De koorboeken van Raimund Fugger (Österreichische Nationalbibliothek, Musiksammlung, MS MUS. 15496) zijn in totaal negen muziekhandschriften die vervaardigd werden in het atelier van Petrus Alamire. Die handschriften worden met nog vier andere van Alamire bewaard in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen.

De familie Fugger is een Zwabisch koopmans- en bankiersgeslacht dat in de vijftiende en zestiende eeuw de dominante Europese zakenbank was. Jakob Fugger de Rijke (1459-1525), bouwde de bankiersfirma uit tot de grootste van Europa. Hij maakte met enorme sommen geld de verkiezing van Karel V tot keizer mogelijk. Hij deed dat onder meer door te verhinderen dat een tegenkandidaat als Frans I van Frankrijk voldoende krediet kon krijgen. De leiding van de firma gaat na zijn overlijden over op zijn neven Raimund (1489-1535) en Anton (1493-1560). Jakob Fugger had vastgelegd dat Anton hierin het primaat had. Hij zou ook de grote strategische beslissingen nemen. Het is ook met name Anton die het vermogen van het bedrijf nog aanzienlijk weet uit te breiden. Raimund was in de firma veel minder actief en had meer een administratieve rol. Hij was de enige in de familie die in deze periode echte interesse had in het verzamelen van muziekinstrumenten en muziekhandschriften.

Van deze negen handschriften van Alamire heeft Raimund Fugger er enkele direct zelf besteld. Van een aantal andere wordt wel de familie Fugger als opdrachtgever genoemd maar ook die handschriften kwamen nog bij zijn leven in het bezit van Raimund Fugger. Van een aantal is het ook onbekend hoe het in het bezit van Raimund is gekomen. Alle negen handschriften moeten in de periode 1519-1525 in zijn bezit zijn gekomen.

De vier overige handschriften van Alamire in de Österreichische Nationalbibliothek zijn alle op perkament vervaardigd. De handschriften van Raimund Fugger zijn alle op papier. De handschriften van Raimund Fugger zijn ook niet zo rijk gedecoreerd als vaak het geval is in het oeuvre van Alamire. Die handschriften werden vaak besteld ter gelegenheid van een belangrijk bezoek, een huwelijk of een politieke overeenkomst. Naast de muziek had het manuscript ook nog een politiek-ideologische achtergrond. Zij waren voor de presentatie en werden niet of zelden gebruikt bij de uitvoering van een koor. Enkele handschriften van Fugger hebben wel pagina's met de voor de stijl van Alamire kenmerkende groteskeninitialen. Maar over het algemeen zijn de handschriften soberder. Er waren bij het vervaardigen geen befaamde miniaturisten betrokken. Een aantal van de negen handschriften heeft ook geen of nauwelijks decoratie. Een aantal van die handschriften bestaat ook uit sets van een aantal stemboeken.

Na het overlijden van Raimund Fugger werd zijn bibliotheek verdeeld onder zijn vijf zoons. Zijn muziekhandschriften kwamen in handen van Raimund II (1528-1569) die ook een verzamelaar van musicalia was. Uiteindelijk verkocht Albert Fugger (1624-1669) in 1665 de muziekhandschriften aan keizer Ferdinand III. De muziekhandschriften werden later bewaard in de Hofbibiothek, nu de Österreichische Nationalbibliothek.

Korte beschrijving van de negen handschriften

VienNB 4809 en VienNB 11778 Van het totale oeuvre van 51 bewaard gebleven muziekhandschriften van Alamire zijn er acht met een repertoire van composities die geheel afkomstig zijn van slechts een componist. Zes handschriften bestaan geheel uit het werk van Pierre de la Rue. Deze twee handschriften bestaan geheel uit composities van Josquin Des Prez. VienNB 4809 bevat zeven missen. VienNB 11778 bevat zes missen en twee credo's. Deze twee handschriften zijn qua afmetingen, decoratie en lay-out nauw verwant en zijn zonder twijfel in dezelfde periode van 1521-1524 vervaardigd. Deze twee handschriften werden ook door Raimund Fugger zelf besteld. De drukker Ottaviano Petrucci bracht in het eerste decennium van de zestiende eeuw de eerste muziekdrukken op de markt die met een drukpers gezet werd. Vooral de uitgaven van misboeken die allemaal van een zelfde componist waren bleken goed te verkopen. Waarschijnlijk heeft het atelier van Alamire dat idee van Petrucci overgenomen. Alle handschriften met het repertoire van slechts een componist dateren dan ook van na dat eerste decennium zestiende eeuw.

