Hieronymus (Jérôme) Ruffault (Rijsel, ca. 1500 – Atrecht, 10 november 1562) was een Zuid-Nederlands humanist en benedictijner monnik. Hij was abt van de Sint-Adriaansabdij te Geraardsbergen (1526–1560) en van de Sint-Vaastabdij te Atrecht (1537–1562).

Jeugd en opleiding Jérôme werd geboren als tweede kind en oudste zoon van Jean Ruffault en Marie Carlin. Zijn vader bekleedde hoge functies in de centrale bestuursorganen van de Habsburgse Nederlanden, waaronder de Rekenkamer en de Raad van Financiën, en werd in 1515 door keizer Karel V benoemd tot Algemeen Schatbewaarder van de raad.

Op 28 februari 1517 schreef Ruffault zich in aan de artesfaculteitDe Artesfaculteit zorgde voor een basisopleiding voor studenten van de Leuvense universiteit. Leuven was op dat moment een centrum van het humanisme: Desiderius Erasmus verbleef er van juli 1517 tot oktober 1521, en in 1518 werd het beroemde Drietalencollege opgericht, waar Latijn, Grieks en Hebreeuws werden onderwezen. Ruffault behoorde tot de eerste studentengroep van het Drietalencollege en raakte er bevriend met de voornaamste humanisten van zijn tijd, waaronder Desiderius Erasmus, Juan Luis Vives, Omaar van Edingen en Levinus Ammonius. De Spaanse humanist Vives beschouwde Ruffault als een van zijn favoriete studenten. Ruffault werkte ook als corrector voor Vives bij diens publicatie Introductio ad sapientiam. In 1540 droeg de humanist Robertus Britannus een deel van zijn Epistolae aan Ruffault op, met lof voor diens eruditie en inzet voor de Latijnse school in Atrecht.

Coadjutor Op 2 november 1521 benoemde Karel V hem tot coadjutor van de oude en zieke abt Martin Asset van de Sint-Vaastabdij te Atrecht. In dezelfde periode werd hij proost (1521–1537) van Haspres, een proostdij van de Atrechtse abdij. De benoeming tot coadjutor veroorzaakte verzet bij de monniken, die bezwaar hadden tegen de inmenging van de wereldlijke overheid en het feit dat Ruffault nog niet eens priester was. Na twee jaar discussie aanvaardden de monniken hem in januari 1524 als coadjutor.

Abt Op 27 juli 1526 bevestigde Karel V de benoeming van Ruffault als abt van de Sint-Adriaansabdij te Geraardsbergen.Hij werd hiermee de eerste van een reeks "Waalse" abten die de Vlaamse abdij bijna ononderbroken tot 1703 zouden besturen, en die aan de basis zouden liggen van een hevige taal- en cultuurstrijd. In zijn beginjaren hield Ruffault zich voornamelijk bezig met humanistische studies en onderhield hij zijn contacten met Erasmus en Vives. Het dagelijks bestuur van de abdij liet Ruffault grotendeels over aan zijn priors. Ruffault zette de bouwtraditie van zijn voorgangers voort: hij voorzag de abdij van onder meer een bibliotheek.

Op 3 november 1537, na het overlijden van abt Martin Asset in Atrecht, combineerde Ruffault het abbatiaat van de Sint-Adriaansabdij met dat van de Sint-Vaastabdij. De Sint-Vaastabdij was een van de rijkste benedictijnerabdijen van de toenmalige Nederlanden. Vanaf zijn benoeming tot abt van Atrecht resideerde Ruffault vrijwel permanent in die stad, waardoor het toezicht op de Geraardsbergse abdij verwaterde. Renten en goederen werden verkocht, de schulden stapelden zich op.Een onderzoekscommissie hoorde in 1568 alle monniken en een aantal leken, en concludeerde dat de abdij zwaar in de schulden stak. Tijdgenoten wezen op de afwezigheid van de abt, het beheer door wereldlijke ontvangers en de buitensporige uitgaven als voornaamste oorzaken. Uiteindelijk nam Ruffault in 1560 ontslag als abt van de Sint-Adriaansabdij. Zijn opvolger, Simon de Warluzel, stond voor de taak om de schuldenlast saneren. In Atrecht liet Ruffault zich vanaf 1560, niet zonder moeilijkheden, door coadjutor Roger de Montmorency bijstaan.

Overlijden Ruffault overleed op 10 november 1562 in Atrecht. Zijn begrafenis kostte de abdij naar schatting 12.000 pond, met inbegrip van de kosten voor de benoeming van zijn opvolger, maar uit een later aangetroffen nota bleek dat er bovenop nog 39.684 pond aan begrafenisschulden openstond. Hij werd begraven in de kapel van de overledenen onder het koor van de Sint-Vaastabdij. Op het witmarmeren grafmonument werd hij geknield afgebeeld.Dit monument is later verdwenen, vermoedelijk bij de verbouwing van de kerk of tijdens de Franse Revolutie.

Categorie:Benedictijner abt Categorie:Humanist Categorie:Benedictijn Categorie:Geschiedenis van Atrecht Categorie:16e-eeuws abt