Ary van der Spuy, ok wel Arij of Arie van der Spuij, (Schiedam, 11 mei 1781 – Achern (Baden-Württemberg), 18 maart 1868) was een Nederlands onderwijzer en landschapsontwerper. Hij verwierf bekendheid door zijn werkzaamheden voor het Nederlandse koningshuis en zijn bijdrage aan de aanleg en herinrichting van het Haagse Bos.

Jeugd en vroege loopbaan en privéleven Van der Spuy werd geboren als zoon van een zoon van scheepsbouwmeester Cornelis van der Spuij en Jannetje Hopman. Op jonge leeftijd verliet hij het ouderlijk huis en begon zijn loopbaan als onderwijzer. Hij werkte onder meer in Rotterdam en later aan een stadsschool op het Kortenbosch in Den Haag. Vanwege het slachte salaris gaf Van der Spuy ook huisonderwijs, waardoor hij met invloedrijke kringen in aanraking kwam.

Op 24 Maart 1811 trouwde Van der Spuy in Den Haag met de dochter van schoolopziener B. Spoelstra, de 24-jarige Geiske (ook wel Gijsje of Gijzina genoemd). Het paar kreeg twee kinderen; Johanna Juliana Emilia, die op 16-jarige leeftijd overleed, en Cornelis Bernardus, die niet ouder dan 22 werd. Geiske heeft de dood van haar kinderen niet mee hoeven maken, want zij overleed zelf op 30-jarige leeftijd op 26 oktober 1826.

op 31 december 1817 trad Van der Spuij op nieuw in het huwelijk, ditmaal met de 28-jarige Rose Françoise Cavin uit het Zwitserse Neuchatel.. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren; Louise Adrienne Henriette en Henriette Frederique Marie. Rose Cavin overleed op 29 januari 1826 op 36-jarige leeftijd.

Haagse Bos In 1812 werd Van der Spuy door de opperhoutvester aangesteld als arpenteur-forestierboslandmeter of bosopmeter aangesteld om het Haagse Bos op te meten en in kaart te brengen, in verband met het bevel van Napoleon het hele bos om te kappen. Zoals hij het zelf noteerde: "In 1832 werd mij door den oppervester, den baron van Heeckeren de Cloesse, de last opgedragen, als arpenteur-forestier, tot opmeting en in kaart brengen van het Haagsche Bosch, hetwelk in den zomer van 1813 werd volbracht." Diverse bronnen weten te melden dat Van der Spuy de boel expres ophield, totdat Napoleon bij de slag bij Leipzig verslagen was.

De kaart heeft hij overigens nooit aan zijn opdrachtgever geleverd. Zoals hij zelf ooit noteerde: "Gemelde kaart is onder mijn berusting gebleven, liever verkiezende die te behouden dan de f 150 er voor te ontvangen, die mij volgens de ordonnantie door voormelden houtvester werden aangeboden." Vermoedelij is deze kaart na zijn dood verloren gegaan.

In 1817 kreeg Van der Spuy de opdracht proeven te nemen voor het afvoeren van overtollig water, dat vooral in de winter een probleem vormde. Deze proeven werden in 1818 herhaald en in 1819 kreeg hij het verzoek een plan te maken voor de aanleg van vijvers in het Haagse Bos. Dit plan werd goedgekeurd door koning Willem I en onder leiding van Van der Spuy uitgevoerd. Voor de aanleg van de vijvers moesten grote aantallen bomen worden gekapt. Het huidige padenplan is het gevolg van de Engelse landschapsstijl die in die periode werd toegepast.

In 1834 en 1835 werkte Van der Spuy samen met landschapsarchitect Jan David Zocher aan verdere verbeteringen van het gebied.

Dienst bij het koningshuis miniatuur|Kaart van het Haagse Bos, door Ary van de Spuy. In 1816 kreeg Van der Spuy de taak om kroonprinses Anna Paulowna Nederlands te leren. Kennelijk was hij daarin zo succesvol, dat Anna Paulowna beter Nederlands sprak dan haar echtgenoot.

Van 1826 tot 1830 was Van der Spuy praeceptor der Koninklijke kleinzonen en gaf les aan de zoons van de latere koning Willem II en Anna Paulowna.

In 1837 werd Van der Spuy benoemd tot directeur van de buitenplaats Zorgvliet, eigendom van de kroonprins (de latere Willem II). Hier hield hij zich bezig met ontginning en landschapsinrichting.

De particuliere domeinen van inmiddels koning Willem II werden steeds verder uitgebreid, wat Van der Spuy de titel directeur van Konings domeinen opleverde.

Na het overlijden van Willem II bleef Van der Spuy werkzaam voor Anna Paulowna. In die periode ontwierp hij diverse tuinen voor villa's rond het Haagse Willemspark en tekende hij onder andere een kaart van Soestdijk.

Laatste jaren en overlijden Van der Spuy ging in 1865 met pensioenen verhuisde twee jaar later, samen met zijn dochter Louise, naar Achern, waar zijn getrouwde dochter Henriette woonde. Daar overleden Louise in juli 1867 en hijzelf op 18 maart 1868. Henriette overleed op 11 april 1905 in Freiburg op 84-jarige leeftijd.

Eerbewijzen miniatuur|Gedenksteen, aangebracht augustus 1900 Van der Spuy was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, commandeur in de Orde van de Eikenkroon, en ridder in de Orde van de Witte Valk.

In oktober 1864 werd Van der Spuy tot honorair lid van "de vereeniging tot beoefening van de geschiedenis der stad 's-Gravenhage", als dank voor het beschikbaar stellen van een aantal kaarten voor het Haagsche Museum.

In 1900 werd een gedenksteen in een van de muren van het sociëteitsgebouw in het Haagse Bos onthuld, ter herinnering aan Van der Spuy. Het sociëteitsgebouw is in 1943 door de Duitsers gesloopt. De gedenksteen is hierbij verloren gegaan.

Op 21 augustus 1950 werd in Scheveningen een straat maar Van der Spuy vernoemd; de Ary van der Spuyweg.

Categorie:Nederlands onderwijzer Categorie:Nederlands tuin- en landschapsarchitect Categorie:Nederlands persoon in de 19e eeuw