thumb|Van boven naar beneden aan de gevel van het Koninklijk Paviljoen op Station Amsterdam Centraal: een van de poëziecartouches en een detail van het reliëf Vijf stadia van een reis, beide door Roskam, daaronder het Alliantiewapen Oranje-Nassau en Waldeck-Pyrmont van Jean François Vermeylen. Wilhelm Eduard (Eduard) Roskam (Amsterdam, 23 september 1854 – Brussel, 26 februari 1912) was een Nederlands-Belgisch beeldhouwer.. Hij wordt ook vermeld als Edouard Roskam.Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. . p. 2024.P.M.J.E. Jacobs (2000) Beeldend Benelux : biografisch handboek. Tilburg: Stichting Studiecentrum voor Beeldende Kunst. . Vol. 5, p. 183. Jacobs vermeldt hem twee maal, als Edouard Roskam en als Wilhelm Eduard Roskam.
Leven en werk Eduard of Edouard Roskam was een zoon van Kasper Hendrik Roskam en Engelina Jager. Hij kwam uit een artistieke familie, zijn vader was beeldhouwer, opa Jan Roskam en broer Charles Roskam waren kunstschilders en oom Coenraad Cornelis Roskam was meubelmaker en fotograaf. Hij leerde de beginselen van de beeldhouwkunst vermoedelijk van zijn vader en volgde ca. 1866-1867 les bij Louis Royer. Roskam studeerde aan de Rijksakademie van beeldende kunsten (1871-1872) onder Frans Stracké en aan de Academie voor Schone Kunsten van Leuven (1872-1878), als leerling van Louis De Taeye en Gérard Vander Linden.Ype Koopmans (1997) Muurvast & gebeiteld - Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940, Rotterdam: NAi Uitgevers. p. 321. Hij behaalde ontving in 1876 en 1878 de gouden academiemedaille voor zijn werk."Binnenland", Algemeen Handelsblad, 11 augustus 1876; "Binnenland", Algemeen Handelsblad, 30 augustus 1878. Hij verbleef na zijn opleiding in Leuven twee jaren in Parijs en twee jaren in Italië.Alb. Th., "Over nieuwere beeldhouwkunst", Lelie- en rozenknoppen, jrg 4, no 26, 16 september 1885. Hij nam deel aan diverse exposities en toonde onder meer de basreliëfs Attribut d'Amour (1873) en Lente (1875) en een medaillonportret (1877) op de tentoonstellingen van Levende Meesters in Amsterdam.
In juli 1880 werd door architect Pierre Cuypers een prijsvraag uitgeschreven voor de uitvoering van decoratief beeldhouwwerk voor het in aanbouw zijnde Rijksmuseumgebouw in Amsterdam."Rijks-Museumgebouwen te Amsterdam. OPROEPING VAN BEELDHOUWERS", Nederlandsche staatscourant, 5 juli 1880; "Beeldende kunsten - Prijskampen", De Vlaamsche Kunstbode, jrg 10 (1880). Ook Roskam schreef zich in en maakte een kleimodel van een timpaan voor de afdeling van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap.Rijksmuseum (Gebouwdossier P.J.H. Cuypers) / Archief, Het Nieuwe Instituut.Foto van het timpaan in de collectie van het Rijksmuseum. Het werk werd niet uitgevoerd, wel maakte hij later beeldhouwwerk voor Cuypers' Centraal Station in Amsterdam, net als Ludwig Jünger en Jean François Vermeylen."Kunst en Letteren", Algemeen Handelsblad, 18 juli 1884."Verslag betreffende den aanleg der Staatsspoorwegen van 1 Januari tot 31 December 1884", Nederlandsche Staatscourant, 14 mei 1885. In 1883-1884 werd door Eduard Cuypers een atelierwoning voor Roskam gebouwd aan het Oosterpark in Amsterdam, sinds 1991 bekend als Witsenhuis.
In 1886 vestigde Roskam zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij woonde in Schaarbeek toen hij in 1898 werd genaturaliseerd tot Belg,Document parlementaire 20K0120-1895-1896; Document parlementaire 20S0040-1897-1898. later in Etterbeek. In België nam hij onder meer deel aan de tentoonstelling ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Maatschappij ter Aanmoediging van de Schone Kunsten in Gent (1892) en de Exposition Universelle et Internationale in Brussel (1910).
Eduard Roskam overleed begin 1912, op 57-jarige leeftijd.Necrologie", Le Soir, 29 februari 1912. Een jaar later organiseerde kunstenaar en buurman Paul Cauchie in diens huis een tentoonstelling met werk van hemzelf en Roskam."Les Lettres et les Arts", L'Indépendance Belge, 4 februari 1913, p. 3.
Enkele werken 1884-1885: Poëziecartouches met dichtregels van Joseph Alberdingk Thijm en de friezen van de vijf stadia van een reis voor het Koninklijk Paviljoen op het Centraal Station in Amsterdam.Evelien de Munck Mortier en Tanja Karreman, red. (2019) Kunst op Nederlandse stations. Bussum: Uitgeverij TOTH i.s.m. Bureau Spoorbouwmeester. . p. 194-195."Kunstnieuws", Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 27 mei 1885. De Rijkdom, allegorisch basreliëf aan het oostelijk torentje van het gemeentehuis van Sint-Gillis. Op het torentje aan de westkant is De Vruchtbaarheid van Jean Hérain geplaatst.Gemeentehuis van Sint-Gillis, Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed, Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1895-1897: Le Pigeon, een bronzen lichtmast bekroond met een duif, waarvan de schacht is versierd met arabesken en de sokkel is voorzien van twee chimaerakoppen. Het is een van de zes masten die werden geplaatst bij de entree van de Botanische tuin van Brussel aan de kant van de Koningsstraat. De andere vijf werden verzorgd door Felix Coosemans, Jacques De Haen, Désiré Duwaerts, Henri Van Hoeter en Joseph Willems.Pol Meirsschaut (1900), Les sculptures de plein air à Bruxelles : guide explicatif. Brussel: Emile Bruylant.Hugo Lettens (1991) "L'ornementation sculpturale du Jardin Botanique de Bruxelles sous la direction de Constantin Meunier et de Charles Van der Stappen: de la sculpture sous surveillance" in: Myriam Lechene, red. (1992) Le Folklore Brabançon: Histoire et vie populaire. Foto van Le Pigeon op blz. 376. ca. 1905-1906: Twee basreliëfs met spelende kinderen voor het Cauchiehuis, de atelierwoning van Paul Cauchie aan de Frankenstraat te Etterbeek.
Galerij
Categorie:Belgisch beeldhouwer Categorie:Nederlands beeldhouwer