De Romeinse burgeroorlog (407-415) was een periode van militaire conflicten binnen het West-Romeinse Rijk in de periode 407 tot en met 415, tijdens welke een reeks usurpators in opstand kwam tegen keizer Honorius in Ravenna. Het conflict ving aan met de opstand van het Romeinse leger in Britannia onder Constantijn III (407-411), breidde zich uit naar het continent waar de provincies in Gallië en Spanje de zijde van de opstand kozen. Het conflict nam in omvang verder toe toen de Gotische rebel Alarik I zich roerde en Attalus als tegenkeizer naar voren schoof (408-410 en 414), gevolgd door de opstanden van Maximus (409-412), Jovinus (411-413), Heraclianus (412-413) en uiteindelijk Attalus opnieuw, ditmaal met Athaulf (414-415). De burgeroorlog werd beëindigd door de latere keizer Constantius III die alle tegenkeizers versloeg en een vredesverdrag sloot met de nieuwe leider van het Gotische leger Wallia.
Achtergrond Aan het ontstaan van deze burgeroorlog liggen mogelijk twee gebeurtenissen ten grondslag. Enerzijds is dat het verdrag (foedus van 382) die keizer Theodosius I met barbaarse groepen sloot waardoor zij zich binnen het rijk konden vestigen als autonome bondgenoten. Deze aanpak was een breuk met het verleden waarin barbaarse volken altijd volledig werden verslagen of verdreven. Door deze verdragen werd een beleid gecreëerd waarin Rome afhankelijk werd van niet-Romeinse militaire elites. Anderzijds viel de opsplitsing van het rijk in een oost- en westelijk deel bij de dood van keizer Theodosius zeer nadeling uit voor het Westen toen het op meerdere terreinen bedreigd werd en het zonder de bijstand van oostelijke troepen moest stellen. Stilicho beschikte structureel over te weinig troepen, helemaal toen de oostelijke troepen na de slag aan de Frigidus terugkeerden naar het Oosten.
In 395 liet keizer Theodosius een verzwakt rijk achter aan zijn twee zonen en omdat beiden nog minderjarig waren werden de twee rijksdelen vervolgens in toenemende mate bestuurd door militaire machthebbers. In het westen speelde de magister militum Stilicho, die regeerde namens de jonge keizer Honorius een prominente rol. De herhaalde opstanden van de Gotische leider Alarik I en diens invasie van Italië (401–403) dwongen hem om troepen uit de Rijn- en Gallische grenslegers terug te trekken. De daaropvolgende invasie van Radagaisus in 405–406 leidde tot een verdere concentratie van militaire middelen in Italië en putte de militaire reserves van het rijk uit. In deze context stortte de verdediging van de Rijn in, na de massale invasie van Vandalen, Sueben en Alanen over de Rijngrensin 406. De chaos die daarop in Gallië ontstond en het uitblijven van een effectieve reactie van de centrale regering brachten de Romeinse troepen in Britannia ertoe om in opstand te komen.
Aanvang Opstand van Constantijn III thumb|300px|Siliqua van Constantijn III, geslagen in Arles De door het Britse leger tot keizer uitgeroepen Constantijn III stak in 407 met zijn leger het Kanaal over waarmee de burgeroorlog in het West-Romeinse rijk aanving. Het doel van deze tegenkeizer was niet alleen om de macht te grijpen, maar ook de chaos te beëindigen die was ontstaan na de Rijnoversteek van barbaarse stammen. Hij wist in korte tijd een groot deel van Gallië onder zijn controle te brengen. Hij verbleef eerst in Lyon, herstelde de Rijngrens en zond een leger naar het zuiden om de zetel van de Gallische prefectuur Arles te veroveren.. Een onverwachte aanval van keizerlijke troepen onder leiding van Sarus op Constantijns' krijgsmacht eind 407 werd bij Valentia teruggeslagen, maar had wel als resultaat dat Constantijn de bescherming van de Rijngrens moest overlaten aan barbaarse bondgenoten .
Veel plaatselijke troepen en bestuurders erkenden hem, waarschijnlijk omdat hij de enige was die daadwerkelijk militaire bescherming leek te bieden. Om zijn positie te consolideren riep hij in 408 zijn zoon Constans uit tot caesar en stuurde hem, samen met de generaal Gerontius, naar Spanje om de opstand van de neven van Honorius te onderdrukken. Ook daar boekte Constantijn succesSozomenus, IX.11.4-12.1; Orosius 7.40.6-8, zodat zijn regime zich uitstrekte over Britannia, Gallië en delen van Spanje.
