miniatuur|Voorgevel winkel Bahlmann & Co, 's-Gravenhage, 1875 Bahlmann & Co. was een in Nederland en Nederlands-Indië actieve manufacturenhandel met eigen confectie die zich verbreedde met aanverwante bedrijfsactiviteiten en bestond van 1821 tot 1932 met Amsterdam als oprichtingsplaats en hoofdzetel naast een veertiental filialen elders in Nederland en Nederlands-Indië
Grondslag De grondlegger en naamgever van het bedrijf was de van oorsprong Duitse zakenman B J J F (Bernhard) Bahlmann (1800-1882), zoon van een organist in Dinklage. Hij kwam al jong met de stoffenhandel in aanraking en begon in 1821 in Amsterdam een manufactuurhandel. Deze was gebaseerd op een nieuwe, succesvolle verkoopmethode, de verkoop tegen vooraf vastgestelde prijzen. Hij trouwde in 1830 met de in Amsterdam geboren M A E (Maria) Biederlack en in datzelfde jaar richtte hij met zijn zwager de firma Bahlmann & Co op. De in Amsterdam gevestigde onderneming breidde al snel uit met filialen in de grotere steden in het land: Rotterdam en Groningen (1831), Arnhem (1835), Nijmegen (1838) en Gorinchem (1848, overname). In de tweede helft van de 19e eeuw volgden filialen te Assen, Leiden, Dordrecht (1883, overname), Gouda, Tiel en Leeuwarden alsmede drie vestingen in Nederlands-Indië: Soerabaja, Batavia en Semarang.
Nijmegen e.o. Nijmegen nam een belangrijke plaats in het zakenimperium. Het gezin Bahlmann huurde vanaf 1841 als zomerverblijf een klein buitenhuisje op het Geldersch Hof aan de Postweg. In 1854-1855 liet Bernhard Bahlmann op de plek van het landhuisje de villa Geldersch Hof bouwen. Aan de Nieuwe Haven in Nijmegen verrees in 1864 een katoenfabriek die onder meer een katoendrukkerij omvatte met name bestemd voor de Indische markt. Verder had het bedrijf in Groesbeek een weverij in gebruik.
De onderneming werd verder voortgezet als (katholiek) familiebedrijf, onder meer door Bernardus Marie Bahlmann. In 1875 ging het filiaal te Amsterdam samen met collega-ondernemer Winkel van Sinkel over tot zondagssluiting. De bedrijfsactiviteiten omvatten naast de verkoop van stoffen en kleding ook interieurzaken en aanverwante (service)activiteiten als behangen. Ook eigen confectie was een vast onderdeel van de filialen. Amsterdam omvatte als grootste filiaal een apart confectiebedrijf.
20e eeuw In 1902 zetten de toenmalige elf firmanten de commanditaire vennootschap Bahlmann & Co. voort als naamloze vennootschap onder de naam Manufacturenhandel van Bahlmann & Co.. De hoofdzetel was gevestigd te Amsterdam en het kapitaal bedroeg ƒ 1.450.000, verdeeld in 290 aandelen van ƒ 5000 elk, geheel geplaatst en volgestort. Als eerste directeur werd J.W. Bahlmann te Rotterdam benoemd.
Begin 20e eeuw breidde het bedrijf zich verder uit. Zo verrees in 1913 een nieuwe, geheel elektrisch ingerichte confectiefabriek annex magazijn in Amsterdam. En in 1926 opende, van wat later bleek het laatste, filiaal te Tilburg (overname G. Meelis). Mede onder invloed van de groeiende concurrentie en de crisistijd kwam eind 1932 het besluit tot liquidatie. Een aantal filialen werd overgenomen door branchegenoten, een enkele filiaalhouder zette de zaak voort onder eigen naam. Zo leefde de bedrijfsnaam nog lang voort te Dordrecht.
Categorie:Nederlandse winkelketen Categorie:Nederlands kledingbedrijf Categorie:Voormalig Nederlands textielbedrijf