Francesco Rasi (Arezzo, 14 mei 1574 - Mantua, 30 november 1621) was een Italiaanse componist, tenor, dichter en chitarronespeler. Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de solozang en opera.
Levensloop De familie Rasi was van lage adel en diende aan de hoven van belangrijke families als de Medici en Gonzaga. Francesco begon in oktober 1592 met een studie aan de universiteit van Pisa.
Zijn muziekcarrière begon in de jaren 90 als zanger en chitarronespeler in Rome. Hij werkte daar als beschermeling van groothertog Ferdinand I van Toscane. In een brief van 16 december 1593 spoorde Emilio de'Cavalieri de groothertog aan om Rasi's salaris te verhogen; Rasi had namelijk al diverse aanbiedingen gekregen voor een aanstelling elders.
Rasi was in de zomer van 1594 in opleiding bij Giulio Caccini. In datzelfde jaar trad hij mogelijk in dienst bij Carlo Gesualdo. Hij reisde naar Ferrara, Venetië en Napels, en vertrok daarna naar Polen. Pas in november 1597 keerde hij terug in Italië.
Aanstelling bij de familie Gonzaga Rasi kreeg in 1598 een aanstelling aan het hof van de Gonzaga's te Mantua en zou daar tot zijn dood werkzaam blijven. Hij kreeg al snel gezelschap van zijn zus Sabina (zij was zangeres en tevens zijn leerling) en hun vader, die ook in dienst trad aan het hof.
In 1600 zong Rasi in Florence de rol van Aminta in de opera Euridice van Jacopo Peri. Ook was hij daar te horen in Caccini's opera Il rapimento di Cefalo. Het is aannemelijk dat hij in 1607 in Mantua de titelrol zong in Claudio Monteverdi's opera Orfeo. Een jaar later trad hij in Mantua op in Dafne van Marco da Gagliano en Arianna van Monteverdi. Eind 1608 vertrok hij naar Frankrijk en de Lage Landen.
Veroordeling Rasi kwam begin 1610 in de problemen. Hij werd in Toscane, samen met enkele betrokkenen, veroordeeld tot de dood door ophanging. Hij zou namelijk een poging hebben gedaan zijn stiefmoeder te vermoorden, waarbij een van haar dienaren om het leven was gekomen. Dankzij de familie Gonzaga kon Rasi naar Turijn ontkomen, zodat het vonnis niet kon worden uitgevoerd. Het vonnis werd tien jaar later overigens herroepen, op voorwaarde dat hij zich nooit meer in Arezzo zou vertonen.
Laatste levensjaren In 1611 zongen Rasi samen met Francesco Campagnolo in de opera Il rapimento di Proserpina van Giulio Cesare Monteverdi. Zes jaar later schreef Rasi zelf een opera, namelijk La favola di Cibele ed Ati. Deze opera was bedoeld voor het huwelijk tussen Ferdinando Gonzaga en Catharina de' Medici, maar werd nooit uitgevoerd. De muziek is verloren gegaan.
In 1621 was Rasi opnieuw in Florence, Rome en Savona. Hij trouwde op 4 september te Pistoia met Alessandra Bocchineri. Een kleine drie maanden later overleed hij.
Gabriello Chiabrera eerde hem na zijn overlijden in een gedicht.
Werken Francesco Rasi componeerde enkele werken:
Vaghezze di musica per una voce sola (Venetië, 1608), madrigalen voor solozang (voornamelijk tenor) en basso continuo. Madrigali di diversi autori posti in musica dal S. Francesco Rasi (Florence, 1610), madrigalen voor solozang en basso continuo. La fivola di Cibele ed Ati (1617), opera. La cetra di sette corde (Venetië, 1619), zevendelige verzameling van wereldlijke en geestelijke poëzie, met onder andere de tekst van zijn opera La fivola di Cibele ed Ati en het libretto Elvidia rapita. Dialoghi rappresentativi (1620), vocale werken voor één, twee en drie stemmen. Motet (1610), bijdrage aan een album van componisten uit Mantua, opgedragen aan hertog Vincenzo.
Zijn madrigalen vertonen de invloed van zowel Caccini als Peri. Ondanks zijn relatief kleine oeuvre droeg Rasi veel bij aan de monodische stijl en het madrigaal. Zelf had Francesco als zanger invloed op de werken van zijn vriend Claudio Monteverdi.
Categorie:Italiaans zanger Categorie:Italiaans componist