Het Serapeion van Alexandrië was een heiligdom met een tempel voor de syncretische god Serapis en een bibliotheek. Het was het beroemdste heiligdom van Alexandrië en genoot aanzien in de hele klassieke wereld. De vernietiging ervan door christenen in 392 was een daad met grote weerklank en symboliek. De ruïne is vandaag te bezichtigen. Behalve in de rots uitgehouwen funderingen, zijn de Zuil van Pompeius en twee sfinxen de voornaamste overblijfselen.

Geschiedenis Ptolemaios I Toen de Macedonisch-Griekse dynastie der Ptolemaiën zich in 323 v.Chr. in Egypte installeerde, koos Ptolemaios I ervoor het pas gestichte Alexandrië tot hoofdstad uit te bouwen. Op religieus vlak schoof hij Serapis naar voren, een Griekse god met een naam die verwees naar de Apis-Osiris-cultus uit het Nieuwe Rijk. Tacitus en ook wel Ploutarchos beschrijven hoe hij hiertoe, ingekleed met dromen en priesterlijke tussenkomsten, een hellenistisch beeld uit het Aziatische deel van zijn rijk liet overkomen.Historiae, 4, 83-84Ethika 26: Over Isis en Osiris, 28 Het ging om een chryselefantien beeld van Bryaxis, dat eigenlijk Hades voorstelde.God van Egyptenaren en Grieken, Rijksmuseum voor Oudheden, 2017 De god was voorgesteld in zijn vruchtbare verschijningsvorm, met een kalathos, een scepter en kerberos.Marianne Bergmann, "Sarapis im 3. Jahrhundert v. Chr." in: Alexandreia und das ptolemäische Ägypten: Kulturbegegnungen in hellenistischer Zeit, ed. Gregor Weber, p. 114 Ptolemaios maakte deze voor Grieken opgezette cultus aanvaardbaar voor Egyptenaren door hem te kaderen binnen de terugkeer van de Egyptische godheden na hun wegvoering door de Perzen.Stefan Pfeiffer, "‘Finding the Gods of Egypt’. The Motif of ‘Bringing Home the Statues of the Gods from Asia’ as a New Pharaonic Ideal of Ptolemaic Times" in: Continuity, Discontinuity and Change. Perspectives from the New Kingdom to the Roman Era, ed. Filip Coppens, 2021, p. 375-403. Het beeld moet in een bescheiden tempel hebben gestaan, maar van dit eerste heiligdom vallen nauwelijks enkele muurresten aan te wijzen.

Ptolemaios III Archeologisch aantoonbaar is het Serapeion zoals herbouwd door Ptolemaios III (r. 246-221 v.Chr.).Judith McKenzie, The Architecture of Alexandria and Egypt, c. 300 B.C. to A.D. 700, Yale University Press, p. 53-55 Talrijke stichtingsplaatjes zijn in het gebouw teruggevonden, met de volgende tekst (in het Grieks, in hiërogliefen en in demotisch):

Koning Ptolemaios [III], zoon van Ptolemaios en van Arsinoë, de broer-en-zus-goden, [wijdt] de tempel en de temenos aan Serapis.

Het Serapeion lag op een hoogte in de wijk Rhakotis, dieper in de stad dan de koninklijke paleizen. Ernaast lag de renbaan van het Lageion. Men moest naar de toegang opklimmen via lange trappen. Daarom vergeleek Afthonios van Antiochië het bouwwerk met de akropolis. Aan de voet van de trappen lag een nilometer om het niveau en de helderheid van de Nijl te meten. Er waren twee toegangen, allebei aan de oostzijde. De architectuur was Grieks. Het grondplan was een rechthoek van 174 x 77 m, waarvan de vier zijden bestonden uit naar binnen geopende zuilengalerijen. In de westelijke en zuidelijke galerijen waren rijen kamers ingericht. Op het binnenhof van deze temenos lag de eigenlijke tempel in de noordoostelijke hoek. Verder stond op het binnenhof stoa-achtig bouwwerk, een T-vormig gebouw en een zuidelijk gebouw. De laatste twee waren verbonden door een onderaardse gang.

Romeinse gedaante Strabo, die in 25-24 v.Chr. in Egypte was, schreef dat het Serapeion was verlaten.Marianne Bergmann, "Sarapis im 3. Jahrhundert v. Chr." in: Alexandreia und das ptolemäische Ägypten. Kulturbegegnungen in hellenistischer Zeit, ed. Gregor Weber, p. 113 Het religieuze centrum was toen juist verplaatst naar Nikopolis, een nieuwe stad vlak buiten Alexandrië. Lang duurde deze verwaarlozing niet, want keizer Vespasianus bezocht het heiligdom en erkende Serapis op het hoogste niveau van de Romeinse staat. De tempel wordt regelmatig afgebeeld op munten. Toen Hadrianus in 130 in Alexandrië was, droeg de stad een standbeeld van de heilige stier Apis aan hem op.Bricault & Veymiers 2022, p. 131 Septimius Severus zocht het Serapeion op tijdens zijn Egyptereis van 199-200, in het gezelschap van zijn zoon Caracalla. Die laatste kwam terug in 215-216 en vereerde het heiligdom met het zwaard dat hij gebruikt had om zijn broer Geta te vermoorden.

