Zefke Mols, geboren als Anton Pieter Joseph Mols (Sittard, 11 juli 1874 – aldaar, 15 september 1955), was een volksfiguur uit Sittard. Hij was bekend om zijn zorgeloos, zwervend bestaan.

Biografie Zefke was de tweede zoon uit het gezin van Peter Joseph Mols en Maria van de Velde. In totaal bestond het gezin uit acht kinderen. Allebei zijn ouders stierven jong; zijn moeder op 1 februari 1879 op slechts 28-jarige leeftijd en zijn vader op 27 augustus 1885 op 41-jarige leeftijd. Zefke was zelf 11 jaar toen zijn vader stierf.

Met zijn stiefmoeder, Maria Schumans, waarmee zijn vader in november 1880 trouwde, had Mols een slechte relatie. Om haar te vermijden zocht hij de gastvrijheid op bij de familie van zijn vriend, Martin Marx.

Op vijftienjarige leeftijd kreeg hij samen met Martin Marx en een andere vriend, Pit Verhagen, een baan als leerling-sigarenmaker bij Arnolds in Wehr. Vanaf 1907 reisde hij voor het bedrijf door heel Duitsland met sigarenmonsters om zo bestellingen te verzamelen. Toen hij in 1908 in Karlsruhe was en er tijdens een feest een man werd vermoord, werd Zefke als verdachte opgepakt en ondervraagd. Uiteindelijk werd hij zonder enig bewijs tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In 1914 werd hij echter vrijgelaten toen de echte moordenaar zichzelf aangaf, aangezien hij niet het leger in wilde om te vechten in de Eerste Wereldoorlog.

Mols was na zijn bevrijding zo ontdaan dat hij een zwervend bestaan ging leiden. Hij deed klusjes bij boeren in ruil voor eten en onderdak. Zo zwierf hij ook door Frankrijk, totdat hij in 1924 weer in Limburg terechtkwam. Daar verbleef hij een tijdje in Vlodrop. In 1925 werd hij opgepakt voor landloperij. Hij kwam in een werkkamp terecht, in het Drentse Veenhuizen.

In 1928 belandde hij in een pension verderop in Sittard en vond later onderdak bij zijn oude vriend Martin Marx, waar hij een vaste plek vond in de schuur op de hoek van Walstraat. Toen Marx naar de Paardestraat verhuisde, verhuisde Mols met hem mee. Door de gemeente werd gedoogd dat hij in de schuur aan de Paardestraat mocht blijven en er werd zelfs schriftelijk vastgelegd dat hij tot zijn dood, en ook na de eventuele dood van Marx, over de schuur mocht blijven beschikken. Dagelijks ontving hij van de buurtbewoners eten en drinken en maatschappelijk werk voorzag de familie Marx regelmatig van de nodige middelen om Mols te verzorgen, zoals kleding, ondergoed en schoenen. In 1947 werd er in de schuur zelfs elektriciteit aangelegd door de gemeente.

Contact met zijn omgeving had Mols nauwelijks. Ook was hij niet echt spraakzaam. Hij praatte alleen maar met mensen die hij goed kon vertrouwen. Overdag liep hij meestal door Sittard en veel mensen gaven hem dan allerlei spullen, zoals sigaren, worst, of ander eten. Ook nam hij vaak medailles aan van de mensen, die hij dan op zijn kleren droeg. Uiteindelijk werd hij een vast verschijnsel in de stad en hij was dan ook eine van Zitterd.

Opvallend was zijn rol tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In die tijd was hij niet bang voor de Duitsers, in tegenstelling tot de meeste anderen. Mols negeerde ook de door de Duitsers ingestelde avondklok.

Mols werd in september 1955 op 81-jarige leeftijd dood aangetroffen, hij zou in zijn slaap zijn overleden. Bij de begrafenisplechtigheid begeleidde een lange stoet zijn stoffelijk overschot van het ziekenhuis naar de kerk. De begrafenis werd alleen bijgewoond door deken Hoppener, Martin Marx, Petrus Marx, Max Marx en de begrafenisondernemer.

Mols had zijn AOW nooit opgehaald, maar de gemeente had dit opgespaard. Hiermee kon de begrafenis van Zefke worden bekostigd.

Trivia

Mols heeft verschillende standbeelden verspreid door Sittard. In Sittard staat de opvang Bie Zefke (Bij Zefke), waar daklozen een gratis slaapplek kunnen ontvangen. Jo Erens schreef het liedje Zefke Mols, een eerbetoon aan Mols. Erens stierf kort voor Mols.

Externe link Bie Zefke

Categorie:Mens en maatschappij in Sittard-Geleen Categorie:Nederlands dorpsfiguur Categorie:Geschiedenis van Sittard