thumb|Schildering in een initiaal S van de geboorte van Jezus met een afbeelding van Emanuel. Op de onderste helft van de pagina worden initialen weergegeven door kadellen, penwerk-vlechtpatronen bestaande uit een aantal in elkaar verweven inktlijnen Het koorboek voor Emanuel I van Portugal en Maria van Aragón (Österreichische Nationalbibliothek, Handschriftensammlung, VienNB 1783) is een muziekhandschrift dat tussen 1500 en 1505 werd vervaardigd in het atelier van Petrus Alamire. Het atelier werd toen geleid door een voorganger van Alamire die aangeduid wordt als scribent B. Het is een van de dertien muziekhandschriften uit dit atelier dat door deze bibliotheek bewaard wordt. Het heeft grote gelijkenis met het handschrift dat bekend staat als JenaU 22, een van de koorboeken van Frederik III van Saksen. De scribent is dezelfde, de afmetingen, lay-out en de decoratie in de Gent-Brugse stijl zijn nauw verwant.

Het bevat achttien missen, een kyrie en twee credo's. Van deze eenentwintig composities zijn er zeven van Pierre de la Rue, drie van Jacobus Barbireau en Marbriano de Orto, twee van Alexander Agricola en Antoine Brumel en steeds een van Josquin des Prez, Johannes Ghiselin, Gaspar van Weerbeke en Heinrich Isaac. Twee composities van resp. de Orto en Barbireau komen in geen enkel ander van de in totaal 51 bewaard gebleven handschriften uit het atelier van Alamire voor.

Oorspronkelijk werd van dit handschrift aangenomen dat dit een gift zou zijn ter gelegenheid van de bruiloft tussen Karel V en Isabella van Portugal. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat dit onmogelijk is en werd vastgesteld dat dit een gift was van Filips de Schone aan zijn schoonzus Maria van Aragón en haar echtgenoot Emanuel I van Portugal. De meeste van de componisten van de werken in dit koorboek waren in die periode werkzaam in de hofkapel van Philips de Schone. Er is geen overtuigend bewijs dat deze gift gerelateerd is aan hun bruiloft in 1500. Vermoedelijk is het handschrift pas enige jaren daarna vervaardigd.

De miniaturen in dit handschrift worden toegeschreven aan de Meester van de gebedenboeken omstreeks 1500. In het handschrift wordt voor de versiering van initialen vooral kadellen gebruikt. Dat zijn letters die zijn opgebouwd uit ingewikkelde penwerk-vlechtpatronen, vaak met lussen en knopen. De kadellen in dit manuscript bestaan uit een groot aantal in elkaar verweven inktlijnen waardoor ze een wat drukke uitstraling hebben. De stijlopvatting om de initialen op deze wijze weer te geven komt vooral voor in de vroegere manuscripten uit het atelier.

Het kwam meerdere malen voor dat een gift van een dergelijk koorboek de gewenste bestemming niet bereikte. Het is mogelijk dat dit handschrift Emanuel en Maria in Portugal bereikte. In dat geval is de meest waarschijnlijke verklaring dat hun dochter Isabella het meebracht toen zij in 1526 met Karel V huwde. Op deze wijze zou dan het handschrift weer in Habsburgs bezit gekomen zijn. Dat feit leidde dan uiteindelijk tot opname in de Österreichische Nationalbibliothek. Het is echter ook mogelijk dat het handschrift nooit in Portugal terecht kwam en altijd in Habsburgse handen is geweest.

Zie ook De overige handschriften van Petrus Alamire in de Österreichische Nationalbibliothek zijn Koorboek voor aartshertog Karel Koorboek van Ulrich Pfintzing Koorboek van Maximiliaan I en Bianca Maria Sforza Koorboeken van Raimund Fugger. Negen handschriften

Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire

Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Verlucht handschrift