Brieven aan Bertje was een solovoorstelling van actrice Bodil de la Parra en regisseur Paul Knieriem die in 2025 in de theaters kwam. Het stuk was gebaseerd op het boek Tante Bett, Hoe een Surinaamse verpleegster onderduikers had en zelf Dachau overleefde van Michal Nobach-Bergen (een nicht van Elisabeth), uitgegeven door De Kring (2023).

De voorstelling gaat over Betty Bergen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduikers in huis nam, onder wie Bertje Hamburger.

Betty Bergen De Surinaamse Betty Bergen (1905) kwam als wees naar Nederland en werd verpleegster, onder andere in het Herstellingsoord Petten, waar Amsterdamse 'bleekneusjes' konden aansterken. Na een tijdje in Den Haag te hebben gewoond vestigde ze zich in 1938 in Amsterdam, waar ze ging werken in de Centrale Israëlietische Ziekenverpleging in de Jacob Obrechtstraat (1929-1930) en later in het Wilhelmina Gasthuis. In juni 1940 trouwde ze met Jacob Bouten. Vanaf september 1940 woonde het echtpaar aan de Harmoniehof in Amsterdam-Zuid, een "dorp in een stad" met grote sociale controle. Nadat haar man in november 1940 overleed, nam ze tot 1944 acht onderduikers in huis, onder wie de driejarige Bertje. Ze werden door buren verraden. Voor haar volgde er deportatie via Kamp Vught naar Ravensbrück en het Agfacommando, een buitenkamp van Dachau. Ze overleefde de kampen, hertrouwde in 1948 met Willem Jorissen en overleed op 4 oktober 1983.Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaart Elisabeth Bergen

Bertje Bertje (David) Hamburger kwam bij haar in huis toen hij drie jaar oud was en maakte ook het verraad en de deportaties mee. Ook hij overleefde de kampen.

Verhaal Terug op de Harmoniehof ontpopte Bergen zich als centrale persoon voor de ontvangst van Surinamers, maar ze kon Bertje niet vergeten. Ze zou hem echter nooit terugzien, mede doordat zijn ouders dat niet wilden en naar Israël emigreerden. Omdat ze zelf "een lege schoot" hield (geen kinderen kreeg) bleef ze de herinnering aan hem koesteren, wat uitmondde in obsessief brieven schrijven over de wens Bertje terug te zien. Dit leidde mede tot de vraag of ze er goed aan had gedaan onderduikers in huis te nemen en het bekende zelfverwijt dat zij de oorlog had overleefd en anderen niet.

Bodil de la Parra schreef het stuk samen met Paul Knieriem. De muziek was van Marlon Penn, het decor van Roel Leenders, de producent het Theater Na de Dam.Theaterencyclopedie (geraadpleegd 29 april 2026) Nadat de voorstelling in Delft en Alkmaar te zien was geweest, werd hij voor mei en juni 2026 geprogrammeerd in Theater Bellevue.

Categorie:Nederlands toneelstuk