VienNB 9814 Dit is een wat afwijkend manuscript van de meeste andere uit het atelier van Alamire. Dit handschrift heeft 21 papieren folia. Het bevat vijf motetten en een Frans lied. De motetten zijn van Alexander Agricola, Pierre de la Rue, Johannes Ghiselin, Jean Mouton en Jean Richafort. De componist van het lied is anoniem. De vier zangstemmen van het motet van Agricola waarmee het handschrift opent zijn geschreven op de recto zijden van de eerste vier folia. Op de verso zijden zijn de zangstemmen van het tweede motet genoteerd. De recto en verso zijden moeten op een verschillend tijdstip zijn geschreven, aangezien de notenbalken van het eerste en tweede motet een wat afwijkende breedte hebben. Het handschrift moet tussen 1520 en 1525 vervaardigd zijn. Het anonieme lied heeft in het refrein het motto Plus outre (Steeds verder) van Karel V alsmede het Qui vouldra (Wie zal het willen) van Filips de Schone. Dit handschrift heeft vrijwel geen decoraties. Het werd waarschijnlijk wel gebruikt bij de uitvoering van een koor.

VienNB 4810 Dit handschrift bevat zes missen. De composities zijn van Jean Mouton, Antoine de Févin,Mathurin Forestier en Benedictus Appenzeller. Een compositie is anoniem. Het moet tussen 1521 en 1525 vervaardigd zijn. Verder is er nauwelijks iets bekend over dit handschrift. De opdrachtgever is ook onbekend, maar het moet nog tijdens zijn leven verworven zijn door Raimund Fugger.

VienNB 11883 Dit muziekhandschrift bevat 29 missen, een motet en een Agnus Dei. De componisten zijn Matthaeus Pipelare, Johannes Ockeghem, Josquin des Prez, Jacob Obrecht, Johannes Ghiselin, Jacobus Barbireau, Johannes Prioris, Heinrich Isaac, Lupus Hellinck, Johannes Sticheler en Heinrich Faber. Tien composities zijn anoniem gebleven. Veertien missen zijn unica en komen alleen in dit handschrift voor.

Het handschrift heeft 27 katernen. Ieder van die katernen bevatten een aantal bifolia dat kan varieren van twee tot elf. Een bifolium is een pagina papier of perkament dat op de helft gevouwen wordt om twee folia te creëren en dus vier pagina's. Met twee uitzonderingen bevat ieder katern een compositie die ook duidelijk van dezelfde scribent is. Er is de veronderstelling dat dit handschrift van 326 folia bedoeld was voor gebruik in een atelier of scriptorium als model voor het vervaardigen van meer formele handschriften. Binnen het oeuvre van Alamire is het ook duidelijk dat enkele andere handschriften voor een deel gekopieerd zijn uit VienNB 11883.

VienNB 15941 Dit zijn drie stemboeken. Het vierde, de superius, is niet bewaard gebleven. De superius is de hoogste stem die nu wel als sopraan benoemd wordt. Een geschilderd wapenschild van Raimund Fugger is de enige decoratie. De boeken bevatten 32 motetten. Van 30 is de componist bekend. Er zijn tien motetten van Jean Mouton en zes van Josquin des Prez. In totaal tien motetten zijn unica. Die zijn alleen bekend op basis van dit handschrift. In totaal negentien motetten komen niet voor in al het andere werk uit het atelier van Alamire. Daaronder vooral weer composities van Mouton en des Prez. Er wordt dan ook verondersteld dat deze twee de favoriete componisten van Raimund Fugger waren. Hij moet het handschrift voor 1525 in zijn bezit hebben gekregen.

