miniatuur|Een munt geslagen door de bisschoppelijke prefect van Groningen, Ludolf I van Gronebeke en Selwerd. Ludolf van Gronebeke (ook: Ludolf van Selwerd) (ca. 1260 – ca. 1347) was een Gronings ridder en prefect van Groningen in het begin van de veertiende eeuw. Hij speelde een belangrijke rol in de politieke conflicten tussen het stedelijk bestuur van de stad Groningen en het bisschoppelijk gezag van Utrecht en trad daarnaast op als regionale rechter en bemiddelaar binnen het Oversticht.

Biografie Ludolf was een zoon van Godschalk van Gronebeke en behoorde tot de regionale ridderschap rond Groningen. Naar zijn heerlijkheid werd hij ook aangeduid als heer van Selwerd (in bronnen ook: Zelewart). Hij was vermoedelijk deelhebber in het burggraafschap van Groningen, een positie die zijn bestuurlijke en militaire invloed verklaart.

Uit een onbekende relatie had Ludolf vermoedelijk meerdere kinderen, onder wie:De exacte verwantschappen zijn onzeker en verschillen per genealogische bron.

Hendrik van Selwerd Adolf van Selwerd

Ludolf overleed vermoedelijk in 1347. Hij werd als prefect opgevolgd door zijn zoon Adolf.

Prefect van Groningen Als prefect van Groningen vertegenwoordigde Ludolf het gezag van de bisschop van Utrecht binnen de stad Groningen. In deze rol wordt hij in meerdere oorkonden uit het begin van de veertiende eeuw vermeld. Het ambt combineerde bestuurlijke, militaire en rechterlijke bevoegdheden.

Een oorkonde uit 1309 noemt hem als ridder en heer van Gronebeke, waarbij hij samen met de gezworen rechters van Drenthe en de raden van Fivelgo een scheidsrechterlijke uitspraak bekrachtigde in een geschil bij Zuidlaren over visrechten (were, van het Latijnse piscatura). Deze vermelding toont zijn rol als regionale rechtsautoriteit.De Geschiedenisbibliotheek van Groningen, Sprekende documenten, Groningen en het Drentse water, 2 Aduard, Drenterwolde en de Hunze, 2.4 Interpretatie.

Jacobijnerklooster In 1308 schonk Van Gronebeke als prefect een stuk grond binnen Groningen aan de prior van Winsum, Conrardus, een familielid van hem. Deze schenking vormde het begin van het Jacobijnerklooster in de stad, een dochterklooster van het dominicanerklooster te Winsum. De benaming jacobijnen is een alternatieve naam voor de orde van de dominicanen of predikheren. Op de geschonken grond stichtte Conrardus een dochterklooster, dat nog in hetzelfde jaar een bijdrage diende te betalen aan de provincie Saxonia. In januari 1310 verleende paus Clemens V zijn goedkeuring aan de stichting. Het klooster mocht plaats bieden aan dertig broeders; dit werd later dat jaar bevestigd door het generaal kapittel in Piacenza.

Conflict met de stad Groningen (1308–1311) Tussen 1308 en 1311 raakte Ludolf van Gronebeke verwikkeld in een conflict met de stad Groningen en haar stedelijke bestuur. De prefect en zijn aanhangers, grotendeels woonachtig aan de Herestraat, vormden de zogenoemde partij van die Herestraat, die werd beschouwd als de pro-Utrechtse factie. Daartegenover stond de Westerpartij, bestaande uit leden van de stedelijke raad en hun medestanders, waaronder Gerard Sickinghe, burgemeester en telg uit het Groningse bestuurdersgeslacht Sickinghe.

De spanningen leidden tot gewelddadige confrontaties binnen de stad. Grachten werden gegraven en gebouwen versterkt, terwijl het stadhuis en een stadspoort werden afgebroken. De onveiligheid was zo groot dat kooplieden de stad begonnen te mijden.

De bisschop van Utrecht, Gwijde van Avesnes, greep in en hervormde het bestuur. Anders dan in eerdere conflicten koos de bisschop niet eenzijdig de zijde van de prefect. De stedelijke raad werd verheven tot hoogste rechterlijke instantie en kreeg het recht om bij meerderheid strafrechtelijke bepalingen vast te stellen.

Volgens een oorkonde van 7 november 1310 moest Ludolf zich neerleggen bij besluiten van de meerderheid van de raad.Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 233, Cartago (7 november 1310), Ghy, bisschop van Utrecht, geeft nadere verklaring van zijn uitspraak in de twisten te Groningen ''Volgens sommige historici erkende de bisschop hiermee de zelfstandigheid van de stad en het einde van de zelfstandige positie van de prefect binnen de stad.'' (Het feit dat de bisschop wel degelijk aanwijzingen gaf en dus een zekere machtspositie had, ontkracht deze theorie enigszins. Zie visie van den Broek, 2007.) In een uitspraak van 17 februari 1311 werd een verzoeningsregeling vastgesteld tussen Ludolf en de Westerpartij, waarbij Gerard Sickinghe optrad als borgsteller namens de stedelijke partij.Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 235, Cartago (17 februari 1311), Ghie, bisschop van Utrecht, doet nadere uitspraak in de twist tussen Ludolf van Selwerd en zijn partij en de Westerpartij..

Latere activiteiten Ludolf wordt opnieuw vermeld op 8 september 1319, toen hij samen met de abt van Selwerd uitspraak deed in een geschil tussen de commandeur van Steinfurt en kloosters van de Johannieterorde in Groningen en Oost-Friesland.

Categorie:Geschiedenis van Groningen (provincie) Categorie:Persoon in de 13e eeuw Categorie:Persoon in de 14e eeuw