Anna Selina (Nancy) Storace (Londen, 27 oktober 1765 – Dulwich, 24 augustus 1817) was een Engelse sopraan. Ze zou tijdens haar vierjarig verblijf in Wenen een grote invloed uitoefenen op componisten als Wolfgang Amadeus Mozart en Antonio Salieri.

Levensloop Haar vader Stefano SoraceStefano voegde later de letter t toe aan zijn achternaam. Zie: Goldovsky. was van Italiaanse afkomst. Midden 18e eeuw was hij verhuisd naar Engeland waar hij in Bath trouwde met een Engels meisje. Hij speelde contrabas en vertaalde Italiaanse opera's naar het Engels. Nancy's broer Stephen zou later carrière gaan maken als componist.

Nancy Storace stond al op jonge leeftijd op het podium. Als zevenjarige zong zij in 1773 te Southampton en het volgende jaar in het Haymarket Theatre te Londen. Ze kreeg les van Venanzio Rauzzini, Antonio Sacchini en Joseph Corfe. In 1776 zong ze de rol van Cupido in Rauzzini's opera L'ali d'amore.

Succes in Italië Storace ging in 1778 samen met haar broer Stephen naar Italië. In Florence zong zij in 1779 kleinere rollen in het genre van de opera seria; in de twee jaren hierna verscheen ze in komische opera's.

Haar reputatie en beroemdheid groeiden en ze maakte in 1782 muziekreizen langs diverse steden, zoals Milaan, Turijn, Venetië en Rome. Giuseppe Sarti schreef datzelfde jaar speciaal voor Storace de opera Fra i due litiganti il terzo gode.

Aanstelling in Wenen Haar optreden in Venetië viel op bij de Oostenrijkse ambassadeur graaf Giacomo Durazzo, die haar vervolgens een aanstelling aanbood als prima donna bij het zojuist opgerichte gezelschap voor Italiaanse opera's in het Weense Burgtheater. De openingsuitvoering van dit gezelschap vond plaats in 1783 met de opera La scuola de' gelosi van Antonio Salieri, met Storace in de rol van gravin. Zij was reeds bekend met deze rol, want enkele weken eerder had ze meegewerkt aan de première van deze opera in Venetië.

Storace ontving in Wenen het hoogste salaris van alle medewerkers: 3250 gulden per jaar. Verder kreeg ze een luxe appartement, gratis vervoer naar de repetities, en een grote voorraad brandstof en kaarsen.

Ze zong in het eerste seizoen in zeven van de veertien producties. In 1784 was ze tevens te horen in Joseph Haydns oratorium Il ritorno di Tobia. Waarschijnlijk schreef Haydn in 1784 of 1785 de cantate Miseri noi, misera patria speciaal voor Storace.

Huwelijk Op 21 maart 1784 trouwde ze met de Engelse musicus John Abraham Fischer. Ze kregen begin 1785 een kindje dat al snel overleed. Het huwelijk bleek geen succes: de als onsympathiek omschreven Fischer zou haar gemeen hebben behandeld en werd om die reden door de keizer verbannen uit Oostenrijk. Storace zou haar mislukte huwelijk voortaan geheim houden.

Stemproblemen Storace trad zo vaak op dat ze stemproblemen kreeg. Tijdens de première van een opera van haar broer Stephen op 1 juni 1785 raakte ze opeens haar stem kwijt en moest noodgedwongen tijdens de eerste akte opgeven. Gedurende een periode van vijf maanden mocht ze niet meer zingen.

Haar terugkeer op het podium werd opgeluisterd met de cantate Per la recuperata salute di Ophelia die Mozart, Salieri en ene Cornetti samen voor haar hadden geschreven.

Op 1 mei 1786 vond de première plaats van Mozarts opera Le nozze di Figaro. De hoofdrol van Susanna werd gezongen door Storace.

Londen Storace vertrok in februari 1787 naar Londen, samen met haar moeder, Thomas Atwood en goede vriend Michael Kelly. Mozart had als afscheid nog een aria voor sopraan en piano gecomponeerd.

