De Maria-Louizasquare (Frans: Square Marie-Louise) is een van de belangrijkste pleinen in de Wijk van de Squares in de oostelijke uitbreiding van de stad Brussel. Het plein maakt samen met de Ambiorixsquare, de Margaretasquare en de Palmerstonlaan deel uit van een monumentaal stedenbouwkundig ensemble dat in de tweede helft van de negentiende eeuw werd aangelegd en sinds 14 juli 1994 als geheel beschermd is.

Geschiedenis De geschiedenis van de square gaat terug tot de verstedelijking van de Maalbeekvallei. Tot ver in de negentiende eeuw bestond dit gebied uit een landelijk landschap met molens, vijvers en verspreide bebouwing langs kronkelende wegen. Centraal lag de grote vijver van Sint-Joost-ten-Node, die deel uitmaakte van een hydrologisch systeem dat het overtollige water van de Maalbeek opving. De huidige vijver van de Maria-Louizasquare is een restant van deze vroegere waterpartij.

Na de afbraak van de Brusselse stadsomwallingen en de annexatie van delen van Sint-Joost-ten-Node door de stad Brussel in 1853, ontstonden plannen om het gebied systematisch te ontwikkelen. De doorslaggevende stap kwam met het rooilijnenplan van architect Gédéon Bordiau, goedgekeurd in 1875. Bordiau ontwierp een monumentale stadsuitbreiding met een reeks aaneengeschakelde pleinen en rechte lanen, waarbij de oude Etterbeeksesteenweg werd opgesplitst en geïntegreerd in het nieuwe stratenpatroon. De Maria-Louizasquare werd officieel benoemd in 1877 en verwijst naar aartshertogin Marie Louise van Oostenrijk.

Het ontwerp van de square onderscheidt zich door zijn pittoreske karakter. In tegenstelling tot de meer formele Ambiorixsquare kreeg de Maria-Louizasquare een romantische aanleg in de stijl van een Engelse landschapstuin. De niervormige vijver, aangelegd in de jaren 1880, vormt het centrale element. Aan de oevers werden kronkelende paden, beplantingen en kunstmatige rotsconstructies voorzien. Een opvallend element is de kunstmatige grot met waterval, gerealiseerd in 1886, die samen met de centrale fontein het decoratieve karakter van het plein bepaalt.

Rond de vijver werden vanaf circa 1886 statige burgerhuizen opgetrokken, voornamelijk in eclectische stijl met invloeden van de Vlaamse neorenaissance en het neoclassicisme. Deze bebouwing vormt een relatief homogeen geheel en illustreert de architecturale rijkdom van de periode. Verschillende architecten leverden bijdragen aan het ensemble, onder wie Henri Van Massenhove en Édouard Elle. Een bijzonder gebouw is het voormalige Instituut chirurgical de Bruxelles (nr. 58–61), ontworpen door Van Massenhove, dat door zijn monumentale gevelbeeld opvalt in het straatbeeld.

Niet alle oorspronkelijke bebouwing is bewaard gebleven. In de loop van de 20e eeuw werden verschillende herenhuizen gesloopt en vervangen door appartementsgebouwen, vooral vanaf de jaren 1920 en opnieuw in de jaren 1950 en 1960. Deze ingrepen hebben het oorspronkelijke karakter gedeeltelijk aangetast, al bleef het globale stedenbouwkundige geheel herkenbaar.

Naast de architectuur bezit de square ook een aantal beeldhouwwerken die bijdragen aan het patrimonium. Tot de belangrijkste behoren de “Meermin” (circa 1900) van de Belgische beeldhouwer Émile Namur, het monument voor luitenant-generaal Louis Bernheim uit 1932 van Edmond de Valeriola, en “Geboorte van een land” (1937) van Marius Vos.

Vandaag is de Maria-Louizasquare een belangrijke groene ruimte in het noordoosten van Brussel, gekenmerkt door haar landschappelijke aanleg, historische bebouwing en artistieke elementen. De combinatie van water, beplanting en architectuur maakt het plein tot een representatief voorbeeld van de 19e-eeuwse stadsuitbreiding en van de esthetische ambities die daarmee gepaard gingen.

Zie ook

Hotel van Eetvelde

Categorie:Plein in Brussel (stad)