Maeijke Joosten (geb. Wijnoxsbergen, Vlaanderen, ? – na 17 oktober 1606), ook Maeijken of Maeyken, was een vroegmoderne vrouw die bekendstaat om haar vervolging wegens sodomie in Leiden. Na een eerste huwelijk met Jan van den Driessche verliet zij haar echtgenoot en begon zij een relatie met Bertelmina Wale. Onder de mannelijke namen Pieter Verburch en Abraham Joosten wist zij Bertelmina te overtuigen van haar mannelijke identiteit. Op 8 maart 1606 liet het paar hun ondertrouw registreren in Leiden. In oktober 1606 werd ze door de schepenen in Leiden veroordeeld tot geseling en verbanning wegens sodomie.
Levensloop Maeijkes eerste huwelijk met Jan van den Driessche vond plaats in Leiden ca. 1592. Ze kreeg vier kinderen tijdens dit huwelijk, van wie er twee in leven waren gebleven. Na ongeveer dertien jaar werd Maeijke verliefd op de 'jonghedochter' Bertelmina Wale uit Leiden. Zij stuurde Bertelmina verscheidene liefdesbrieven die ze liet tekenen met de naam Pieter Verburch. Na een tijdje vertelde ze Bertelmina dat niet Pieter Verburch, maar zijzelf de brieven had laten schrijven en dat ze verliefd op Bertelmina was. Ze overtuigde Bertelmina ervan dat ze een man was deur verscheijden eeden, sweringen ende sinistere persuasiën.
Vervolgens verliet Maeijke haar man en kinderen, reisde naar Zeeland, en keerde vervolgens terug naar Leiden in mannenkleren. Ze vertelde Bertelmna dat ze herdoopt was als Abraham Joosten en dat ze officieel van de predikanten toestemming had gekregen om te trouwen. Dit was niet waar, desondanks geloofde Bertelmina het en het paar liet hun ondertrouw op 8 maart 1606 in het Stadhuis te Leiden aantekenen.
Vervolging wegens sodomie Het is onduidelijk wat er in de daaropvolgende maanden gebeurd is maar ongeveer 7 maanden later, op 17 oktober 1606, werd Maeijke Joosten verhoord door de schout van Leiden tijdens haar berechting wegens sodomie. Het verlaten van haar echtgenoot werd door de schout gepresenteerd als het begin van een reeks 'zeer quaede zaecken'.
Het zwaartepunt van de aanklacht lag echter bij haar relatie met Bertelmina Wale. De schout beschrijft hoe Maeijke Bertelmina gedurende langere tijd misleidde. Volgens de schout had Maeijke Bertelmina ''in aller manieren oft het een manpersoon ware geweest'' bekend, een formulering die duidelijk maakt dat de autoriteiten het gedrag als seksueel én als genderoverschrijdend interpreteerden.
De schout kwalificeerde dit geheel als sodomie: een categorie die in de vroegmoderne rechtspraak veel breder was dan het moderne begrip. Hij stelde dat dergelijke daden 'Godts toorn over landen ende steden' afroepen en dat sodomie volgens zowel Gods wet als civiele wetten met de zwaarste straffen bestraft moest worden. Hij eiste daarom dat Maeijke ''levendich in een sack gesteecken ende […] in ’t water versmoort'' zou worden, waarna haar lichaam op het galgenveld tentoongesteld moest worden.
De schepenen achtten de doodstraf echter te zwaar. In hun vonnis bepaalden zij dat Maeijke ''in besloten camer ter discretie van schepenen gegeesselt'' moest worden en vervolgens haar leven lang uit Leyden, Rijnlandt, Haech en Haechambacht verbannen zou worden. Binnen 24 uur na haar uitzetting moest zij ook de omliggende plaatsen verlaten. De verdere levensloop van Maeijke Joosten is onbekend.
Genderrepresentatie in vroegmodern strafrecht De zaak‑Joosten is uitzonderlijk binnen de vroegmoderne Nederlandse rechtsgeschiedenis. Vrouwelijke vervolgingen wegens sodomie zijn uiterst zeldzaam: het begrip werd bijna altijd toegepast op mannen, omdat de rechtspraak geen aparte categorie had voor vrouwelijke homoseksualiteit of genderoverschrijdend gedrag. Termen als tribadie bestonden in de Nederlandse juridische context nog niet, waardoor de autoriteiten Maeijkes gedrag onderbrachten bij de enige beschikbare categorie: sodomie.
Daarnaast is de zaak bijzonder vanwege de uitgebreide documentatie. Het volledige eis‑ en vonnisformulier is bewaard gebleven, inclusief details over de brieven, de mannenkleding, de ondertrouw en de argumentatie van de schout. Voor vrouwelijke verdachten is dit uitzonderlijk; vergelijkbare gevallen zijn doorgaans slechts via korte notities bekend.
De zaak laat zien hoe genderpresentatie en strafrecht in elkaar verweven werden: Maeijke werd niet alleen vervolgd vanwege vermeende seksuele handelingen, maar ook omdat zij zich langdurig als man presenteerde en als bruidegom optrad. Dat maakt haar dossier een zeldzaam voorbeeld van vroegmoderne gender‑ en seksualiteitsgeschiedenis.
Literatuur Rudolf Dekker en Lotte van de Pol, Daar was laatst een meisje loos. Nederlandse vrouwen als matrozen en soldaten. Een historisch onderzoek (Baarn 1981) 135-136 [integrale tekst van het verhoor en vonnis]. Rudolf Dekker en Lotte van de Pol, Vrouwen in mannenkleren. De geschiedenis van een tegendraadse traditie. Europa 1500-1800 (Amsterdam 1989) 82-83, 105 en 151.
Zie ook Aal de Dragonder Adriana la Noy Mary Read Maria van Antwerpen
Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Travestie Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 16e eeuw Categorie:Historische lhbti'er