Aalderikus Jacob Drenth (Groningen, 5 juni 1905 – Emmen, 21 oktober 1973) was een Nederlands jurist en oorlogsburgemeester. Hij was burgemeester van Nieuweschans (1941-1942) en Winschoten (1942-1945) namens de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB).
Biografie
Jeugd en loopbaan Aalderikus Jacob Drenth werd in Groningen geboren als zoon van een notaris uit Zuidhorn, die ook voor het Nieuwsblad van het Noorden schreef. Hij volgde onderwijs aan het Stedelijk Gymnasium en studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1934 deed hij zijn doctoraal examen met de stelling: Het publiekrecht in het waterschapsrecht en het privaatrecht in het agrarisch recht.
Drenth vestigde zijn kantoor aan de Radesingel 20 in de stad en was waarnemend griffier van de arrondissementsrechtbank. Ook was hij secretaris van de Bond van Orde door Hervorming. Op 28 december 1934 trouwde hij in Groningen met de uit Stadskanaal afkomstige Lammechiena Jantiena Jakoba Doornbosch, met wie hij drie kinderen kreeg.
Tweede Wereldoorlog Drenth was aan het begin van de Tweede Wereldoorlog reserveluitenant en maakte deel uit van de staf van de Territoriaal Bevelhebber van Groningen, kolonel Jacob Veenbaas. In 1941 werd hij lid van de NSB, waarna later ook het lidmaatschap van onder andere de Volksdienst, het Arbeidsfront, de SS en de Weerbaarheidsafdeling volgden. Op 1 april van dat jaar werd hij geïnstalleerd als burgemeester van Nieuweschans. Vanwege de ligging aan de grens werd hij ook aangesteld als grenscommissaris, een functie die onder het Generalkommissariat für Verwaltung und Justiz viel.
Op 23 mei 1942 werd Drenth in Winschoten als burgemeester geïnstalleerd, met onder de aanwezigen onder andere Gemachtigde van den Leider Jacob Maarsingh en SS-Hauptsturmführer Jan van Efferen, lid van het Silbertanne Commando. Hij nam vervolgens met zijn gezin intrek in de ambtswoning voor de burgemeester, een stadsvilla aan de Burgemeester H.J. Wichersstraat. Ten tijde van de Meistaking van 1943 was hij aanwezig bij de arrestaties in Oude- en Nieuwe Pekela.
In april 1945 werd Drenth op grond van de Zuiveringswet uit zijn functie ontslagen en gevangengenomen. In 1948 stond hij terecht voor het tribunaal voor bijzondere rechtspleging in Groningen, waar hij werd aangeklaagd voor het meewerken met de Duitse bezetter, de deportatie van inwoners naar de Organisation Todt en het opstellen van gijzelaarslijsten. Hij werd later dat jaar veroordeeld tot vijf en een half jaar gevangenisstraf (met aftrek van voorarrest) en ontzetting uit het kiesrecht voor tien jaar.
Na de oorlog Na zijn gevangenisstraf te hebben uitgezeten was Drenth werkzaam als advocaat en procureur in Emmen. Hij was onder meer betrokken bij de zaak rond de Parathionmoord in Veenoord, waarin zijn cliënt Antje Gommers-Jansen beschuldigd werd haar tweede echtgenoot te hebben vergiftigd met het landbouwgif parathion. In de zaak, die landelijke aandacht vergaarde, werd Gommers-Jansen uiteindelijk in een hoger beroep vrijgesproken, na vijftien maanden in voorarrest te hebben gezeten. Er was oorspronkelijk levenslang tegen haar geëist, waarna ze was veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf.
Aalderikus Jacob Drenth overleed in 1973 op 68-jarige leeftijd in Emmen.
Categorie:Burgemeester van Nieuweschans Categorie:Burgemeester van Winschoten Categorie:Nederlands persoon in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands burgemeester Categorie:Politicus voor de Nationaal-Socialistische Beweging Categorie:Nederlands politicus in de 20e eeuw Categorie:Nederlands jurist