Haar eerste optreden in Londen vond plaats op 24 april in Paisello's opera Gli schiavi per Amore in het King's Theatre. Ze bleef aan dit theater verbonden totdat het in 1789 afbrandde, waarna ze naar het theater Drury Lane overstapte, waar haar broer Stephen ook al werkte. Op 24 november zong ze in zijn opera The Haunted Tower. Hierna volgden nog diverse andere rollen in Stephens opera's, zoals de rol van Margaretta in No Song, no Supper (1790) en Fabulina in The Pirates (1792).

In 1787 vond het Handel Festival plaats in de Westminster Abbey en Storace was een van de deelnemende zangeressen. In datzelfde jaar verscheen ze in Londen in verschillende oratoria en was ze in Salisbury te horen in een benefietconcert voor Joseph Corfe.

In 1791 en 1795 leverde Storace een bijdrage aan de concerten die Johann Salomon organiseerde ter ere van Joseph Haydn. miniatuur|Nancy Storace in 1790 Begin jaren 90 deden de prins van Wales, de hertog van Bedford en de markies van Salisbury een poging om Storace in te huren voor hun geheime hoftheater aan Oxford Street. Waarschijnlijk had Storace een hechte band met de prins van Wales.

In 1793 was Storace wederom verbonden aan het King's Theatre. Verder trad ze op in oratoria en concerten door heel Engeland, zoals Salisbury (1792 en 1796), Hereford (1792), Bristol (1793), Manchester (1794) en Liverpool (1794).

Haar broer Stephen overleed in 1796. Storace was op dat moment verbonden aan Drury Lane, maar keerde nu voor korte tijd terug naar het King's Theatre. Een jaar later vertrok ze met haar geliefde - de tenor John Braham - uit Engeland om een tournee door Europa te maken. Na haar terugkeer in Londen werd in 1802 hun zoon Spencer geboren.

In 1808 zetten Storace en haar vriend en tenor Michael Kelly een punt achter hun zangcarrières. Hun afscheidsconcert vond plaats in Drury Land met de opera No Song, no Supper.

In 1816 gingen Storace en Braham uit elkaar. Een jaar later kwam zij te overlijden.

Waardering Storace had al op jonge leeftijd zangles gekregen en had in Italië ervaring opgedaan in de serieuze opera. Dit kwam haar goed van pas toen ze in Wenen in komische opera's optrad: ze was in staat deze rollen een meer dramatische wending te geven.

Tijdens haar verblijf in Wenen van 1783 tot 1787 was haar stem een belangrijke inspiratie voor componisten als Antonio Salieri, Wolfgang Amadeus Mozart en Giovanni Paisiello. Zij hielden bij het schrijven van hun opera's rekening met haar capaciteiten en wensen. Haar talent voor drama, haar beperkte stembereik (de hoge noten waren vaak problematisch voor Storace) en haar persoonlijke voorkeur voor de toepassing van 'nota e parole', inspireerden Mozart bij het componeren van de rol van Susanna in Le nozze di Figaro. Vicente Martin y Soler deed hetzelfde met de rol van Lilla in Una cosa rara.

Na haar dood schreven de Engelse muziekauteurs kritisch over de zangkwaliteiten van Storace. Ze werd als een intelligente actrice beschouwd, maar haar stem zou ruw hebben geklonken en ontbeerde een natuurlijke zachtheid. Storace zou daardoor minder geschikt zijn geweest voor het serieuze operagenre en kwam beter tot haar recht in komische rollen. Dit komt overeen met eerdere opmerkingen van zowel Duitse als Franse auteurs, die vooral haar combinatie van acteer- en zangkwaliteiten roemden. Waarschijnlijk moest Storace het dan ook minder hebben van haar virtuositeit en stemgeluid, maar vooral van haar intelligente benadering van de muziek, haar levendigheid en haar charme.

Mogelijk hebben haar stemproblemen van 1785 ook een invloed gehad op het verdere verloop van haar carrière. Na de verplichte rustpauze van vijf maanden was haar stem waarschijnlijk niet meer van dezelfde kwaliteit als voorheen. Het is aannemelijk dat ze daardoor Wenen verliet en koos voor het lichtere repertoire van Londen.Zie: Goldovsky.

Categorie:Brits zanger