Ondergang van Stilicho en tegenkeizer Attalus thumb|300px|periode 407-411 thumb|300px|Siliqua van Priscus Attalus. Het keizerlijk hof in Ravenna was in de begin jaren nauwelijks in staat doeltreffend te reageren. De regering van Honorius werd tegelijkerheid geconfronteerd met meerdere crises. Naast de opstand van Constantijn vormde het opstandige leger onder Alarik, dat zich ophield in Noricum, een serieuze bedreiging, terwijl bovendien politieke intriges het bestuur ondermijnden.
De plannen van Stilicho, de belangrijkste militair, om het leger van Alarik als bondgenoot in te zetten tegen Constantius stuitten op verzet aan het hof. Op advies van zijn raadgevers weigerde de keizer financiële middelen beschikbaar te stellen. Hierdoor liepen de spanningen tussen Honorius en Stilicho verder op. Uiteindelijk werd Stilicho beschuldigd van eigenmachtig handelen, gevangen genomen en in augustus 408 geëxecuteerd.Zozimus, V.32
Na de dood van Stilicho verslechterde de relatie van tussen Alarik en de keizer aanzienlijk. De situatie werd nijpender toen een deel van het Romeinse leger overliep naar Alarik waardoor de positie van de keizer verder verzwakte. Alarik voerde de druk op door Rome te belegeren en dwong het hof tot onderhandelingen. Toen zijn eisen werden afgewezen kroonde hij in december 409 de stadsprefect van Rome, Priscus Attalus, tot keizer. Attalus benoemde Alarik tot zijn opperbevelhebber, waarna zij in de eerste helft van 410 probeerden de steden van Noord-Italië onder controle te krijgen. Halverwege dat jaar ontstond er een conflict tussen beiden over de te volgen strategie, met name toen de comes Africae Heraclianus de graantoevoer naar Rome afsneed en een hongersnood dreigde. Alarik schoof Attalus aan de kant en hervatte de onderhandelingen met Honorius. Toen zijn troepen onverwachts aangevallen werden door een Romeins leger besloot hij uit wraak Rome te plunderen.
Door deze ontwikkelingen in Italië was de keizer in Ravenna voorlopig niet in staat om de usurpator in Gallië militair te bestrijden. Het lijkt er zelfs op dat Constantijn gedurende enige tijd feitelijk werd gedoogd, zolang hij de provincies onder controle hield en niet direct tegen Italië oprukte. De positie van Constantijn begon echter te verzwakken toen zijn eigen generaal Gerontius in 409 tegen hem rebelleerde. In Spanje riep Gerontius een nieuwe keizer uit, Maximus. Constantius stuurde zijn zoon Constans met een leger naar Spanje. Hoewel dit niet door eigentijdse bronnen wordt bevestigd overwoog Constantijn in 410 om Italie zelf binnen te vallen. Honorius bevond zich door het leger van Alarik in een uiterst kwestbare positie, vooral nadat Attalus in Rome tot tegenkeizer was uitgeroepen. Volgens Kulikowski is het aannemelijk dat hij in het voorjaar Italië binnen trok, maar hij kwam niet verder dan de Povlakte en terugkeerde toen hij verontruste berichten hoorde.
Verheffing van Maximus in Hispania en de opstand van de Bagauden thumb|300px|Munt van Maximus van Hispania, geslagen rond 409-411 in Barcino (Barcelona) Het leger van Constans werd door Gerontius verslagen, waarna de zoon van de keizer naar Arles moest vluchten.Sozomenen, IX.12.6. Door deze nederlaag verloor Constantijn een belangrijk deel van zijn militaire steun, Niet lang daarna werd hij zelf in Arles belegerd door Gerontius. Tegelijkertijd brokkelde zijn gezag in het noordwestelijke deel van Gallië af, waar de lokale bevolking (Bagauden) in opstand kwam.Zosimus, VI,5.3
Deze interne crisis en het feit dat Alarik zich in het zuiden van Italië bevond, bood het hof van Ravenna eindelijk de kans om in te grijpen. Constantijn werd opnieuw als tegenstander beschouwd. De leiding over het keizerlijke leger lag inmiddels bij de generaal Constantius III. Hij trok Gallië binnen, versloeg eerst de troepen van Gerontius en nam daarna het beleg van Arles over. Constantijn probeerde nog steun te krijgen van Germaanse bondgenoten aan de Rijn, maar deze hulp kwam te laat.Sozomenen, IX.13.
