symbool en de Hiram-legende werd vervangen door de Baldr-sage.
Deze aanpassingen konden een verbod niet voorkomen. In 1935 vaardigde het Reichsministerium des Innern de instructie uit dat alle grootloges uiterlijk op 21 juli 1935 de liquidatie van zichzelf en de bij hen aangesloten loges moesten inleiden. Het gebouw van de GNML "3WK" aan de Splittgerbergasse werd doorzocht; Otto Bordes werd door de Gestapo gearresteerd en enige maanden in het concentratiekamp Columbia-Haus vastgehouden.
Heroprichting Na de Tweede Wereldoorlog werd de GNML "3WK" in 1946 in de Amerikaanse sector van Berlijn opnieuw opgericht. Op 18 mei 1946 verleende de Amerikaanse militaire overheid toestemming om de werkzaamheden te hervatten. De heroprichting ging gepaard met het herstel van de traditionele vrijmetselaarsrituelen en -symboliek die eerder onder Otto Bordes waren afgeschaft.
Een formele evaluatie door de grootloge van haar handelwijze tijdens de nationaalsocialistische periode is in de beschikbare literatuur niet aangetroffen; de historiografie van dit tijdvak is voornamelijk door externe onderzoekers als Neuberger en Melzer verzorgd.
Een aanzienlijk deel van de vroeger bij de GNML "3WK" aangesloten loges sloot zich in de naoorlogse jaren aan bij de later ontstane Vereinigte Großloge der Alten Freien und Angenommenen Maurer von Deutschland, slechts enkele loges behielden hun verbondenheid met de grootloge.
Als nationale vertegenwoordiging tegenover buitenlandse grootloges werd in 1958 de Vereinigte Großlogen von Deutschland opgericht. De GNML "3WK" trad in 1970 ook toe tot deze koepelorganisatie van grootloges.
Ritus en graden Op 30 november 1742 stichtten broeders van Aux trois Globes met toestemming vanuit de loge een zogeheten Schotse loge genaamd L'Union, bedoeld voor de toepassing van hogere of "Schotse" graden. In 1767 sloot deze Schotse loge zich aan bij de Strikte Observantie, een op tempelierssymboliek gebaseerde beweging met een eigen ritus; de GNML "3WK" volgde deze stap en nam de ritus van de Strikte Observantie aan.
Deze overgang stuitte binnen de bij de GNML "3WK" aangesloten loges echter op verzet. Slechts een minderheid van de loges, zoals Zur Eintracht, paste de ritus daadwerkelijk toe. Vanaf 1778 begon de GNML "3WK" zich geleidelijk van de Strikte Observantie los te maken; in 1783 verklaarde zij - na het convent van Wilhelmsbad - officieel dat de bij haar aangesloten loges deze ritus niet langer zouden toepassen en nam zij een eigen ritus aan op basis van wat later de Gerectificeerde Schotse Ritus zou gaan heten.
In de negentiende en twintigste eeuw ontwikkelde de grootloge de eigen ritus verder. Zij kent naast de drie traditionele symbolische graden ook enkele hogere graden of Erkenntnisstufen, vaak beschreven als stappen van verdieping. GraadNaamJohannislogen1°Leerling2°Gezel3°MeesterAllgemeine Altschottische Loge4°Schots Meester (Schottenmeister)Inneren Orient5°Uitverkoren Broeder (Auserwählte Bruder)6°Ingewijde van de Binnenste Tempel (Geweihte des Inneren Tempels)7°Vertrouweling van de Volmaaktheid (Vertraute der Vollendung)
Hoofdzetel thumb|Balzaal van het logegebouw in Berlijn, ca. 1900. In de eerste decennia na de oprichting kwam de grootloge samen in gehuurde ruimten, onder meer in het hotel König von Preußen in de Brüderstraße en in privévertrekken van leden. In 1799 kocht de GNML "3WK" een terrein aan de Splittgerbergasse in Berlijn, waar een logegebouw werd gebouwd dat in december 1800 werd ingewijd. De tuin stond bekend als een van de fraaiste van de stad.
Door de groei van de grootloge voldeed het gebouw al snel niet meer aan de behoefte aan representatieve feest- en vergaderruimten. Onder leiding van architect Christian Heidecke werd het logegebouw in de jaren 1880 ingrijpend verbouwd en uitgebreid; de verbouwing werd in 1887 voltooid. Het gebouw werd tijdens de Tweede Wereldoorlog volledig verwoest.
Na 1945 gebruikte de grootloge tijdelijk een huis aan de Ahornstraße in Berlijn als logegebouw. Later werd een villa aan de Heerstraße 28 in Westend verworven, een in 1923–1924 naar ontwerp van Curt Leschnitzer gebouwd woonhuis. Deze onder monumentenzorg staande villa werd in 2013–2014 gerestaureerd en uitgebreid, zodat zij sindsdien als logegebouw en zetel van de grootloge fungeert. In het pand bevindt zich ook een klein museum.
Structuur en neveninstellingen Hoewel de GNML "3WK" reeds in 1796 door een koninklijk Confirmationspatent und Protectorium de rechten van een rechtspersoon ontving, is zij tegenwoordig als vereniging ingeschreven in het verenigingsregister van het Amtsgericht Charlottenburg in Berlijn. Aan het hoofd van de grootloge staat de Grootmeester-Nationaal, bijgestaan door een Bundesdirektorium van leden van de obediëntie met de hoogste graad.