De Penobscot (Engels: Penobscot River) is een rivier in de Amerikaanse staat Maine. Het deel van het rivierencomplex dat de naam Penobscot draagt, is 175 kilometer lang. Samen met de zijrivieren bedraagt de totale lengte meer dan 563 kilometer. Het totale stroomgebied beslaat circa 22.300 km², waarmee het de grootste rivier is die geheel door Maine stroomt.

Beschrijving De Penobscot ontspringt in het noorden van Maine nabij de Canadese grens. Daar vloeien de North Branch en South Branch samen tot de West Branch. Verder stroomafwaarts, bij Medway, vloeit de West Branch samen met de East Branch en krijgt de rivier de naam Penobscot. Vanaf dat punt stroomt zij 175 kilometer zuidwaarts. Bij Bangor wordt de rivier bevaarbaar. Uiteindelijk mondt zij uit in de Atlantische Oceaan via het estuarium van de Penobscot Bay.

Etymologie De naam Penobscot is ontleend aan het inheemse volk dat zichzelf Panawahpskek Nation noemt. Door verkeerde uitspraak is de naam verbasterd tot Penobscot. De rivier vormt het kerngebied van het Penobscot-volk, dat haar tribale bestuurscentrum heeft op Indian Island nabij Old Town, en de rivier beschouwt als de levensader van hun gemeenschap.

Geschiedenis Archeologische vondsten tonen aan dat de inheemse Wabanaki-volkeren, waaronder het Penobscot-volk, zich minstens 9000 jaar geleden in de Penobscot-vallei vestigden.

De eerste Europeaan van wie bekend is dat hij de rivier verkende, was Estêvão Gomes (Spaans: Esteban Gómez), een Portugese ontdekkingsreiziger die in de jaren 1520 in dienst van Spanje voer. Gomes verkende de Penobscot in 1524. De Franse ontdekkingsreiziger Samuel de Champlain verkende de rivier in 1604 en stichtte er de eerste Europese nederzetting. Na de Franse en Indiaanse Oorlog (1754-1763) begon de Engelse kolonisatie van het gebied, dat sindsdien onderdeel uitmaakt van New England.

Economisch gebruik De Penobscot werd van oudsher intensief gebruikt door de houtindustrie voor het transport van boomstammen uit de noordelijke bossen. Houtzaagmolens bij Old Town en Orono verwerkten deze stammen tot timmerhout. Tegen het einde van de 19e eeuw diende de rivier tevens als bron voor uitgezaagde ijsblokken die naar stedelijke afzetmarkten werden vervoerd. Hout en ijs werden naar verschillende bestemmingen geëxporteerd, zowel binnen als buiten de Verenigde Staten.Een deel van deze hout- en ijsexport bereikte ook het Nederlands-Caraïbische eiland Curaçao via de uit de Penobscot-vallei afkomstige handelaar L.B. Smith, die zich in 1876 op Curaçao vestigde en later Amerikaans consul op het eiland werd. Daarnaast ontstonden scheepswerven, textielfabrieken en leerlooierijen langs de oevers van de rivier. In de 20ste eeuw maakte de houtindustrie grotendeels plaats voor papierproductie, wat leidde tot de bouw van grote houtpulp- en papierfabrieken langs de rivier.

Sinds de afname van de papierindustrie in de 21ste eeuw wordt het stroomgebied van de Penobscot steeds meer geassocieerd met recreatief gebruik, waaronder vissen, jagen, raften en varen.

Natuurherstel miniatuur|alt=Verwijdering van de Veaziedam in de Penobscot in 2013|Verwijdering van de Veaziedam in de Penobscot in 2013

Door legale en illegale lozingen van chemicaliën uit industriële productieprocessen raakte de Penobscot zwaar vervuild. Deze vervuiling vormt een ernstige bedreiging voor de gezondheid van het Penobscot-volk, voor wie de rivier een belangrijk deel is van hun cultuur en traditionele levenswijze. De concentraties kwik in kreeft en krab in de rivier en het estuarium waren zo hoog, dat de overheid een sluiting van de visserij instelde ter bescherming van de volksgezondheid. Een belangrijke stap in de sanering werd gezet in 2022, toen een federale rechtbank in een ruim 20 jaar durende rechtszaak een schikking goedkeurde ter grootte van US$ 187 miljoen, met een mogelijke aanvullende verplichting van US$ 80 miljoen. De veroorzaker, een chemische fabriek die producten maakte voor de papier‑ en pulpindustrie, werd verplicht om de sanering en het herstel van de met kwik vervuilde rivier te financieren. Met deze schikking werd het proces gestart voor een uitgebreid herstelplan voor de rivier, langdurige milieumonitoring en financiering van projecten ten behoeve van de getroffen gemeenschappen.

Een andere belangrijke ontwikkeling in het rivierherstel is het Penobscot River Restoration Project dat werd uitgevoerd tussen 1999 en 2016. Dit project richtte zich op de terugkeer in de Penobscot van zelfstandige, duurzame populaties trekvissen zoals de Atlantische zalm. In 2012 en 2013 werden twee grote stuwdammen verwijderd en in 2016 werd een derde dam aangepast. Ook werden vispassages aangelegd en verbeterd, waardoor trekvissen opnieuw toegang kregen tot stroomopwaarts gelegen paaigronden. De monitoring van het project loopt tot 2027 en dient als basis voor toekomstige damverwijderingsprojecten.

Infrastructuur miniatuur|alt=Brugobservatietoren van de Penobscot Narrows Bridge and Observatory|Brugobservatietoren van de Penobscot Narrows Bridge and Observatory

Ten zuiden van Bucksport, nabij de monding van de rivier in het estuarium van de Penobscot Bay, wordt de Penobscot overbrugd door de Penobscot Narrows Bridge and Observatory, een 650 meter lange tuibrug die in 2006 werd geopend ter vervanging van een hangbrug uit 1931. Het ontwerp is een van drie bruggen in de Verenigde Staten met een innovatief kabeldoorloopsysteem, waarbij de tuikabels als doorlopende strengen door de pylonen worden geleid. In de westelijke pyloon bevindt zich het Penobscot Narrows Observatory, de eerste voor publiek toegankelijke brugobservatietoren in de Verenigde Staten en de hoogste ter wereld. Vanuit de 128 meter hoge toren is er uitzicht over de rivier en het estuarium van de Penobscot Bay. Bij gunstige weersomstandigheden reikt het zicht tot aan de circa 150 kilometer noordwaarts gelegen Mount Katahdin, de hoogste berg van Maine.

Categorie:Rivier in Maine Categorie:Stroomgebied van de Atlantische Oceaan