Rijssels, ook geschreven als Rijssel, Ryssel(s), Reyssel(s) of Reysselt, is een historisch gehucht van Paal, een deelgemeente van de stad Beringen in de Belgische provincie Limburg. Het ligt tussen de historische gehuchten Tervant (meer naar het noordoosten), Meelberg (meer naar het zuidoosten), Krenist (meer naar het zuidwesten) en Tessenderlo (meer naar het noordwesten).

De etymologie van de gehuchtnaam is niet met zekerheid vastgesteld. Een mogelijke verklaring is dat 'rijs' in Brabantse dialecten verwijst naar rijshout of struikgewas, wat zou passen bij een ontginningsgehucht, al blijft dit bij gebrek aan schriftelijke bronnen onzeker.

Situering Rijssels wordt vandaag min of meer afgebakend door de E313, de Rijsselstraat, de Tessenderlosesteenweg, en de Winterbeek, tevens de grens met Tessenderlo.

De afbakening loopt van de kruising van de Rijsselstraat met de E313 tot aan de aansluiting met de Tessenderlosesteenweg, vandaar voorbij de kern van Brelaar-Heide, een nederzetting die pas veel later ontstond, tot aan de Winterbeek, dan langs de Winterbeek terug tot de kruising met de E313, en ten slotte langs de Rijsselstraat terug naar het vertrekpunt. De historische kern lag echter net buiten dit gebied, ten zuiden van de Tessenderlose Steenweg, in de bocht tussen de aansluiting met de Sint-Jorisstraat en de aansluiting met de Rijsselstraat.

De Paalse Plas neemt vandaag een groot deel van dat gebied in.

Geschiedenis thumb|Rijssels gesitueerd op de Ferrariskaart, opgesteld tussen 1771 en 1778. Rijssels was een van de gehuchten die samen de buitinghe (buitengebied) van Beringen vormden, naast Brelaar, Geenhout, Gestel, Krenist, Meelberg, Paal en Tervant.

Het gehucht Rijssels ontstond vermoedelijk in de 17de eeuw toen omliggende heide- en veengebieden werden ontgonnen, in een periode dat Beringen en zijn gehuchten nog deel uitmaakten van het prinsbisdom Luik. Notaris Martinus Meyen vermeldt Reyssel in 1696. miniatuur|Kadastrale kaart met de kern van het gehucht Rijssels tussen Krenist en Meelberg, opgesteld in 1827 en herzien in 1843. De Ferrariskaart (1771–1778) toont ten westen van Meelberg drie wegen die een driehoekige lus vormen, waarlangs de bebouwing verspreid ligt, omgeven door akkerland. Wat vandaag de Tessenderlosesteenweg is, houdt op aan de rand van de heide, waar Brelaar-Heide later zou ontstaan.

In de Franse volkstelling, opgemaakt op 27 april 1796, worden de inwoners van Paal ingedeeld in vier gehuchten: Brelaar, Meelberg, Paal (Dorp) en Tervant. Rijssels wordt daarin niet als afzonderlijk gehucht vermeld; de bevolking van Rijssels werd bij het naburige gehucht Meelberg ondergebracht. De tweede burgemeester van Paal, Henricus Srayen, was woonachtig in het gehucht.

Het plan van het Primitief Kadaster, opgemaakt door landmeter Lecluijse in 1827 en herzien in 1843, situeert duidelijk de kern.

De ligging op enige afstand van de schansen van Brelaar en Meelberg wijst erop dat de nederzetting zich pas kon ontwikkelen toen de onveiligheid die het schansenleven had bepaald, voorbij was. Het stelde niet veel meer voor dan een aantal verspreide hoeves. Opvallend is dat een vergelijking tussen de Ferrariskaart (1771–1778) en het Primitief Kadaster (1827–1843) een afname van het aantal woningen in het gehucht laat zien.

Het landschap werd van oudsher gedomineerd door uitgestrekte beemden en broekgronden: natte, laaggelegen weilanden langs de beek, periodiek overstroomd en ongeschikt voor akkerbouw. Ten zuiden van dit natte gebied, tot net ten noorden van de kern van het gehucht, is er een bescheiden heuvel.

Voordat er straatnamen bestonden, werden woningen geïdentificeerd met de gehuchtnaam en een huisnummer. De naam Rijssels bleef op die manier tot aan de Tweede Wereldoorlog in gebruik.

Vandaag leeft hij voort in de Rijsselstraat, maar als gehuchtnaam is hij grotendeels in onbruik geraakt. In de officiële statistische indeling van de stad Beringen staat Rijssels niet als afzonderlijke buurt geregistreerd.

Categorie:Paal (Beringen)