Na een langdurig beleg gaf Constantijn zich uiteindelijk over. Ondanks beloften van veiligheid werd hij korte tijd later gevangengenomen en geëxecuteerd.Sozomenen, IX.15.1 Met zijn dood in 411 verdween de belangrijkste usurpator van het westen, en het regime van Honorius kon voorlopig weer de controle herstellen. Toen de generaal Constantius III in 411 het beleg van Arles had gewonnen en Constantijn gevangen was genomen, leek het alsof het regime van Honorius eindelijk weer controle kreeg over Gallië. In werkelijkheid bleek de situatie veel minder stabiel. De lange burgeroorlog had Gallië militair en bestuurlijk ontwricht. Steden waren verzwakt, provinciale bestuurders hadden zich noodgedwongen aangepast aan wisselende machthebbers en het Romeinse leger in de regio was sterk uitgedund. Constantius beschikte niet over voldoende troepen om het hele gebied onmiddellijk weer stevig onder controle te brengen.
Opstand van Jovinus en de tussenkomst van Athaulf In het noordoosten van Gallië, langs de Rijn, kon daardoor al snel een nieuw machtscentrum ontstaan. In dit gebied bevonden zich nog verschillende militaire groepen: restanten van Romeinse grenslegers, maar ook Germaanse bondgenoten en zelfstandig opererende krijgsbenden. Onder deze omstandigheden werd in 411 in Mainz een nieuwe keizer uitgeroepen: Jovinus.Olympiodorus,Fragmenten 18 Jovinus was waarschijnlijk afkomstig uit de Gallische aristocratie. Anders dan Constantijn was hij geen officier die door soldaten in Britannia was uitgeroepen, maar eerder een regionale machtsfiguur die zich in de politieke chaos naar voren schoof. Zijn positie berustte bovendien sterk op de steun van Germaanse leiders langs de Rijn. Onder hen bevonden zich de Bourgondische koning Gundahar en de Alaanse leider Goar, wier troepen hem de militaire kracht gaven die nodig was om zijn aanspraak op het keizerschap geloofwaardig te maken.
De opstand van Jovinus laat zien hoe fundamenteel de machtsverhoudingen in Gallië inmiddels waren veranderd. Waar Constantijn zijn positie nog grotendeels had opgebouwd met Romeinse legers uit Britannia en Gallië, was Jovinus in sterke mate afhankelijk van Germaanse krijgers. Het initiatief lag dus steeds minder bij het traditionele Romeinse leger en steeds vaker bij regionale militaire groepen. Voor het hof van Honorius betekende dit dat de overwinning van Constantius op Constantijn nog geen definitieve oplossing had bracht. Terwijl Italië in 410 nog steeds herstelde van de schok van de plundering van Rome door Alarik, ontstond in Gallië alweer een nieuwe usurpatie. De burgeroorlog was daarmee nog niet voorbij.
Alarik kwam in 410 plotseling te overlijden en het leiderschap ging over naar zijn zwager Athaulf. Met zijn leger verliet hij Italië en trok Gallië binnen, op zoek naar voedsel, een stabiel verblijf en politieke erkenning. In zijn gevolg bevond zich ook de voormalige keizer Attalus. In Gallië trof Athaulf het nieuwe regime van Jovinus aan, dat kort daarvoor langs de Rijn tot keizer was uitgeroepen met steun van Germaanse bondgenoten. Aanvankelijk leek samenwerking mogelijk. Jovinus kon de militaire kracht van de Goten goed gebruiken, terwijl Athaulf via de usurpator misschien een erkende positie binnen het rijk kon verkrijgen. Maar de relatie verslechterde toen Jovinus zijn broer Sebastianus tot mede-keizer verhief zonder de Gotische leider daarin te betrekken.
Athaulf voelde zich gepasseerd en veranderde van koers. Hij zocht toenadering tot het hof van Honorius en diens generaal Constantius III. Vervolgens keerden de Goten zich tegen Jovinus. Sebastianus werd verslagen en gedood, en ook Jovinus zelf werd gevangen genomen en uitgeleverd aan Constantius, die hem liet executeren.
Opstand van Heraclianus thumb|Eindfase (413-415)