Maar het Serapeion kreeg ook schade te verwerken. In 116 n.Chr. werd het gedurende de Kitosoorlog verwoest door Joodse opstandelingen en in 181 n.Chr. brandde het af. In de daaropvolgende decennia werd het Serapeion heropgebouwd, waarbij het aan noordelijke en oostelijke zijde werd uitgebreid, zodat de tempel in het midden kwam te staan.Judith McKenzie, The Architecture of Alexandria and Egypt, c. 300 B.C. to A.D. 700, Yale University Press, p. 195-203 In 298 werd op het binnenhof een monumentale zuil van rood graniet geplaatst om de herovering van Alexandrië door Diocletianus te gedenken.Bricault & Veymiers 2022, p. 133

Zo verwierf het heiligdom tijdens de Romeinse keizertijd zijn grootste luister. Ammianus Marcellinus vond de colonnades, de levensechte standbeelden en de kunstwerken zo prachtig dat hij alleen het Capitool in Rome erboven plaatste.Res gestae, 22.16.12

Verwoesting In de late oudheid werd het Romeinse rijk steeds christelijker en kwam de oude godsdienst – zeker na de mislukte restauratie onder keizer Julianus – onder druk te staan. In Alexandrië gingen de meeste tempels dicht, maar het Serapeion behield zijn uitstraling. Naast een religieus was het ook een intellectueel centrum, dat met name neoplatonistische geleerden aantrok. Dit heidense symbool op het hoogste punt van de stad was de christenen een doorn in het oog.

Keizer Theodosius I vaardigde op 16 juni 391 een edict uit dat het brengen van offers verbood en heidense tempels ontoegankelijk verklaarde.Codex Theodosianus, 16.10.11 Daarmee werd de eredienst van Serapis onmogelijk. Toen de patriarch Theofilos ook nog een gesloten tempel opeiste om tot kerk te transformeren, kwam het in Alexandrië tot confrontaties tussen heidenen en christenen. De heidenen verschansten zich in het Serapeion en werden daar door de christenen belegerd. De blokkade werd beëindigd door tussenkomst van keizer Theodosius: hij verleende amnestie aan al wie een gewelddaad had gepleegd, maar beval de vernietiging van het cultusbeeld van Serapis. Ondertussen zal het begin 392 zijn geweest. De verdedigers ontruimden het heiligdom, maar niet voordat hun leider Olympos een plechtigheid had gehouden waarbij Serapis zijn tempel verliet.Edward Jay Watts, City and School in Late Antique Athens and Alexandria, University of California Press, 2006, p. 191 Theofilos liet het beeld met groot vertoon verbranden: fragmenten in alle disctricten en de torso in het theater. Het is niet bekend wanneer hij het Serapeion liet neerhalen, maar veel tijd zal er niet zijn verstreken.

De gebeurtenissen zijn bekend door de christelijke auteurs Rufinus,Historia Ecclesiastica, 11.23 Sokrates,Historia Ecclesiastica, 5.17 Sozomenos en Theodoretos en door de heidense auteur Eunapios.

Latere transformaties Na de verwoesting van de Serapistempel en andere de religieuze gebouwen liet Theofilos tussen de zuilengalerijen een octogonaal martyrium oprichten, waar hij relieken van Johannes de Doper onderbracht, en een kerk, later gewijd aan Arcadius.McKenzie, Gibson & Reyes 2004, p. 108-109 Het is niet helemaal duidelijk of deze twee kerken in dan wel net buiten het serapeion stonden.

De zuilengalerijen bleven overeind tot Saladin ze in 1167 liet afbreken om de stadsmuren te beschermen tegen de zee en om de landing van de kruisvaardersvloot te bemoeilijken.McKenzie, Gibson & Reyes 2004, p. 110

Literatuur Laurent Bricault en Richard Veymiers, "Het grote heiligdom van Sarapis in Alexandrië" in: Alexandrië. Vervlogen toekomsten, tent.cat., 2022, p. 126-135 Thomas Hendrickson, "The Serapeum: Dreams of the Daughter Library" in: in Classical Philology, 2016, nr. 4, p. 453-464 Annick Martin, "Sarapis et les chrétiens d’Alexandrie: un réexamen" in: Alexandrie médiévale, eds. Christian Décobert en Jean-Yves Empereur, 2008, p. 41-57 Michael Sabottka, Das Serapeum in Alexandria. Untersuchungen zur Architektur und Baugeschichte des Heiligtums von der frühen ptolemäischen Zeit bis zur Zerstörung 391 n. Chr. (= Études Alexandrines, vol. 15), Institut Français d'Archéologie Orientale, 2008. Johannes Hahn, "The Conversion of the Cult Statues. The Destruction of the Serapeion 392 A.D." in: From Temple to Church (= Religions in the Graeco-Roman World), vol. 161, Brill, 2008, p. 335-366. Judith S. McKenzie, Sheila Gibson en A.T. Reyes, "Reconstructing the Serapeum in Alexandria from the Archaeological Evidence" in: The Journal of Roman Studies, 2004, p. 73-121. Jacques Schwartz, "La fin du Sérapeum d'Alexandrie" in: Essays in Honor of C. Bradford Welles (= American Studies in Papyrology, vol. 1), 1966, p. 97-111 Alan Rowe en Brinley R. Rees, "A Contribution to the Archaeology of the Western Desert: IV. The Great Serapeum of Alexandria" in: Bulletin of the John Rylands Library, 1957, nr. 2, p. 485-520. Online tekst Giuseppe Botti, L'Acropole d'Alexandrie et le Sérapeum d'après Aphthonius et les fouilles, Société archéologique d'Alexandrie, 1895

Voetnoten

Categorie:Tempel in Egypte Categorie:Geschiedenis van Alexandrië Categorie:Voormalig bouwwerk in Egypte