Mario und der Zauberer. Ein Tragisches Reiseerlebnis (Nederlands: Mario en de magiër. Een tragische reiservaring) is een novelle van Thomas Mann uit 1930.
Totstandkoming Belangrijke ingrediënten van de novelle gaan terug op ervaringen die Mann zelf beleefde.Berit Haberlag, Mario und der Zauberer- eine politische Novelle?, 2007, p. 2 In de zomer van 1926 bracht hij een vakantie door in Forte dei Marmi. Met zijn gezin logeerde hij in Pension Regina bij waardin Angela Querci, bezocht hij de hypnotiseur Cesare Gabrielli, en maakte hij de woede mee van een vernederde man uit het publiek. In het boek keren zij terug als Pensione Eleonora, Signora Angiolieri, Cavaliere Cipolla en Mario. De literaire verwerking gebeurde niet onmiddellijk, maar pas drie jaar later tijdens een vakantie in Rauschen.Berit Haberlag, Mario und der Zauberer- eine politische Novelle?, 2007, p. 3 Hij koos voor een vertelling in de ik-persoon.
Inhoud
Een Duits gezin met twee kinderen gaat op vakantie naar Torre di Veneri, een fictieve badplaats aan de Tyrreense Zee. Wanneer een hoge gast het in zijn hoofd haalt dat de nachtelijke hoestbui van een van de kinderen een gevaar voor hem betekent, dwingt de uitbater van het Grand Hôtel hen te vertrekken. Ze verhuizen naar het meer bescheiden Pensione Eleonora. Aan het strand reageren de lokale inwoners geschokt wanneer de achtjarige dochter haar badpak uittrekt om het uit te spoelen in zee. De politie wordt erbij gehaald en er volgt een boete. Na deze tegenvallers woont het gezin een avondvoorstelling bij van de rondreizende illusionist Cavaliere Cipolla ('Ridder Ui'), een bochelaar met demonische trekken. Met zijn schofferende uitspraken, klakkende rijzweep en Romeinse groeten lokt hij in het begin verbaal protest uit, maar dat verstomt allengs. Wanneer hij mensen onder hypnose brengt en bespeelt als marionetten, oogst hij daverend applaus. Hij laat het publiek letterlijk naar zijn pijpen dansen. De manipulatie wordt het verst gedreven bij de kelner Mario, die onder de indruk wordt gebracht dat hij met zijn geliefde Silvestra is, om na de trance vast te stellen dat hij de magiër heeft gekust. Vernederd doodt hij Cipolla met twee revolverschoten. Terwijl de verteller met het publiek de zaal verlaat – geschokt, bevrijd, maar toch moeizaam uit de betovering loskomend –, troost hij zich met de gedachte dat zijn kinderen niet hebben begrepen waar de voorstelling eindigde en de ramp begon.
Analyse Met de figuur van Cavaliere Cipolla zette Mann een tirannieke kunstenaar neer, die op een esthetiserende manier geniet van macht.Till Nitschmann, "Cipolla als tyrannischer Publikumsverführer: Thomas Manns Mario und der Zauberer (1930)" in: Ästhetiken der Tyrannis, 2025, p. 663. Hij is uit op kleineren naar willekeur. Door middel van charisma en suggestie doet hij de weerstand van de massa verstommen, dwingt hij hen mee te gaan en brengt hij hen uiteindelijk in vervoering. Hij ontkent het bestaan van de vrije wil, en stelt dat wie kan bevelen, ook kan gehoorzamen. Hoewel de sfeer en symboliek fascisme ademen, is er weinig of geen expliciete politiek. Het boek toont hoe vatbaar mensen zijn voor retorische manipulatie, en wordt veelal gelezen als een waarschuwing voor het opkomende fascisme. Mann erkende dat hij deze boodschap erin had gelegd, maar wees er tegelijk op dat de magiër geen doorslag was van Benito Mussolini.
In het Nederlands Er bestaan twee Nederlandse vertalingen van de novelle: "Mario en de Magiër. Een tragische reiservaring" in: Tonio Kröger en andere verhalen, vert. Hans Hom, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1975 "Mario en de tovenaar" in: Verzamelde verhalen, vert. Ria van Hengel, Uitgeverij Van Oorschot, 2026, p. 529-580
Voorts adapteerde Koenraad Tinel de novelle als beeldverhaal, gebruik makend van fragmenten vertaald door Els Snick: Koenraad Tinel en Thomas Mann, Mario en de magië, Oogachtend / De Arbeiderspers, 2025
Voetnoten
Categorie:Werk van Thomas Mann Categorie:Boek uit 1930