VienNB 18746 Dit is een set van vijf stemboeken. In geen van die boeken is sprake van enige decoratie. Ook wapenschilden zijn geheel afwezig. Er is dus geen informatie voor wie deze boeken bestemd waren. Wel is duidelijk dat deze handschriften rondom 1523 moeten zijn vervaardigd. Het is ook onbekend hoe de boeken in het bezit kwamen van Raimund Fugger. Petrus Alamire moet zelf nogal betrokken zijn bij het vervaardigen van deze manuscripten want zijn handtekening komt in twee van de stemboeken voor. De stemboeken bevatten in totaal 3 motetten, 1 motet-chanson, 1 compositie zonder tekst en 51 Franse liederen. Van Josquin des Prez zijn 7 composities opgenomen, van Pierre de la Rue 2. Het overgrote deel van de opgenomen werken is echter anoniem. Het belang van deze handschriften is dat deze met het Groot liedboek van Margaretha van Oostenrijk en de Basevi codex een beeld geven van de seculiere muziek in die periode. Alle composities in de stemboeken zijn geschreven voor vijf partijen. Daarmee zijn deze handschriften uniek in het oeuvre van het atelier van Alamire.

VienNB 18825 Dit is een set van vier stemboeken. De hierin opgenomen composities zijn acht motetten en een duplicaat van een opgenomen motet. Vijf van de acht motetten hebben het thema Pasen. Dat leidt tot het vermoeden dat de handschriften bedoeld waren voor praktisch gebruik bij een koor. Deze stemboeken zijn door Raimund Fugger zelf bij Petrus Alamire besteld. De handschriften zijn de enige in het oeuvre van het atelier waarvan vaststaat dat Alamire zelf de muziek geheel gekopieerd heeft. De tekst is niet van hem maar ook die is van steeds van dezelfde scribent. Er is een vorm van -kennelijk gewenste - uniformiteit in de stemboeken te ontdekken. De katernen van de stemboeken hebben dezelfde lengte, de composities zijn in dezelfde volgorde geordend. In alle vier de stemboeken komt een handtekening van Alamire voor die op dezelfde plek op steeds dezelfde pagina staat.

VienNB 18832 Dit zijn twee stemboeken die in totaal 89 bicinia bevatten. Dat zijn tweedelige polyfone composities, (een duet), meestal uitgevoerd door een docent en een student. In de eerste decennia van de zestiende eeuw was een bicinium een tweedelig muziekstuk wat vooral vocaal van aard was. Instrumentale versies kwamen wel maar minder frequent voor. Het was vooral bijzonder populair in Duitstalige gebieden. In protestantse gebieden werd vooral het educatieve aspect van het bicinium benadrukt.

Van de 89 composities in de stemboeken zijn er slechts drie die enige tekst, een incipit, hebben. Meer dan de helft van de composities zijn tweedelige fragmenten afkomstig uit missen van componisten van de Franco-Vlaamse school. Negen andere bicinia zijn afkomstig uit delen van muzikale zettingen van een Magnificat. De afkomst van ruim 30 bicinia uit de stemboeken kon niet worden achterhaald. Deze stemboeken waren bestemd waren voor instrumentalisten als mogelijk zangers zowel voor instructie als voor muzikaal plezier. Het is mogelijk dat de boeken bestemd waren voor huiselijk gebruik in het gezin van Raimund Fugger waarvan bekend is dat de kinderen een aantal instrumnten bespeelden.

Zie ook De overige vier handschriften van Petrus Alamire in de Österreichische Nationalbibliothek zijn Koorboek voor Emanuel I van Portugal en Maria van Aragón Koorboek voor aartshertog Karel Koorboek van Ulrich Pfintzing Koorboek van Maximiliaan I en Bianca Maria Sforza

Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire

Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Verlucht handschrift