thumb|Nucleoproteïnen (groen) rondom het RNA (geel) binnenin het mazelenvirus (artistieke weergave).Een nucleoproteïne is een complex van nucleïnezuur en eiwitten. Het nucleïnezuur kan desoxyribonucleïnezuur (DNA) of ribonucleïnezuur (RNA) zijn. Nucleoproteïnen zijn ruim vertegenwoordigd bijvoorbeeld door ribosomen uit alle domeinen van leven, door nucleosomen van eukaryoten en door de nucleocapsides van virussen.

Virale nucleoproteïne De virale nucleoproteïnen spelen een cruciale rol bij het insluiten van het virale genoom bestaand uit RNA of DNA. Ze faciliteren replicatie en transcriptie van het genoom en ze maken deel uit van virale desoxyribonucleoproteïnen en ribonucleoproteïne (vRNP)-complexen waarmee ze het afweersysteem van de gastheer ontwijken.

Desoxyribonucleoproteïne thumb|Nucleosomen: het DNA is gewikkeld om acht histonen (eiwitten) die samen de 'parels' op het snoer' vormen zoals gezien met de elektronenmicroscoop. De histonen helpen het DNA compact te verpakken zodat het in de celkern past.Desoxyribonucleoproteïne (DNP) bestaat uit een complex van DNA en proteïne. Als voorbeeld zijn er de nucleosomen wat complexen zijn van genomisch DNA dat om acht histonen in de kern van eukaryotische cellen gewikkeld is om chromatine te vormen. Een ander voorbeeld is de interactie van eiwitten, zoals enzymen, met DNA. Gedurende transcriptie en replicatie moeten het DNA en de daaraan gebonden eiwitten met elkaar interageren en zo een regulerend complex van meerdere eiwitten vormen om het DNA te repliceren.

Ribonucleoproteïne Een ribonucleoproteïne (RNP) bestaat uit een complex van RNA en eiwitten. Het ribosoom is een klassiek voorbeeld van een ribonucleoproteïne, dat in alle cellen voorkomt. Een ander voorbeeld is het vaultcomplex, een organel van grote afmetingen dat wel drie keer zo groot is als een ribosoom en dat opgebouwd is uit eiwitten en vault RNA. Het organel komt in grote aantallen voor in eukaryotische cellen.

Messenger-RNA (mRNA) is in levende cellen (in vivo) uitsluitend als ribonucleoproteïne aanwezig, namelijk gedurende de synthese ervan, gedurende het splicen en het transport naar het cytoplasma waar het afgeschreven wordt door ribosomen. Het mRNA wordt daarom ook wel aangeduid met messenger ribonucleoproteïne (mRNP). Andere voorbeelden zijn de telomerase, RNase en de snRNP. Deze laatste maakt deel uit van het spliceosoom, dat de splicing uitvoert en dat als één groot RNP gezien kan worden.

Categorie:Proteïne Categorie:DNA-replicatie Categorie:RNA-virus